Laat Van der Wulp eerst eens in Bagdad of Kabul werken

Tekening Cyprian Koscielniak Koscielniak, Cyprian

De voorgenomen uitzending van Gerard van der Wulp, diensthoofd van de Rijksvoorlichtingsdienst, als plaatsvervangend chef de poste in Washington veroorzaakt enige deining in de media (NRC Handelsblad, 24 juni). De aanleiding zou zijn het veronderstelde ongenoegen onder Nederlandse diplomaten met deze zijdelingse instroming. Het zou een inbreuk betekenen in de loopbaandienst. Naar mijn bescheiden mening spelen evenwel andere factoren een rol.

Ter illustratie: in 1987 viel mij de eer te beurt om voor het eerst door Hare Majesteit als ambassadeur te worden benoemd. Een vriend, reeds bekleed met dit zware ambt, feliciteerde mij. Hij voegde er aan toe, dat ik mij inhoudelijk over de functie geen zorgen hoefde te maken. Doelend op de eindeloze reeks van recepties, lunches en diners die de functie met zich brengt, hield hij mij voor dat ik vooral diende te beschikken over ijzeren voeten en een ijzeren maag.

De functie van Rijksvoorlichter zal de heer Van der Wulp zeer waarschijnlijk ijzeren voeten en een ijzeren maag hebben opgeleverd. In dat opzicht zal hij al wel kwalificeren.

Het zou van wijs personeelsbeleid van de departementsleiding van het ministerie van Buitenlandse Zaken getuigen wanneer de heer Van der Wulp eerst in aanmerking wordt gebracht voor drie plaatsingen van elk ca. 2,5 jaar in als hellholes bekend staande steden: Bagdad, Kabul en Lagos. Mocht hij na deze overplaatsingsronde in drie fasen nog steeds een verdere carrière in de diplomatieke dienst ambiëren, kwalificeert hij zonder meer als plaatsvervangend chef de poste in Washington.