Kerkelijke molens malen langzaam en zorgvuldig

In het openluchttheater van Tegelen wordt zondag Hendrina Stenmanns, medestichteres van een van de grote rooms-katholieke vrouwencongregaties, zalig verklaard.

De Zusterstraat in het Limburgse Steijl is versierd met vlaggen van over de hele wereld. In de kloostertuin wapperen het geel en wit van het Vaticaan tussen de blauwe lavendel. Een zuster in blauw habijt besproeit het groen van de toegangsboog voor de ingang van het klooster.

Alles is klaar voor zondag. Dan zal kardinaal José Saraiva Martins namens paus Benedictus XVI in het openluchttheater De Doolhof in Tegelen de zaligverklaring voorlezen van Hendrina Stenmanns, alias Moeder Josefa, een van de stichters van Missiecongregatie Dienaressen van de Heilige Geest. Het bisdom Roermond en de missiezusters verwachten meer dan 3.500 belangstellenden, van wie er zondagmiddag zeker enkele honderden ook naar Stenmanns’ klooster komen.

Hendrina Stenmanns werd in 1852 als oudste van zeven kinderen geboren in het Duitse Issum, vijftig kilometer van Venlo. In 1884 kwam ze naar Steijl, waar ze ging werken in de huishouding van het missiehuis dat in 1875 was gesticht door de Duitse pater Arnold Janssen.

In 1889 raakte Hendrina betrokken bij de oprichting van de Missiecongregatie Dienaressen van de Heilige Geest. Zij werd in 1898 overste van de snelgroeiende orde, wat ze bleef tot haar dood op vijftigjarige leeftijd in 1903. Ze genoot tijdens haar leven al groot aanzien en onderhield een uitgebreide correspondentie met de zusters op de missieposten.

De eerste stappen op weg naar haar zaligverklaring werden gezet in 1950. Zondag is het zover. Kerkelijke molens malen langzaam en zorgvuldig.

Het gebied tussen Rijn en Maas is een vruchtbare bodem voor spiritualiteit en mystiek, zegt zuster Mechtilde, die de pr van de orde behartigt. „De grens tussen Nederland en Duitsland bestond vroeger niet. De mensen spraken aan beide kanten van de grens hetzelfde dialect. Het Duitse Kevelaer is in feite een Nederlands bedevaartsoord.”

Zo kwam Thomas à Kempis uit Kempen, zegt zuster Mechtilde. „Petrus Canisius en Titus Brandsma woonden in Nijmegen. Pater Arnold Janssen werd geboren in het Duitse Goch, maar stichtte drie kloosterordes in Steijl, toen de Kulturkampf onder Bismarck het katholieke leven in Duitsland lastig maakte. De vorig jaar heilig verklaarde pater Karel Houben kwam uit Munstergeleen en de heilige Edith Stein woonde de laatste jaren voor haar deportatie naar Auschwitz in Echt.”

Ook zuster Mechtilde werd, net als Moeder Josefa, aan de Duitse kant van de grens geboren – in 1938, als Maria Berger. Hoewel ze zelf al vier jaar eerder wilde, kwam ze pas in 1958 naar het klooster in Steijl, waar ze in 1961 haar eerste gelofte aflegde. Later volgde de eeuwige gelofte: armoede, gehoorzaamheid, kuisheid.

Na een opleiding als lerares stond ze tot 1977 voor de klas, onder meer in Aken. Daarna was ze gastvrouw van de retraiteafdeling van het klooster en organiseerde ze de opfriscursussen voor de zusters. Verder bestudeerde ze het verleden van de orde.

Evenmin als Moeder Josefa zette zuster Mechtilde ooit een voet in missiegebied. „Mijn ideaal, naar een missiepost ergens in Argentinië, Togo of Indonesië, heb ik nooit kunnen verwezenlijken. Toen jaargenoten van mij wél vertrokken, heb ik wel eens gehuild. Maar nu kijk ik met dankbaarheid terug, want hier in het klooster heb ik in al die jaren zeker de helft van de 3.500 zusters van de orde leren kennen.” Het was ontroerend om te zien hoe zusters uit de Filippijnen of Brazilië hier geconfronteerd werden met de tastbare geschiedenis van de congregatie, aldus zuster Mechtilde.

In de ruim honderd jaar dat „de orde van de blauwe zusters” bestaat, is er veel veranderd. Het blauwe habijt is niet meer verplicht. Ze werken in een veelheid van beroepen. „Wij hadden vroeger de grap dat ze bij de congregatie alle beroepen nodig hadden, behalve kapster. Je haren zaten toch onder je kap en die kon iedereen wel afknippen”, vertelt zuster Mechtilde. „Maar laatst is er een Amerikaanse kapster toegetreden. Zij geeft nu trainingen in Ghana voor vrouwen die zelf een kapperszaak willen beginnen.”

De laatste decennia houden de zusters hun eigen naam. Zuster Mechtilde: „Ik koos voor Mechtilde omdat ik dat een mooie naam vond. Maar na het Tweede Vaticaans Concilie werd de nadruk gelegd op de waarde van je doopnaam, de naam waardoor je met God verbonden bent. Gevolg is nu wel dat we hier een aantal Maria’s in huis hebben.”

Nu telt de congregatie 43 nationaliteiten. De aanwas zit nu vooral in Azië , Afrika en Latijns-Amerika. In een van de zalen zijn een Poolse, een Duitse en een Indonesische zuster bezig met de inrichting van een tentoonstelling voor de gasten zondag.

Dan gaat de mobiele telefoon van zuster Mechtilde over. Een meer dan negentig jaar oude zuster van de orde is zojuist overleden. Ze was al lang ziek, zegt zuster Mechtilde. „Wij verwachtten dit. Ik ben er vaak bij als leden van de orde overlijden. Dat beleef ik als momenten dat hemel en aarde elkaar even ontmoeten.”

Spirituele plaatsen tussen Rijn en Maas op www.bedevaart-aan-de-maas.nl