‘Je kunt de wereld wel degelijk verbeteren’

‘Ik snap wel dat sommige mensen ons ecoterroristen noemen’ Foto Dirk-Jan Visser (Photo Dirk-Jan Visser: 's Gravenzande: 24-06-2008) milieuactivist Laurens de Groot, de enige Nederlander die meevaart op het schip van de radicale milieubeweging Sea Shepherd Conservation Society hier op het strand bij 's Gravenzande Visser, Dirk-Jan

‘Het gebeurde terwijl ik samen met mijn Australische vriendin Amanda naar Dances with Wolves keek. Er is een scène in die speelfilm waarin Kevin Costner over de prairie kijkt. De vlakte is bezaaid met karkassen van afgeknalde bizons. De blanke jagers zijn juist gepasseerd en waren alleen geïnteresseerd in de huiden van de beesten. Amanda en ik keken elkaar aan en hadden een identiek gevoel van schaamte. We voelden dat vandaag de dag eigenlijk nog steeds precies hetzelfde gebeurt, namelijk het uitbuiten van dieren zonder dat het nodig is. Wat doen we de planeet aan? Kijk eens hoe mensen bezig zijn het milieu en de dieren te vernietigen! Vanaf die dag zijn we allebei vegetariër geworden, en later veganist om helemaal geen dierlijke producten meer te gebruiken. Na die film is het balletje gaan rollen.

Ik ben opgegroeid in De Lier in het Westland. Het was een normale jeugd: lekker puberen en veel sporten met vrienden. Na de mavo heb ik een tijdje vrijwilligerswerk gedaan in een asielzoekerscentrum. Ik sprak er veel met Joegoslaven, Somaliërs en Koerden. Ik hoorde hoe ze vochten voor een beter leven. Toen ging de wereld al een klein beetje voor me open. Ik realiseerde me wat voor een luxe leventje we hier in Nederland hebben.

Onrecht bestrijden en compassie tonen werden mijn idealen. Ik ging op zoek naar een avontuurlijk leven. Ik heb een anderhalf jaar durende politieopleiding gevolgd en kon als agent met drie strepen de straat op in de politieregio Haaglanden. Toen ging het hard. Je maakt zo ontzettend veel dingen mee, ziet zo veel menselijk leed. Het eerste jaar heb ik wel tien mensen zien sterven op straat als gevolg van alle mogelijke vormen van geweld: van verkeersongelukken tot steekpartijen. Soms kun je als agent iets betekenen voor de nabestaanden, maar heel vaak is het dweilen met de kraan open.

Intussen groeide mijn behoefte om iets aan het milieu te doen. Ik studeerde in mijn vrije tijd journalistiek in Tilburg en las boeken over dierenrechten zoals Empty Cages van Tom Regan en Animal Liberation van de filosoof Peter Singer. Ik wilde bij de politie ook op milieugebied actief worden. In 2005 ben ik in Rotterdam aangenomen bij het interregionale milieuteam. Die eenheid richt zich op het aanpakken van georganiseerde milieumisdaad, zoals handel in bedreigde diersoorten of het dumpen van afval.

In het begin vond ik het geweldig om bezig te zijn met het bestrijden van milieucriminaliteit. Maar ik merkte dat de wetgeving ontoereikend is, de handhaving beperkt en de straffen nihil. Een van mijn laatste politieonderzoeken betrof de illegale handel in roofvogels. Het ging om mensen die torenvalken uit Engeland haalden of zeearenden uit de Verenigde Staten. Ik kwam bij een man terecht in Nederland die in zijn tuin een volière had van 6 bij 5 meter en daar zat een condor in. De vleugels van die vogel hebben een spanwijdte van drie meter. Maar er was niets tegen te doen. De eigenaar beschikte over de juiste papieren.

Het politiewerk ging steeds meer kortsluiting opleveren. Ik vroeg me af: wil ik nu dit soort wetten handhaven of wil ik gewoon dieren bevrijden, omdat ik het niet accepteer dat wij mensen beesten exploiteren? Was ik bereid een stapje verder te gaan, radicaler te worden om dieren en het milieu echt te helpen?

Ik deed in die tijd al vrijwilligerswerk voor de milieuorganisatie Sea Shepherd die zich inzet voor de wereldwijde bescherming van het zeeleven. Ik vertaalde artikelen uit het Engels voor de Nederlandse website en probeerde donateurs te werven. De club is in 1977 opgericht door de uit Greenpeace afkomstige Paul Watson. Zijn filosofie is dat het nodig kan zijn geweld te gebruiken om dieren als walvissen en dolfijnen te beschermen, zoals het saboteren van visschepen, het rammen van boten of het vernietigen van netten.

Toen mijn vriendin besloot terug te keren naar Australië, werd het voor mij ook makkelijker de keuze te maken voor een nieuw, onzeker bestaan. Vanuit dat land werd de nieuwe walviscampagne georganiseerd. Ik dacht: ik kan altijd nog terugkeren naar Nederland. Ook al zal het moeilijk worden om ooit weer als politieman aan de slag te gaan, omdat je als Sea Shepherd op de rand van de wet balanceert. Maar ik vond gewoon dat ik het moest doen: vechten voor de planeet. In april 2007 heb ik mijn baan bij de politie opgezegd. Ik ben naar Melbourne vertrokken en heb gesolliciteerd naar een vrijwilligersbaan aan boord van een Sea Shepherdschip. Geld verdien ik met het geven van Wing Chun Kung Fu lessen op een sportschool.

Ik was nog nooit op de oceaan geweest. Toch vond de organisatie mij een heel interessante kracht gelet op mijn verleden als politieman. Eerst heb ik onderhoudswerk verricht aan boord van de Steve Irwin. Het eerste deel van de campagne was er voor mij geen plek op het schip. Twee collega’s zijn toen aan boord gesprongen van een Japans harpoenschip. Ze werden enige tijd gegijzeld, maar al met al heeft onze organisatie de vangst van vinvissen en dwergvinvissen weten te voorkomen.

Op 14 februari, Valentijnsdag, ben ik vertrokken voor het tweede deel van de campagne. Paul Watson was onze kapitein en we zaten met 33 man aan boord. We moesten negen dagen varen om de Japanse walvisvloot te bereiken die zich ophield in Antarctische wateren in de buurt van de Shackleton Ice Shelf. Ondertussen werden we steeds gevolgd door een speciale boot van de Japanse kustwacht die ons vanaf het vertrek in Australië in de gaten hield. Ze zaten steeds op een afstand van twaalf mijl van ons, op het randje van de radar.

Aan ons de taak de Japanner af te schudden, zodat onze positie niet werd doorgegeven. Dat lukte toen we in vrij zwaar weer terechtkwamen. We hebben onze boot toen een tijdje laten ronddobberen tussen een groep ijsbergen zodat ons schip op de Japanse radar op een ijsberg moet hebben geleken. De Japanners zijn ons kwijtgeraakt.

Wíj konden evenwel heel makkelijk de vissers vinden. De eerste groep actievoerders van ons was er namelijk in geslaagd om stiekem een transponder te bevestigen aan een Japans schip. Die Japanners werden helemaal gek toen we opeens weer opdoken. Hun vloot bestond uit een fabrieksschip, de Nisshin Maru, waar de gevangen walvissen worden verwerkt: de vis wordt in stukken gesneden en ingevroren. Het fabrieksschip was acht keer groter dan onze boot en er werkten 120 man. Daarnaast beschikten de Japanners over nog drie spotters en vier harpoenschepen.

Het was heel vroeg in de ochtend toen we ze bereikten en we zijn meteen achter het moederschip gaan hangen. Ze gingen op de vlucht, maar we konden ze bijhouden. We hadden geen ander doel dan fysiek verhinderen dat er walvissen werden gevangen. Na de boten twee dagen te hebben gevolgd, zijn we tot actie overgegaan. Vanaf ons schip heb ik samen met een andere actievoerder flessen met het zuur van rotte boter op het dek van het Japanse fabrieksschip gegooid. De eerste flessen sloegen kapot tegen de zijkant, maar uiteindelijk hebben tientallen flessen doel getroffen. De Japanse bemanning stond er achter de raampjes beteuterd naar te kijken. De stank was enorm. We zijn op een gegeven moment op een mijl afstand van de Japanners gaan varen, maar ook daar was de lucht nauwelijks te harden.

Later zijn we nog twee keer langszij gevaren. De laatste keer hebben de Japanners lawaaigranaten op ons schip gegooid. En ze hebben onze kapitein Watson beschoten. Onze dokter heeft munitie uit het kogelwerend vest van Watson gehaald. Omdat we bijna geen brandstof meer hadden en de grote winterdepressies eraan kwamen, zijn we teruggevaren. De actie was een groot succes. Van de negenhonderd walvissen die de Japanners hadden willen vangen, hebben ze er slechts vierhonderd gevist.

Begin april was ik weer terug in Australië. Het was een fantastisch ervaring. Vooraf hoorde ik veel mensen zeggen: je kunt toch niets betekenen. Maar voor mij vormde deze actie het bewijs dat je met 33 man in staat bent een economische supermacht stil te leggen. Je kunt dus wel degelijk de wereld verbeteren, punt uit. Ik snap wel dat sommige mensen ons ecoterroristen noemen, maar de waarheid is dat we gewoon internationale politie zijn die de natuurbeschermingsafspraken van de VN toepassen. Als we als mensheid niet eens in staat zijn deze geweldige dieren te beschermen, wat is er dan nog wél waard om voor te knokken? Onze middelen zijn misschien onorthodox, maar ze zijn wel efficiënt. En we brengen mensen geen letsel toe. Dat zou ook heel krom zijn: dieren beschermen en mensen pijn doen.

Van mijn oud-collega’s bij de politie heb ik veel steun gehad. Dat zijn natuurlijk ook doeners die staan voor rechtvaardigheid. De politie wil ook onschuldige levens beschermen. Ik hoop dan ook dat de leden van de Internationale Walvisvaartcommissie die deze week in Chili vergaderen niet gaan morrelen aan het moratorium op de commerciële vangst van walvissen. Als het gaat om het doden van dieren, kun je geen compromissen sluiten. Het is mijn levensfilosofie: er is meer compassie nodig met alle levende wezens. Zo worden we betere mensen.’’

http://web.mac.com/beyourchange/Be_Your_Change/Welcome.html

Marcel Haenen