In nieuwe wet is geen ruimte meer voor nieuwe scholen

Tekening Cyprian Koscielniak Koscielniak, Cyprian

Terwijl de nieuwe Wet Voortgezet Onderwijs nog door de Eerste Kamer moet worden aangenomen, maakt staatssecretaris Van Bijsterveldt er al een dode letter van door aan nieuwe scholen onhaalbare eisen te stellen. Een nieuwe school moet aantonen over voldoende leerlingen te kunnen beschikken. Daartoe wordt gekeken naar het aantal kinderen dat nog geen bestaande school in de buurt heeft. Maar wat is `in de buurt`?

In de buurt betekent binnen een straal van 10 kilometer, antwoordde de staatssecretaris in december aan de Tweede Kamer. Eind mei heeft ze dit in een concept beleidsregel echter aanzienlijk verruimd. Nu heet een kind al een bestaande school `in de buurt` te hebben als er in zijn of haar postcodegebied ook maar één leerling van die school woont. Toeval of niet, maar er wonen in elk viercijferig postcodegebied leerlingen van scholen in alle denkbare onderwijsrichtingen. Dat is omdat leerlingen door het beperkte aanbod van middelbare scholen gedwongen zijn om lange afstanden af te leggen. In de gedachtegang van de staatssecretaris betekent dit nu dat elk kind een school van zijn keuze in de buurt heeft. Voor een nieuwe school is dan ook geen ruimte.

De staatssecretaris maakt hierdoor van de onderwijsmarkt een onneembare vesting voor nieuwe toetreders. Geen wonder dat de VO-raad, de belangenorganisatie van schoolbestuurders, enthousiast is over de beleidsregel. Juist dat zou aan het denken moeten zetten. De schoolbesturen zijn door alle fusies bijna monopolisten geworden. De commissie-Dijsselbloem adviseerde dan ook om de almacht van die schoolbesturen in te perken. De kans is groot dat de staatssecretaris hiertoe met een toezichthoudende instantie gaat komen. Die instantie gaat het druk krijgen als ze tegelijkertijd de deur voor nieuwe toetreders tot de onderwijsmarkt dicht gooit.