In Italië smaakt eten beter sinds rookverbod

Italië legde het roken begin 2005 aan banden. De ervaringen zijn positief: schonere binnenluchten, minder hartklachten en (nog) meer tevredenheid in de horeca.

De Romeinse restauranthoudster Valentina Fortini is gestopt met roken. Ze dankt dit, zegt ze, aan de strenge antirookwet die drieënhalf jaar geleden in Italië inging. Een wet die vergelijkbaar is met de antirookmaatregelen die dinsdag 1 juli in Nederland van kracht worden.

Italianen mogen sinds begin 2005 bijna nergens meer roken. Niet in restaurants, sportkantines en bars. Niet in kantoren, op scholen of in het openbaar vervoer. Zelfs niet in het trappenhuis van hun eigen flat. Alleen buiten op straat en thuis achter de voordeur kunnen nicotineverslaafden nog ongestoord hun gang gaan. Wie zich niet aan de wet houdt, loopt het risico op een boete tot 550 euro, indien er een kind of zwangere vrouw in de buurt is.

Bij de invoering van de strenge wet was er veel scepsis. Minister Girolamo Sirchia (Volksgezondheid) werd in media neergezet als „extremistische Talibaan”. Restauranthoudster Fortini vreesde, met collega’s, voor omzetdaling en klanten die weg zouden blijven. Maar dat is enorm meegevallen.

„Mensen komen toch. Ze vragen of er een rookruimte is. En als ik zeg dat we die niet hebben, omdat de afzuiginstallatie een te grote inbreuk zou betekenen op de traditionele sfeer in ons restaurant, maken ze daar geen probleem van. Nog nooit heeft iemand zijn reservering afgezegd, omdat je bij ons niet kunt roken”, zegt Fortini.

Geheel in stijl met haar rustieke eetgelegenheid heeft ze buiten voor de deur een oude weegschaal neergezet. Wie wil roken kan er zijn as en peuken in kwijt. Weinig klanten maken er gebruik van. „De mensen hebben de wet geaccepteerd, omdat hij appelleert aan het gezonde verstand. Zelfs rokers waarderen de schone lucht in het restaurant. Men ruikt de aroma’s en proeft het eten beter.”

Valentina’s ober Carlo is ook positief. Terwijl hij uit zijn kluisje een pakje sigaretten pakt om er buiten een op te steken, vertelt hij dat zijn arbeidsomstandigheden flink zijn verbeterd sinds de invoering van de antirookwet. „Het is veel prettiger werken in een rookvrije ruimte.”

Velen betwijfelden drieënhalf jaar geleden of men zich wel aan het rookverbod zou houden. „Italianen en wetten gaan niet altijd even goed samen”, zo stelt ober Carlo. Toch heeft de wet wonderwel gefunctioneerd. „Vanaf het begin was duidelijk dat deze wet niet door een of andere corrupte politicus is gemaakt, maar voor het welzijn van de Italianen. In de restaurants en bars hebben de mensen respect voor elkaar getoond door te stoppen met roken en zich aan te passen aan de nieuwe situatie.”

Valentina en haar ober staan niet alleen in hun positieve beoordeling van de antirookwet. Ook de Fibe-Concommercio, die alle horecaondernemers vertegenwoordigt, spreekt van een succes. „Dankzij de sterke burgerzin van de consument heeft de wet niet tot spanningen geleid”, zegt algemeen directeur Edi Sommariva.

Economische schade is er volgens Sommariva nauwelijks geleden door de bar- en de restauranthouders. In gokhallen, discotheken en pubs, plekken waar veel jongeren komen, is de omzet wel wat teruggelopen. „Vooral in casino’s en bingozalen is dat het geval. Incidenteel liep de schade op tot 20 à 25 procent van de omzet.”

Slechts 1 procent van de horecagelegenheden heeft rookvrije ruimten gecreëerd. Technische problemen en hoge kosten maakten dit vaak niet mogelijk. Sommariva: „Veel ondernemers hebben er de voorkeur aan gegeven om voor rokers verwarmde terrassen in te richten.”

Een jaar na de inwerkingtreding van de wet verschenen diverse onderzoeken die een positief effect op de volksgezondheid lieten zien. In Piemonte bleek het aantal ziekenhuisopnames van mensen met hartproblemen met 11 procent te zijn afgenomen. In Rome werden vergelijkbare effecten geregistreerd in de leeftijdscategorie van 35 tot 64 jaar. Uit metingen in horecagelegenheden bleek bovendien dat de concentratie fijnstof meer dan gehalveerd is, dankzij de antirookwet.

De verkoop van sigaretten zou in Rome in 2005 ten opzichten van 2004 met 5,5 procent zijn gedaald. Italiaanse tabaksproducenten beweren echter dat hun omzet niet is gedaald. „Wet of geen wet, de mensen willen roken. Onze productie is niet afgenomen en wereldwijd is er sprake van groei”, zegt een woordvoerder van een tabakverwerkingsfabriek in Citta di Castello in Umbrië.

Houdt in de horeca vrijwel iedereen zich aan de wet, op de werkvloer blijkt dat minder het geval. Volgens een enquête van het ministerie van Volksgezondheid meent 69 procent van de Italianen dat hun collega’s de antirookwet respecteren. Hoe hoger de positie, des te groter de kans dat het rookverbod niet wordt nageleefd, zo lijkt het. Diverse politici en zelfs ministers kwamen in het nieuws doordat ze tijdens vergaderingen gewoon doorrookten.

En ook politiecommandanten blijken er moeite mee te hebben. In Napels hulden zowel de commandant van de carabinieri als die van de financiële politie zich tijdens interviews in dikke wolken van sigarenrook.