Huisarts

Een bevriende huisarts vond dat mijn medische kennis ver was weggezakt, ongepast ver voor iemand die wel eens over medische kwesties schrijft. Om bij te spijkeren, mocht ik een dag meelopen in haar praktijk. In de wachtkamer hing een brief: ‘Vandaag loopt prof. dr. Piet Borst mee in onze praktijk. In het verre verleden is hij afgestudeerd als arts, maar na zijn artsexamen is hij verder gegaan als onderzoeker in de biochemie. Tegenwoordig zit hij in vele commissies die zich bezighouden met het beleid in de gezondheidszorg en schrijft hij columns daarover in de NRC. Hij heeft het hierin regelmatig over ‘echte dokters’. Hij komt nu kijken wat een ‘echte dokter’ doet. Mocht u bezwaar hebben dat hij bij het consult aanwezig is, meldt U dat dan alstublieft bij de assistente.’ Gelukkig vonden de patiënten zo’n meekijker best, op een mevrouw met vaginale sores na. Er lopen ook wel dokters in opleiding mee met de huisarts.

Respect voor de huisarts is mij met de paplepel ingegoten. Mijn grootvader, J. Borst, was huisarts in Lienden, in de Betuwe, zo’n honderd jaar geleden. Hij bestreek de hele geneeskunde, inclusief de tandheelkunde, het pillendraaien en de psychiatrie. Hij was een van de eerste dokters in Nederland die psychotherapie op basis van de nieuwe inzichten van Freud bedreef en hij had verstand van conversiestoornissen, die toen nog gewoon hysterie heetten. Hysterie kwam veel voor, zelfs in de Betuwe. Opa Borst schuwde de controverse niet en in mijn archief zit een prachtige polemiek met een katholieke arts over de wonderen van Lourdes. De rk-arts geloofde in echte wonderen door tussenkomst van de Maagd Maria. Mijn grootvader niet. Hij legt koeltjes uit in zijn stuk hoe verlammingen door conversie hysterie kunnen ontstaan en hoe de sterke emotie van het Lourdes-bijgeloof zo’n conversie-verlamming wonderbaarlijk kan genezen.

In 1907 viel er over dat Lourdes-circus nog een debat te voeren. Ik denk dat het gelijk van mijn grootvader inmiddels ook in rk-kring niet meer betwist wordt. De serie ‘Pro en Contra, betreffende vraagstukken van algemeen belang’, waarin mijn grootvader schreef, behandelde trouwens meer curieuze pro- en contra-onderwerpen: ‘Besmettelijkheid van tuberculose’ (Koch had de tuberkelbacil al in 1882 ontdekt!); ‘Het recht van werkstaking’ en ‘Vrouwenkiesrecht’ (ook daar waren toen nog mensen contra).

Lienden was ver van de wetenschappelijke centra, maar de Betuwse huisartsen hadden hun eigen wetenschappelijke kring. De avondvergaderingen waren bij volle maan en wolkenloos weer: alleen dan was er voldoende licht om over de duistere dijken per koets naar Tiel te reizen. Die koets was ook onmisbaar voor huisbezoeken. Als de dokter er aan kwam, moest de hele familie in de rij klaar gaan staan, zodat de kelen efficiënt geïnspecteerd konden worden. De boeren hadden nog grote gezinnen. Mijn grootvader had trouwens ook elf kinderen. Huisartsen deden veel chirurgie zelf. Op de keukentafel werden door mijn opa zelfs stukken rib weggehaald om de tuberculeuze long rust te geven. Dat is mij althans verteld. De tangen om de ribben te kraken worden door zijn medische nazaten trouw bewaard.

Mijn vader was internist, vooral in hart en nieren, maar hij beschouwde de huisarts als het fundament van de Nederlandse geneeskunde en dat droeg hij ook uit in zijn colleges. Met smaak kon hij vertellen over patiënten die door een groot aantal deelspecialisten waren gezien, totdat de huisarts uiteindelijk de juiste diagnose stelde. Want alleen de huisarts kende het gezin van de patiënten door en door.

Diversiteit is nog steeds kenmerkend voor het huisartsenberoep. Tanden trekken, brillen aanmeten en de grote chirurgie zijn afgevallen, maar verder zag ik de hele geneeskunde passeren op één dag. Niet alleen geriatrie, want er kwamen ten minste drie peuters met looporen langs, een peuter met eczeem, een peuter met uitslag en heel veel stevige mannen met schouder-, rug- of knieklachten. Er waren struise blanke vrouwen met Brabantse tongval, maar ook nieuwe Nederlanders met een zeer variabele greep op de Nederlandse taal.

De huisarts wordt wel eens afgeschilderd als iemand die voorsorteert voor specialisten die het eigenlijke werk gaan doen. Niets bleek minder waar. De oude man met een longontsteking, die wij thuis bezochten, werd naar het ziekenhuis gestuurd. Een enkele patiënt met ernstige psychische problemen werd doorgestuurd naar de psychiatrische dienst, maar de rest kon de huisarts zelf. De huisdokter is niet alleen de poortwachter, maar ook degene die het meeste dokterswerk doet in de gezondheidszorg.

De personal computer speelt inmiddels een centrale rol in de huisartsenzorg. Ik heb een dag lang geen papieren status gezien. Alles staat in de PC. Die wordt geraadpleegd voordat de patiënt binnenkomt en na vertrek worden alle nieuwe bevindingen direct door de dokter ingetypt. Recepten worden al tijdens het consult ingetypt, maar hoeven niet te worden uitgeprint: de dokter heeft een lijntje naar de apotheken en de patiënt kan meteen het geneesmiddel ophalen. De meeste brieven van specialisten komen online binnen en worden meteen toegevoegd aan het patiëntendossier. Het veel besproken elektronisch patiëntendossier bestaat al, zij het alleen nog lokaal.

Ook de declaraties naar de ziektekostenverzekeraars gaan zo geautomatiseerd mogelijk de deur uit, maar daar zit wel een pijnpunt: de administratieve last die verzekeraars op huisartsen leggen is onvoorstelbaar. Ook over correct ingediende declaraties kan te allen tijde een absurde vraag worden gesteld. Was de euthanasiebegeleiding die u declareert echt wel euthanasie en niet een terminale sedatie? De middelen die voor euthanasie en voor terminale sedatie worden gebruikt zijn fundamenteel verschillend, maar toch kan een dokter uit zijn werk worden gehaald om een dergelijke idiote vraag te beantwoorden. Wie wil bezuinigen op gezondheidszorg zou moeten beginnen om stringente eisen te stellen aan de administratie van de ziektekostenverzekeraars.

Veel werk van de huisarts bestaat uit aanhoren en geruststellen, maar onder ieder onnozel pijntje kan een beginnende tumor schuilen en het blijft een vak waarin je goed op moet letten. Ook veel grote problemen komen bij de huisarts terecht: euthanasie, abortus, de beslissing of bij deze afgetakelde oude baas de longontsteking (the old man’s friend) nog wel behandeld moet worden. Veel psychische problemen, omdat je in Nederland nu eenmaal heel gek of heel vasthoudend moet zijn voordat je een psychiater of psycholoog te zien krijgt. Zo heb ik nog een klassieke hysterica mogen meebeleven: een jonge, goed geklede en zeer doorvoede vrouw die dramatisch binnenstrompelde en zich, overmand door duizeligheid, jammerend voorover op het bureau vleide. Meer dan een inslaapmiddel voor zeven nachten wist zij niet los te praten.

In mijn jeugd werd de huisarts niet altijd voor vol aangezien in de medische wetenschap. Dat is veranderd, juist in Nederland. Hier zijn medische faculteiten in een vroeg stadium begonnen om hoogleraren huisartsengeneeskunde aan te stellen en die hebben niet stil gezeten. De Nederlandse huisartsen dragen disproportioneel bij aan de mondiale wetenschap. Bij de laatste telling van publicaties over huisartsengeneeskunde stonden er drie Nederlanders in de wereldtoptien. Chris van Weel, hoogleraar huisartsengeneeskunde in Nijmegen, stond zelfs bovenaan. De evidence-based richtlijnen van het Nederlandse Genootschap voor Huisartsen geven de huisarts per pc een solide fundament voor de dagelijkse praktijkvoering. Huisartsen gebruiken die richtlijnen ook en zij laten zich niet inpakken door artsenbezoekers, zoals een tv-programma laatst suggereerde. Voor VWO’ers die ‘het’ nog niet weten, blijft huisarts een prachtig en respectabel beroep.