Hoe we vertrouwen in Europa wekken bij sceptici

Het Ierse `nee` tegen het verdrag van Lissabon maakt het opnieuw duidelijk: een groot deel van de kiezers heeft geen vertrouwen in het Europese project. Het gaat meestal om mensen wier raadgever de angst is om hun nationale verzorgingsstaat kwijt te raken.

Dat is terecht en tegelijk kortzichtig. Feit is immers dat hun land deel uitmaakt van de `vrije` Europese markt en dat op die markt niet alleen bedrijven, maar ook staten met elkaar concurreren. Een voorbeeld bieden de belastingen. Aangezien staten hun nationale bedrijvigheid niet meer met de klassieke middelen kunnen beschermen, kijken ze uit naar andere. Zo`n middel is de belastingdruk die wordt verminderd om de druk op de bedrijven te verlichten. Dit beleid is echter gedoemd te mislukken, aangezien het wederzijds gebeurt en staten elkaar zodoende in een neerwaartse spiraalbeweging gevangenhouden. Maar helaas, ook al is deze belastingverlaging zelf niet effectief, de verlaging van de inkomsten is er niet minder om, zodat het achterstallig onderhoud van de nationale verzorgingsstaat steeds groter wordt.

Waarschijnlijk hebben veel mensen enig besef van deze samenhang. Daarom zijn zij tegen nog meer `Europa`. Halve kennis is echter gevaarlijk. Stoppen met integratie biedt geen oplossing, maar handhaaft de huidige patstelling. De enige effectieve oplossing is juist meer integratie: een soort Europese belasting die aan die Europese belastingconcurrentie een einde maakt, net zoals de euro dat heeft gedaan met de monetaire concurrentie - devaluaties van nationale munten. Deze oplossing is een paradox. Wie nationale verworvenheden wil beschermen, moet ze op Europees niveau tillen. Het enige alternatief is uit de EU stappen en opnieuw nationale in- en uitvoerheffingen invoeren, maar dat gaat zelfs de meeste tegenstemmers te ver.

Blijft de vraag hoe de sceptische kiezers te overtuigen. De beste remedie is: geef Europa een sociaal gezicht, met een Europese belasting en een Europees verzorgingsregime. Een afscheidscadeau voor Jan Marijnissen misschien?