Het seizoen van Geert, Joran, Ella, Adriaan en Henk

De commerciële omroepen zijn intens conservatief. De publieke durven niet intellectueel te zijn. Terugblik op tv-seizoen.

Joran van der Sloot in een fragment met de verborgen camera uit het tv-programma van Peter R. de Vries Foto SBS 6 SBS 6

De uitzending van Peter R. de Vries, misdaadverslaggever (SBS6), waarin Joran van der Sloot op een verborgen camera aan een cokeverslaafde pseudomakker bekende een lijk te hebben verdonkeremaand, trok ruim zeven miljoen kijkers, meer dan enig ander programma dit seizoen, met uitzondering van sportwedstrijden. Er volgde geen aanhouding, dus was het ook een klein beetje een zeperd. Verder keek ik naar de finale van De Gouden Kooi (RTL5), naar Gooische Vrouwen (RTL4) en naar een paar uitzendingen van Linda de Mols succesvolle spelprogramma Ik hou van Holland (RTL4), maar dat waren wel zo ongeveer de hoogtepunten van de zeven Nederlandse commerciële zenders dit televisiejaar.

Sinds Talpa/Tien aan het begin van het afgelopen seizoen werd opgeslokt door RTL, is men bij de ondernemingsgewijs producerende zenders de weg een beetje kwijt. Het beleid ademt een intens conservatisme. Met kleine variaties worden beproefde formules eindeloos uitgemolken om het verworven marktaandeel vast te houden. Dat lukt redelijk, maar voor de naar spannende nieuwe formules hunkerende kijker valt er aan weer een verbouwingsprogramma, een competitie tussen ijsdansende B-sterren of spichtige modellen dan wel een gesponsord reisprogramma weinig meer te beleven.

Zonder slag of stoot gaf RTL na het verdwijnen van Barend & Van Dorp de late avond prijs aan Pauw & Witteman. Als het om de cijfers gaat, is Nederland 1 na de invoering van het programmeringsmodel, dat de drie zenders profileert naar breed, minder breed (Nederland 2) en jong publiek (Nederland 3), de onbetwiste winnaar. We kunnen het dus in dit overzicht verder rustig alleen maar over de publieke omroep hebben.

Daar trad aan het eind van het seizoen een nieuwe voorzitter aan, de van de EO afkomstige Henk Hagoort. In zijn eerste uitspraken laat hij zich al snel kennen als een verstandig man, die niet achterover zal gaan leunen om tot in lengte van dagen na te genieten van de gewonnen veldslagen om de kijkcijfers van marktleider Nederland 1 en om het opnieuw binnenhalen van de voetbalrechten. Teneinde de oorlog in het publieke voordeel te beslechten, zal er meer moeten gebeuren de komende jaren.

De manier waarop mensen naar televisie kijken, is sterk aan het veranderen. Natuurlijk zijn er nog genoeg kijkers die ’s avonds hun toestel aanzetten en al zappend min of meer toevallig bij een programma blijven hangen. Dat kijkgedrag wordt steeds zorgvuldiger gemeten en in kaart gebracht, tot en met het precieze moment dat er wordt weggezapt. Onaangename of saaie programmaonderdelen worden opgespoord en waar mogelijk vermeden. Het resultaat van die marktgerichte benadering is een amechtig aanbod van spectaculair en snel gecomprimeerde werkelijkheid.

Steeds meer beeldconsumenten kopen liever een dvd of downloaden een serie dan dat ze er op televisie naar kijken. Alleen mensen met weinig onderscheidingsvermogen en veel tijd kijken nog ongefilterd naar wat de pot schaft. Door je op hun smaak te richten, zeker wanneer er ook nog eens frontaal geconcurreerd moet worden met de commerciële zenders, verschraalt en verarmt de kwaliteit van de publieke omroep zienderogen. Ook in deze publieke sector kun je dus stellen dat het marktdenken eerder tot minder dan tot meer kwaliteit leidt.

Je ziet dit verschijnsel het duidelijkst in de dagelijkse actualiteitenrubrieken. Hagoort stelde eens in een interview dat Nova, EénVandaag en Netwerk „drie keer de Volkskrant” zouden zijn. Dat was wat kort door de bocht. Er is wel sprake van een zekere gelijkvormigheid, maar die betreft eerder een eenzijdige maatschappelijke dan politieke oriëntatie. In de maanden februari, maart en april turfde ik wie er in die rubrieken plus Buitenhof, Het elfde uur, De wereld draait door en Pauw & Witteman in beeld waren verschenen. Het resulteerde in een Talking Heads Top-100, waaruit geconcludeerd kon worden dat de verdeling van sprekers over politieke partijen grofweg correspondeerde met de machtsverhoudingen in de Tweede Kamer. Alleen het CDA was ondervertegenwoordigd, evenals vrouwen, jongeren en vertegenwoordigers van het maatschappelijke middenveld. Politici en journalisten vormen verreweg het grootste contingent. Het vermoeden bestaat dat niet-Randstadbewoners over het hoofd worden gezien. Vooral goed gebekte Bekende Nederlanders met een uitgesproken mening worden gehoord, want daar varen de kijkcijfers wel bij.

De actualiteitenrubrieken en talkshows bereikten enkele keren een dieptepunt. Pauw & Witteman hadden een bedrieger met valse plakbaard aan tafel, die zich voordeed als weldoener van een anorexiapatiënte, en stonden toe dat minister Ella Vogelaar (PvdA) fel en met stevig dedain werd aangevallen door twee medegasten, journalist Jort Kelder en schrijfster Heleen van Royen. Vogelaar had ook last van een video op de website GeenStijl, waarin verslaggever Rutger Castricum haar voor aap zette. Het verbazingwekkendste was dat daar in de nieuwsrubrieken van de publieke omroep veel belang aan werd gehecht. Sinds enkele maanden is GeenStijl daarmee gepromoveerd tot een gezichtsbepalend medium, zoals Matthijs van Nieuwkerk in De wereld draait door expliciet vaststelde.

Het kolderiekste moment in de actualiteitensector was een item van Netwerk (EO), waarin verslaggever Dirk Mostert op de vuist ging met plastisch chirurg Edwin van Onselen, nadat deze zich had onttrokken aan een nogal impertinent interview. Op last van de rechter maakte Netwerk later excuses aan de arts. Hij mocht zijn weerwoord van een papiertje voorlezen, zonder dat de presentatrice zelfs nog maar poogde verder door te vragen.

Het gebrek aan journalistieke kwaliteit en representativiteit van de publieke omroep lijkt een achilleshiel te worden. Dat heeft niet alleen met werk- en kijkcijferdruk te maken, maar ook met koudwatervrees om kijkers lastig te vallen met het verschil tussen gezaghebbende en willekeurige opinies en duidingen. Die worden veelal overgelaten aan „deskundigen” van wie het soortelijk gewicht soms moeilijk valt vast te stellen.

Dat verschijnsel doet zich ook voor in de benadering van kunst. Over nieuwe boeken is de mening van een toevallige treinreiziger belangrijker dan die van een criticus. In verslagen van film- en theaterfestivals is meer aandacht voor de ambiance en de mening van de toeschouwer dan voor een beredeneerde beoordeling door experts. Van alle door de publieke omroepen nauw omschreven doelgroepen zijn ‘de tolerante wereldburger’ en meer in het algemeen de hoogopgeleide kijker duidelijk het slechtst af.

Daar staat tegenover dat de traditioneel sterke documentairesector zich goed weet te handhaven, kwantitatief en kwalitatief. Documentairerubrieken als Holland Doc en Het uur van de wolf staan zelfs internationaal aan de top, en dat geldt ook voor Tegenlicht. Met documentaireseries als In Europa en vooral het met een Zilveren Nipkowschijf onderscheiden Van Dis in Afrika zette de VPRO stappen in de goede richting terug en heroverde de zondagavond als traditioneel bolwerk van kwaliteitstelevisie, waar ook Zomergasten zich al decennia handhaaft. Nieuw op de zondagavond is ook de veelbelovende satirische VPRO-rubriek Draadstaal, de enige nieuweling in dit druk beoefende genre die niet onderuitging. De zenderprofilering is effectief, wanneer de VPRO standhoudt tegenover het immens populaire Boer zoekt vrouw (KRO), dat een nieuw soort authenticiteit aan het realitygenre verleent.

Paul de Leeuw blijft de ongekroonde koning van de zaterdagavond, al begint zijn Mooi! Weer De Leeuw (VARA) slijtageplekken te vertonen, in tegenstelling tot Raymann Is Laat (NPS). Voor het overige excelleerde de publieke omroep dit seizoen niet bepaald in de amusementssector en ook het drama, met name de dure en prestigieuze serie Stellenbosch, bleef achter bij de verwachtingen.

Er waren enkele spraakmakende programma’s op de rand van amusement en actualiteit. BNN trok veel aandacht met Spuiten en Slikken, met name de special rond de uitzending van de pornoklassieker Deep Throat. Dat gold ook voor de NPS-special Bimbo’s en Boerka’s over de multiculturele samenleving. De confrontatie tussen cabaretier Hans Teeuwen en ‘de meiden van Halal’, drie moslimzusjes die tot de Bekende Nederlanders zijn gaan horen, werd door kijkers van De wereld draait door verkozen tot ‘het tv-moment van het jaar’, ex aequo met BNN’s tot het vorige seizoen behorende Grote Donorshow.

De wereld draait door (VARA) kreeg zelf van de kijkers de Gouden Televizierring en bleef een van de meest agendabepalende dagelijkse programma's.

Het meest intensief vooraf besproken televisieprogramma van het seizoen werd uiteindelijk niet integraal uitgezonden, uit vrees voor repercussies. Het anti-islampamflet van politicus Geert Wilders (PVV) Fitna werd geopenbaard als videostream op internet en bleek een storm in een glas water, omdat bijna niemand ‘de film’ serieus nam. Het komt steeds vaker voor dat controversen online ontstaan en dat de publieke omroep daar alleen op reageert, zij het verre van terughoudend of dempend. Te verwachten valt dat het web een eigen rol gaat spelen in het maatschappelijk debat en dat de omroep daar een antwoord op zal moeten formuleren. Om een bindende factor te blijven in de samenleving lijkt het nastreven van hoge kijkcijfers en een zo breed mogelijk publiek niet de enige, of zelfs maar de belangrijkste voorwaarde. De samenleving verwacht van een publieke omroep representativiteit en vooral onderscheidingsvermogen, als opinieleider en gatekeeper. De kans dat degenen die bij het bepalen van gemeenschappelijke waarden het meeste gewicht in de schaal leggen (ondernemers, intellectuelen, wetenschappers, bestuurders, vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties) van de televisie vervreemden, is een groter gevaar dan het afhaken van brede groepen kijkers, nu de commerciëlen het immers zelf laten afweten.