Geef religie de ruimte in het publieke domein

De scheiding van kerk en staat conflicteert niet met de ondersteuning van religie. De overheid heeft als taak religie de ruimte te geven. Dat bevordert bovendien de integratie.

Burgemeester van Amsterdam

Bij de vergaande secularisatie in Nederland zijn intussen wel twee belangrijke kanttekeningen te plaatsen. Ten eerste: de kerken hebben, evenals andere autoriteiten, door individualisering en democratisering veel van hun gezag verloren. Was het vroeger zo dat velen hun normen en waarden putten uit hun geloof of juist uit het verzet tegen het geloof nu is dat niet meer zo.

Dat heeft geleid tot een vacuüm op het gebied van het uitdragen en overbrengen van normen en waarden traditioneel het domein van kerk en geloof.

Ten tweede: door globalisering en andere factoren hebben we te maken met een toestroom van grote groepen migranten waarvoor het geloof vaak wél de leidraad in het leven is. Dat roept de vraag op van de acceptatie door de hen omringende, geseculariseerde samenleving, en van hun integratie daarin.

Wat het laatste betreft: het geloof is voor hen een gemakkelijke en voor de hand liggende ingang wanneer zij aansluiting zoeken in Nederland.

Daarom zou de integratie van deze migranten in de Nederlandse samenleving paradoxaal genoeg misschien nog wel het beste via hun geloof kunnen verlopen.

Dat is immers vrijwel het enige ankerpunt dat zij hebben wanneer zij de Nederlandse samenleving van de 21ste eeuw betreden.

Job Cohen in de Cleveringalezing, uitgesproken op 26 november 2002.

De scheiding van kerk en staat is slechts één van de vier beginselen (samen met de vrijheid van godsdienst, het gelijkheidsbeginsel en de neutraliteit van de overheid) die de verhouding tussen de overheid en de godsdienst(en) in Nederland beheersen.

Het is van groot belang deze vier principes in onderlinge samenhang scherp voor ogen te houden; ze bieden ruimte aan de pluriformiteit in de samenleving, aan onze samenleving van minderheden.

Wanneer het beginsel van kerk en staat in samenhang met de drie andere principes wordt bezien, wordt duidelijk wat er niet wordt begrepen en waartegen het beginsel zich niet verzet.

Zo verzet het beginsel van scheiding van kerk en staat zich niet tegen elke betrekking met of elke vorm van steunverlening aan kerken en/of religieuze instellingen.

Overleg of dialoog tussen overheid en kerken of religieuze organisaties wordt niet door het beginsel van scheiding van kerk en staat uitgesloten.

Het beginsel van kerk en staat verzet zich evenmin tegen financiële banden tussen kerk en staat. In tegendeel. Om iedereen in de gelegenheid te kunnen stellen vrijheid van godsdienst te belijden kan het voorkomen dat de overheid daarvoor extra faciliteiten biedt, zolang de overheid zich maar neutraal opstelt en opereert binnen de grenzen van het gelijkheidsbeginsel.

Deze conclusie geldt nadrukkelijk ook met betrekking tot de islam.

In de inclusieve visie op neutraliteit van de overheid staat niet de vraag centraal wat binnen het privé en publiek domein valt, maar gaat het om een gelijke en proportionele behandeling van verschillende religies en levensovertuigingen die recht hebben om zich in het publieke domein te manifesteren. Vanuit deze visie dient de overheid in gelijke mate ruimte te geven aan alle religieuze en levensbeschouwelijke groepen.

De compenserende visie op neutraliteit van de overheid gaat ervan uit dat de overheid vanuit het gelijkheidsbeginsel de mogelijkheid heeft voorwaarden te scheppen zodat alle religieuze en levensbeschouwelijke groepen in de samenleving gelijk geëquipeerd zijn om aan het maatschappelijke verkeer deel te kunnen nemen.

Subsidiering van moskeekoepels en/of (migranten)kerken zijn een instrument in deze maatschappijvisie om ongelijkheid weg te nemen en iedereen ongeacht religieuze of levensbeschouwelijke achtergrond volwaardig deel te laten nemen aan de samenleving; dergelijke subsidie kan ten goede komen aan de sociale cohesie binnen de samenleving.

Ons College volgt in de regel een inclusieve neutraliteit van de (lokale) overheid. In voorkomende gevallen kunnen er zich omstandigheden voordoen waarbij de maatschappijvisie van de compenserende neutraliteit ook voor ons College de meest geëigende is. Een keuze voor compenserende neutraliteit zal telkens opnieuw moeten worden beargumenteerd.

Passages uit de notitie Scheiding Kerk en Staat, opgesteld door het college van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam, 28 juni 2008.