Geef meer aandacht aan levende orgaandonoren

Marcel Canoy stelt terecht het Spaanse systeem van orgaandonatie ten voorbeeld (NRC Handelsblad, 13 juni). Spanje heeft o.a. een speciale nationale organisatie en een netwerk van coördinatoren, waardoor het de meeste postmortale donoren ter wereld kent. Echter: Nederland heeft dit soort maatregelen al getroffen. Wij hebben al coördinatoren bijvoorbeeld. Ook Canoys opmerking dat de meeste transplantaties van verkeersslachtoffers komen, klopt niet: hersenbloeding en -infarct zijn de eerste oorzaken.

Het probleem in Nederland is dat een wilsbeschikking bij 80 procent van de volwassen bevolking ontbreekt of niet positief is en dat bij familieraadpleging de ruime meerderheid niet met donatie instemt. Zelfs bij positieve registratie zegt 10 procent van de families, die altijd geraadpleegd worden, `nee`. Daar tegenover staat dat in Spanje, waar geen registratiesysteem is, slechts tot 20 procent van de families `nee` zegt. Dat heeft te maken met de Spaanse mentaliteit, maar ook met goede familieverhoudingen, bekendheid met de wens van de overledene en de benadering door het ziekenhuis. Juist het door minister Klink verworpen Actieve Donor Registratie-systeem beoogt het maken van een keuze te bevorderen. De minister wil nu meer positieve overheidsvoorlichting en nieuwe mailings. De kans dat het veel uitmaakt is klein. De politiek blokkeert structureel elke vorm van verplichting. In de praktijk neemt daardoor de levende donor het over: het aantal is vier keer zo hoog als tien jaar geleden. Het komt echter nog steeds voor dat verzekeraars, werkgevers of instanties dwarsliggen of dat de operatie een wachttijd kent. Het belangrijkste wat we daarom nu kunnen doen is de levende donor beter en ondubbelzinnig ondersteunen.