Gastouders verdienen nog niet eens op bijstandsniveau

In de voortgaande discussie over kinderopvang door gastouders valt mij één ding op: de gastouders, oftewel de `werknemers` in deze branche, zijn bij deze discussie niet betrokken.

Staatssecretaris Dijksma zit aan tafel met BOink, de MOgroep en de Branchevereniging van de ondernemers in de kinderopvang. Overheid, klanten en bedrijfsleven zijn dus vertegenwoordigd; de werknemers niet. Een vreemde én onwenselijke situatie.

Zo zijn gastouders niet in loondienst en ontvangen zij geen loon, maar een `vergoeding`. Dit betekent in de praktijk dat het gastouderbureau geen werkgever is en dus geen sociale premies en belasting inhoudt; de gastouder dient dit zelf te regelen. Er is geen doorbetaling bij ziekte en vakantie, om over pensioenopbouw maar te zwijgen. Veel gastouderbureaus denken dit op te lossen door schaamteloos te verwijzen naar de aftrekposten die het werk met zich meebrengt mits de gastouder een goed verdienende fiscale partner heeft. Verder schroomt men niet om te verwijzen naar de `hoge` verdiensten van soms wel 8.000 euro bruto per jaar. Dat is nog niet eens het niveau van bijstand.

Natuurlijk kan men de werkzaamheden van de gastouder als een vorm van vrijwilligerswerk zien. Echter, de gastouderbureaus verdienen buitensporig veel aan de kinderopvang middels gastouders. Dergelijke verdiensten passen niet in een systeem dat werkt met vrijwilligers.

Waarom toch voor deze belangrijke maatschappelijke dienst zulke afwijkende regelingen maken? Waarom moet een grote groep van voornamelijk vrouwen onderbetaalde arbeid verrichten om een andere grote groep van voornamelijk vrouwen te verleiden tot het nemen van een ongetwijfeld beter betaalde baan buitenshuis? Mijns inziens betaalt hier de ene vrouw de prijs voor de emancipatie van de andere. Hier ligt een taak voor een vrouwenorganisatie en/of minister van Emancipatiezaken Plasterk.