‘Een goede plaat herken je aan het intro’

Ze kopen hun elpees overal: op internet, in obscure tweedehands winkels, op straat tijdens Koninginnedag. Dj Maestro en producer Perquisite mixen en sampelen om het publiek te kunnen verleiden met jazz.

DJ Maestro (Martijn Barkhuis) Foto Andreas Terlaak DJ Maestro | Martijn Bakhuis | Amsterdam 19-06-2008 Terlaak, Andreas

De show is nauwelijks begonnen als Benjamin Herman het podium opstormt. Stop, gebaart hij naar de diskjockey. Die zet abrupt de muziek uit. Onder zijn arm klemt Herman, bandleider van het populaire New Cool Collective, een groot bord met daarop het getal 250.000. Het geval doet denken aan zo’n uitvergrote cheque waarmee een hele straat wordt rijk gemaakt. Maar deze ‘cheque’ is voor dj Maestro, die zo-even de muziek heeft uitgezet. Hij heeft 250.000 exemplaren van ‘zijn’ Blue Note Trip verkocht.

Souljazz is populair. Martijn Barkhuis (38), alias dj Maestro, weet dat. Niet alleen ontvangt hij een onderscheiding voor zijn Blue Note Trip, een serie cd’s met daarop up- en downtempo nummers uit de catalogus van het wereldberoemde label, ook organiseert hij een reeks souljazz-avonden in het Amsterdamse poppodium Melkweg.

Het succes schuilt grotendeels in het hergebruik van oude muziek. Diskjockeys en producers krijgen prijs na prijs voor hun mixen, remixen en gesampelde versies van liedjes uit de vorige eeuw. Een week nadat Maestro is gelauwerd, krijgen Pete Philly en Perquisite de Amsterdamse Kunstenprijs voor hun cross-over waarin ze jazz met hiphop, klassiek en wereldmuziek mengen.

Perquisite en Maestro hebben niet alleen een prijs gemeen. Voor beiden geldt dat ze oude jazz toegankelijk maken voor een jong publiek, dat zich in eerste instantie niet richt op jazz. Pieter Perquin (26), alias Perquisite, neemt delen van oude nummers op om die te hergebruiken, te sampelen. Daarbij draait het niet alleen om jazz maar ook om klassieke strijkers, Afrikaanse percussie en Latijns-Amerikaanse ritmes.

Het levert een onverwacht moderne en melodieuze mix op. Op hun recente album, Mystery Repeats, zijn de lome beats van Perquisite verwarmd door jazzy basloopjes en worden de raps van Pete Philly omarmd door kokette trompetstootjes.

Maestro op zijn beurt, frist oude jazznummers op, remasteren, om deze vervolgens te combineren met modernere jazz, zodat er „bijna een nieuw nummer” ontstaat. Op zijn laatste album Birds and Beats bijvoorbeeld, wordt Art Blakey’s Along Came Betty gevolgd door de veel jongere Raul Midón. „Daardoor komt het oude Along Came Betty in een heel ander daglicht te staan.”

Het is een week na zijn optreden in de Melkweg en Maestro zit ontspannen in zijn appartement in Amsterdam-Zuid. In de woonkamer, tegen een platenkast, prijkt de ‘cheque’. Nonchalant en toch ook demonstratief. Want de diskjockey staat niet bekend als een bescheiden man. Hij is gedreven en ambitieus.

Daarom ook verbaasde het dat hij tijdens de uitreiking zei dat de prijs moest worden opgedragen aan de muzikanten – niet aan de diskjockey. „Ik meende wat ik zei. Een dj is een gids die zijn publiek bij de hand neemt.”

Zijn Blue Note-serie is een voorbeeld van die gidsfunctie, zegt hij. Voor de albums put hij uit zijn verzameling vinyl. Naar schatting tienduizend elpees heeft hij, gerangschikt in kasten tegen de muren. Maar hoe haalt hij daar nu een ‘Blue Note Trip’ uit?

Voor Birds and Beats selecteerde hij vierhonderd nummers. Daarvan kwamen er uiteindelijk veertig op het album. Dat selectieproces is moeilijk in woorden te vangen. Voor de opening van zijn cd’s kiest hij altijd een van zijn lievelingsnummers. Dat wordt de leidraad voor de rest van het album. Daarna wordt het „een gevoel dat moet kloppen”.

Een goede plaat, zegt Maestro, herkent hij aan het intro. „Dat moet je pakken.” Na het intro zet hij de naald in het midden van de plaat, voor de groove. „Die bestaat uit een pakkend ritme en, in mijn geval, een vleugje funk.”

Dan is er ook nog het criterium ‘trip-waardig’. Want de liedjes moeten wel de doorgaans niet in jazz gespecialiseerde kopers van de Blue Note-serie aanspreken. Daarom zoekt hij naar vocalen. „Dan kom ik al gauw uit bij Donald Byrd en Horace Silver.” Daarom ook worden complexe ritmes en uitgesponnen solo’s geweerd.

Even verderop, in de Pijp, woont Perquisite. In een kleine kamer, ingeklemd tussen de keuken en de badkamer, heeft hij zijn studio. Perquisite maakt vooral gebruik van flarden geluid. „Sounds”, noemt hij dat. Van elpees haalt hij stukjes muziek die hij opslaat in de computer. Vervolgens gaat hij luisteren, vaak urenlang. Van het ene nummer neemt hij een snaredrum, van het andere een bassdrum. Hier hoort hij een gitaar, daar een viool. Meestal gaat het om slechts één geluid – nooit neemt hij hele loops. Op die manier, zegt hij, bouwt hij gestaag, laag over laag, een nieuw nummer op, met een nieuwe, eigen melodie.

De luisteraar kan er slechts naar raden. Mystery Repeats, het titelnummer van het laatste album, bestaat uit slechts enkele lagen: Perquisite programmeerde een drumbeat, sampelde een viool, speelde op cello een baslijn in en speelde daar zelf toetsen overheen. Het nummer Last Love Song daarentegen bestaat uit wel veertig lagen.

Hun klassieke muzikale opvoeding heeft beide mannen geholpen. Maestro speelde jarenlang altviool; Perquisite speelt cello. Hoewel Maestro zijn viool op zijn vijfentwintigste aan de kant legde, („ik kreeg een enorme hekel aan repeteren”) heeft de klassieke opvoeding wel zijn muzikale gehoor gevormd: „Ik hoor direct wanneer een mix vals klinkt.” En al speelt Perquisite nauwelijks klassieke muziek meer op zijn cello, „ik weet daardoor wel hoe muziek is opgebouwd”.

Beiden delen een voorliefde voor vinyl. Ze kopen hun elpees overal: op internet, in obscure tweedehands winkels, op straat tijdens Koninginnedag. Hoewel de spoeling steeds dunner wordt; Maestro kwam afgelopen 30 april met lege handen thuis.

Hun kamers worden gedomineerd door platenkasten, tot in de slaapkamers aan toe. Maestro heeft voornamelijk jazz, maar Perquisites verzameling weerspiegelt de ongewone combinaties die je ook in zijn muziek aantreft. Rachmaninoffs pianoconcerten no. 3 prijken er naast Michael Jacksons Bad; Jacques Brel staat naast Musik aus der Zeit des Hundertjahrigen Krieges. Perquisites ongewone combinaties leiden tot juichende kritieken en een groeiend aantal aanhangers; in het najaar toeren Pete Philly en hij voor de vijfde keer met hun band door Europa. Ook dj Maestro oogst succes; sinds mei organiseert hij wekelijks een dansavond in Amsterdam.

Maar jazzpuristen gruwen ervan, met name van Maestro’s soulvolle jazz. Ze menen dat hij de essentie van de jazz wegneemt: het ongewisse van de improvisatie, de complexiteit van de ritmes; juist de elementen waarop het lastig dansen is. In het verleden is hem verweten dat hij muziek voor huisvrouwen draait. Die kritiek heeft hem pijn gedaan, dat zegt hij eerlijk, maar tegenwoordig trekt hij zich van zulke opmerkingen minder aan.

En mocht dat niet lukken, dan kijkt hij naar de ‘cheque’ tegen de platenkast.

DJ Maestro draait zaterdag 12 juli om 21.15 uur in de Tigris-zaal Pete Philly & Perquisite spelen zondag 13 juli om 22.30 uur in de Yukon-zaal