‘Duitsers raken niet gauw in paniek’

Dinsdag is Bert van Marwijk bondscoach van het Nederlands voetbalelftal. „Geluk kun je afdwingen. Duitsers kunnen het. Wij minder.”

Bert van Marwijk: „Rust en overzicht bewaren. Dat is het moeilijkste van het voetbalspel.” Foto NRC Handelsblad, Rien Zilvold rotterdam bert van marwijk foto rien zilvold Zilvold, Rien

Van grote afstand heeft de toekomstige bondscoach het Europees kampioenschap gevolgd. In een vakantiehuisje aan de Europese zuidkust bekeek hij met de familie elke voetbalwedstrijd. Heel graag had Bert van Marwijk het toernooi van nabij meegemaakt, maar hij heeft zich bewust afzijdig gehouden. „Mijn werk begint pas op 1 juli”, verklaart hij aan de telefoon. „Ik wilde Marco van Basten rustig zijn werk laten doen. Was ik er geweest, dan was iedereen steeds op me afgesprongen. Daarom ben ik maar op vakantie gegaan.”

Ook uitnodigingen voor analyses voor televisie en kranten sloeg hij af, zolang het Nederlands elftal nog meespeelde. Het was wel anders nu, kijken naar een groot toernooi. „Normaal kijk ik altijd als liefhebber, maar dit keer moest ik kijken als trainer. Dat is heel anders. Nu analyseerde ik meer, als liefhebber leef je meer mee. Of het nu Oranje was of Duitsland of Spanje. Wat gebeurt er, wat kun je ervan leren. Wat kan ik meenemen als ik straks bondscoach ben?”

Zeker als vakman viel het toernooi hem niet tegen. Alleen Griekenland-Zweden was in zijn ogen matig. „Alle ploegen speelden met aanvallende bedoelingen. En nog opvallender vond ik dat het zo’n sportief toernooi was. Normaal zie je in internationale wedstrijden dat er rekeningen worden vereffend op het veld. Maar nu waren de spelers heel vriendelijk voor elkaar. Zelfs na een nederlaag zag je verliezers de winnaars omhelzen. Dat komt natuurlijk omdat de meeste spelers elkaar kennen en voor dezelfde club spelen in Engeland, Spanje, Italië of Duitsland. Dat was er vroeger veel minder.”

Hoe bewonderend hij ook kan zijn voor de aanvallende bedoelingen, de manier waarop er verdedigd werd vond hij vaak schrijnend. „Erg kwetsbaar. Behalve Spanje dan. Aanvallers en middenvelders moesten zich uit de naad lopen om mee te verdedigen. Dat vraagt om goed kunnen omschakelen, vertrouwen in elkaar hebben en uithoudingsvermogen. Het gaat er nu om als team, als collectief, te verdedigen. Wanneer zet je druk? Reageert iedereen op het juiste moment? Dat is verschrikkelijk moeilijk. Terwijl je vroeger als aanvallers rustig kon rekenen op types als Jaap Stam en Adri van Tiggelen. Die knapten het wel op. Je ziet dat soort voetballers vooral bij Spanje nog. Zelfs de Italiaanse verdedigers waren meer voetballers dan schavers.”

Neem de Russen, zoals ze tot voor de wedstrijd tegen Spanje speelden. „Heel goed voetbal, vooral in de as van het veld. Dat had ik een paar weken geleden al eens gezien bij een oefenwedstrijd tussen Rusland en Litouwen. Een erg goed team. Allemaal goede voetballers, en allemaal hunkerden ze naar succes. Daar heeft Guus Hiddink goed op ingespeeld. Een jong en fris team. Dat zag je vooral tegen Nederland. Wat er in de eerste wedstrijd tegen Spanje misging, ging tegen Nederland erg goed. Als coach kun je blij zijn na een slechte wedstrijd wanneer die nog niet beslissend is. Dat biedt ruimte voor meer accenten, nog meer motivatie, nog meer scherpte. Verliezen is vaak leerzamer dan winnen.”

Motivatie is volgens Van Marwijk het toverwoord. De mentale kracht speelt steeds meer een belangrijke rol. „Nederland was supergemotiveerd tegen Italië en Frankrijk. Vanaf de loting leefde iedereen toe naar die wedstrijden. Die moesten worden gewonnen. Ik heb het vorig jaar ook met Feyenoord meegemaakt. We moesten de eerste wedstrijd ‘uit’ tegen Utrecht. Een beter begin kun je je niet wensen. Die moet je winnen. Als je thuis had gespeeld, was de motivatie aanzienlijk minder geweest. Zo ook met Oranje. Tegen Italië en Frankrijk heb je niets te verliezen. Daar hoef je als coach niets voor te doen. Wij kunnen van ieder land winnen. Maar we winnen statistisch maar een van de acht wedstrijden tegen Italië, Frankrijk, Brazilië en Duitsland. Dat is heel even mooi, maar dan speel je tegen Rusland en is Nederland de favoriet. Wat dan? Kijk, en dat is Nederlands. Dan is het vaak helaas al gauw over.”

Daarom heeft hij zoveel respect voor Duitsers en Italianen. Altijd favoriet en vaak toch winnen. „Die hebben een geweldige mentaliteit en een bijna eeuwige motivatie. Dat is moeilijk op te brengen. De Champions League winnen, de wereldtitel winnen en toch weer gaan en heel blij zijn als er wéér wordt gewonnen. Zoals in 2006 de dertigers bij de Italianen stonden te stralen van blijdschap omdat ze wereldkampioen waren. Dat was heel bijzonder. Weer ervoor gaan en weer winnen. Nu is het dan over met die oude Italianen. Maar de mentaliteit van die mannen vind ik fascinerend. Duitsers kunnen het altijd. Nederlanders toch minder, helaas.”

Van Marwijk werkte bijna drie jaar als coach van Borussia Dortmund. Duitsers leggen zich nooit neer bij een slecht resultaat, weet hij. „Hoe kwetsbaar Duitsland als team ook is, ze raken niet gauw in paniek en worden niet moedeloos. Ze vertrouwen op hun karakter. Geluk kun je afdwingen. Dat is hun natuurlijke motivatie. Dat moet je hebben als je de gedoodverfde favoriet bent. En dat hebben Duitsers. Zoals tegen de Turken, gaan en toch winnen in de laatste minuut. Dat is toch fantastisch.”

En Nederlanders dan? „Wij zijn een raar volkje. Het is nooit goed, gauw negatief. Maar als het wel goed is, is het ineens fantastisch. Dan slaat iedereen door naar de andere kant. De spelers en de coach blijven wel rustig. Daar heeft Van Basten echt alles aan gedaan. Maar als de media en de kenners die eerst zo negatief waren, plotseling hun kop verliezen, moet je van goeden huize komen om de rust te bewaren.”

Een goed resultaat is het ideale moment voor een coach om kritisch te zijn, weet Van Marwijk. „We hebben goed gespeeld tegen Frankrijk, maar heel veel kansen weggegeven. Daar mag je als coach nooit aan voorbijgaan. Al die kansen op een rij zetten en analyseren waarom dat gebeurde. ‘En als Italië wél had gescoord in de beginfase? Jongens, we hebben goed gespeeld, toch ontbreekt er iets.’ Die dingen. Wat de media en fans ervan vinden is onbelangrijk. Spelers en coach weten zeker wat belangrijk is, maar anderen kunnen je gek maken. Dat is het moeilijkste bij topsport. Het zijn ook mensen.”

Duitsers, zij weer, kunnen daar volgens Van Marwijk heel goed mee omgaan. „Kijk maar, ze staan er als het moet. Daarom heb ik zoveel respect gekregen voor die sporters. En voor een coach als Alex Ferguson. Altijd bezig met kritiseren, motiveren, kritiseren, motiveren, nog beter maken. Afscheid durven nemen van verzadigde spelers, hoe populair ze ook zijn. Ze wisselen als het moet. Zie die Spaanse coach. Spanjaarden zijn altijd favoriet, maar altijd wilden ze mooi voetballen. Een beetje Nederlands dus. Nu zie je dat er meer van ze wordt gevraagd. Natuurlijke motivatie. Die coach doet dat heel goed. Winnen doe je niet zomaar. Ik heb Spanje getipt.”

De sport wordt beter, sneller en fysieker, merkt Van Marwijk. Er wordt meer gevraagd van voetballers. „Vroeger liet je als aanvaller het verdedigende werk opknappen door verdedigers. Nu moet je het kunnen opbrengen bij balverlies mee te blijven doen. En het gaat tegenwoordig verschrikkelijk snel. Ik herinner me de Champions League-finale Manchester United-Chelsea in mei. Dat was geen vloeiend voetbal. Maar het ging zo ongelooflijk snel. Het komt steeds meer aan op handelingssnelheid. En dan bedoel ik niet: snel met een bal kunnen omgaan. Maar zijn waar je moet zijn. Dat is niet een kwestie van hardlopen, maar van kijken. Zien hoe je staat, waar je staat. Rust bewaren en overzicht bewaren. Dat is het moeilijkste van het spel.”

Hoe ga je als coach en vooral als speler om met emoties. De druk van buiten is immens groot. Van Marwijk verwijst naar zijn actieve periode als voetballer. „Bij Go Ahead kwamen we drie keer per jaar op televisie, tegen Ajax, Feyenoord en PSV. Dan zei ik ’s avonds tegen mijn vader als we voor zo’n zwartwit-televisie zaten: ‘Kijk pa, daar boven in beeld loop ik’. Nu is elke wedstrijd op televisie. Je speelt voor 50.000 toeschouwers. De media zitten er bovenop. Alles ligt onder een vergrootglas. Ik stuurde bij Borussia Dortmund Nuri Sahin als 17-jarige het veld in, voor 80.000 toeschouwers. Iedereen kende hem meteen, iedereen stortte zich op hem. Is het gek dat sommige sporters op hun 26ste of 27ste jaar mentaal opgebrand zijn? De mentale druk wordt steeds groter. Je bent als voetballer van iedereen. En altijd moet je het goed doen.”

De topvoetballer zou dus meer psychologische begeleiding nodig hebben? „Nou ja, sommige spelers hebben een natuurlijk motivatie. Die groeien naar mate de spanning vordert. Maar dan nog. Wat kan een mens verdragen? Ik zeg niet dat psychologische steun flauwekul is. Maar wie moet ik als coach raadplegen? De ene psycholoog zegt dit, de andere dat. Ik zeg: de beste psychologen zijn geboren psychologen. Niet eentje die toevallig gestudeerd heeft. En hij moet sportachtergrond hebben, op hoog niveau hebben gesport. Hij moet ook hebben gepresteerd voor 80.000 toeschouwers en zijn belaagd door supporters en media. Jorien van den Herik zei weleens: ‘Een psycholoog oké. Als hij maar geen boek heeft geschreven’.”

Wat neemt hij mee van dit Oranje? Van Marwijk wil er nog weinig over zeggen. „We hebben heel veel laten zien. Vooral aanvallend. Het scorend vermogen was erg hoog. Maar ja, verdedigend waren we erg kwetsbaar. Dat ligt niet aan het systeem, maar aan de spelers die je tot je beschikking hebt. Afgelopen seizoen is beweerd dat ik bij Feyenoord te defensief speelde. Maar degenen die kritisch waren, willen niet weten waarom ik zo moest spelen. Het gaat om welke spelers je tot je beschikking hebt. Ik heb wel een beetje moeten lachen om die kritiek. Ik hou echt van aanvallend voetbal. Of je nu met één diepe spits speelt, 4-5-1, 4-2-4 of weet ik wat voor systeem. Maar als spelers door blessures en schorsing wegvallen, moet je je spel aanpassen. Dan vallen al je aanvallende bedoelingen weg. Vergeet niet dat je met mensen bezig bent. Voetbal speel je niet op een computer.”