Debat over de publieke rede: hoeveel gemeenschappelijks hebben we nodig?

Heeft een samenleving een overkoepelend gemeenschappelijk idee nodig of is het voldoende als iedereen de wet respecteert en verder zijn gang gaat? Marc Leijendekker tekende een debat op tussen de in de VS werkende filosofen Glyn Morgan (Harvard) en Stephen Macedo (Princeton).

Glyn Morgan, politicoloog en filosoof

U bent in Nederland voor een discussie met Nederlandse filosofen over ‘publieke rede’. Die draait rond de vragen in hoeverre religieuze argumenten een rol mogen spelen in wetgeving en beleid. Daarin kun je twee aspecten onderscheiden: migratie en culturele verschillen, politiek op basis van religieuze overtuigingen in een seculiere samenleving.

Morgan: „Daar komt nog een derde aspect bij. Onderschat wordt de enorme hoeveelheid mensen die door de uitbreiding van de Europese Unie van oost naar west zullen komen. Kijk naar de Roma in Italië en Spanje, de Polen in Ierland en Engeland, de Roemenen en Bulgaren in veel landen. Die brengen een nieuwe cultuur met zich mee. Zij hebben bijvoorbeeld vaak minder ervaring met democratische spelregels.”

Macedo: „Laten we beginnen met de rol die religieuze overtuigingen kunnen hebben in de seculiere publieke ruimte. Ik zou zeggen: dat hangt van de argumenten af die religieuzen aandragen. Als die goed zijn voor heel de politieke gemeenschap, dan moet daar ruimte voor zijn. Barack Obama heeft dat helder gezegd: ‘Democratie vraagt erom dat mensen die religieus zijn gemotiveerd, hun zorgen vertalen in universele waarden in plaats van waarden die specifiek aan hun religie zijn verbonden. Dat vereist dat hun voorstellen worden onderworpen aan discussie en vatbaar zijn voor rede. Ik kan tegen abortus zijn om religieuze redenen, maar als ik een wet wil doorvoeren die dit verbiedt, kan ik niet simpelweg verwijzen naar de leer van mijn kerk of zeggen dat het Gods wil is. Ik moet verklaren waarom abortus een principe schendt dat hanteerbaar is voor mensen van alle geloven, met inbegrip van de mensen die helemaal geen geloof hebben.’ Het gaat dus om de vraag of het goed is voor het ‘wij’, voor de politieke gemeenschap. De argumenten die worden aangevoerd binnen kleinere religieuze gemeenschappen zijn niet noodzakelijkerwijs goed voor de grotere en bredere politieke gemeenschap.”

In de VS heeft religie een zichtbare plaats in de politieke sfeer. Veel Europese landen worstelen met een verleden waar religie eeuwenlang dominant is geweest in de publieke sfeer en waar juist, om de neutraliteit van de staat te handhaven, is gekozen voor een seculiere staat. Daarom staan we onwennig tegenover religieuze argumenten in het publieke debat.

Morgan: „In een democratische samenleving is het volslagen aanvaardbaar dat een groep probeert de regels te veranderen. Dat hoort bij een democratie.”

Macedo: „Nee, dat is te makkelijk. Democratie mag nooit ontaarden in tirannie van de meerderheid. Het is essentieel dat je probeert overeenstemming te krijgen over regels die goed zijn voor heel de politieke gemeenschap.”

U denkt verschillend over het hele idee van een politieke gemeenschap, of, in uw filosofische termen, van ‘publieke rede’. Als we kijken naar de culturele verschillen als gevolg van migratie, hoe verklaart u dan het relatieve succes van de VS en de worsteling hiermee in Europa?

Morgan: „De Amerikanen nemen integratie veel serieuzer dan de Europeanen hebben gedaan. Mijn zuster heeft zowel in Groot-Brittannië als in de VS lesgegeven. Zij constateerde dat de Amerikaanse basisschool er meer op is gericht om burgers te maken. Integratie is al vroeg aanwezig. In Groot-Brittannië ligt de nadruk op rekenen en lezen.”

Macedo: „In de negentiende eeuw probeerde men in de VS te voorkomen dat groepen immigranten bij elkaar gingen zitten. Mensen moesten zich mengen. Natuurlijk: het was een nieuw land, een nieuwe republiek. Daarom was men zich ook sterk bewust van de noodzaak een gedeeld burgerschap in het leven te roepen en dat te koesteren.”

Maar Morgan wijst dat bewust gecreëerde burgerschap juist af.

Morgan: „Wat mij niet aantrekt in het Amerikaanse model is de excessieve nadruk op burgerschap, op je plichten als burger. Het prettige van Europa is dat je niet wordt gevraagd dit patriottistische model over te nemen. Je bent vrij je eigen leven te leiden, je eigen gewoontes te volgen. En ik wil onderstrepen dat je integratie niet rationeel kunt organiseren. Dat verloopt via emotionele mechanismen, associatie met de vlag, het volkslied, een voetbalteam. Dat is een effectievere manier om te integreren.”

Macedo: „Ik ben het daar niet mee eens. Natuurlijk zijn parades en het juichen voor een voetbalteam, of simpelweg emotionele gehechtheid aan een bepaalde plaats, goed voor sociale en politieke integratie. Maar we hebben het idee nodig van een ‘publieke rede’, van iets wat we met z’n allen delen, om ervoor te zorgen dat we onze samenleving als legitiem en rechtvaardig ervaren.”

Morgan: „Het is genoeg als je een samenleving hebt waarin mensen de wet gehoorzamen en respect hebben voor elkaar. Je hoeft niet dieper te reiken. Je moet mensen niet dwingen iets te delen.”

Macedo: „Simpel de wet gehoorzamen is niet genoeg. In de Scandinavische landen, in Nederland en andere Europese landen is een model van sociale rechtvaardigheid ontwikkeld dat een enorme morele prestatie is, een verworvenheid. Sociale rechtvaardigheid, sociale voorzieningen. Mensen moeten een eerlijke start krijgen in het leven. Het is belangrijk dat mensen integreren rond die waarden, en niet alleen maar het idee dat je je aan de wet moet houden.”

Morgan: „Naarmate de Europese landen pluralistischer worden, zullen ze hun ideeën over solidariteit moeten temperen.”

Madedo: „Zo wordt migratie dus ook een kostenpost.”

Morgan: „Zeker. Naarmate de natiestaat plaatsmaakt voor een breder Europa, zullen de oude ideeën over solidariteit die hebben bestaan tussen ruwweg 1945 en 1985, afbrokkelen.”

Kijk nu eens naar voetbal en integratie. Hoe kijkt u aan tegen Nederlandse Turken die juichen als Turkije wint?

Morgan: „Ik kom oorspronkelijk uit Wales. En in Wales en Schotland juichen we voor het team dat tegen de Engelsen speelt. We zijn ook echt blij dat de Engelsen niet meedoen aan het EK.”

Maar dan spreekt u over gescheiden geografische eenheden. Hier gaat het om buren.

Morgan: „Ik vind dat volstrekt aanvaardbaar. De samenleving kan overleven met heel wat onenigheid tussen mensen.”

Macedo: „Let op zijn woorden. Overleven. Hij suggereert ook dat door verdeelde loyaliteiten er minder aandacht is voor sociale rechtvaardigheid. Dat is een verlies. Kijk ook naar het onderzoek van (socioloog Robert, red.) Putnam. Er zijn aanwijzingen dat als de samenleving heterogener wordt op het gebied van ras en etniciteit, dat dan op de korte en middellange termijn de onderlinge solidariteit daalt.

„Ik vrees dat Europa op een aantal punten zal gaan lijken op Amerika: een immigrantensamenleving, met meer diversiteit, en dat kan heel positief zijn, maar ook een samenleving waarin mensen minder positief betrokken zijn bij elkaars welzijn.”

Morgan: „Ik denk dat Nederland heel goed kan voortbouwen op zijn traditie van zuilen waarin mensen in een eigen sfeer leven, met daarnaast een aantal algemene basisregels. Pogingen om een diepere integratie te smeden, mislukken. Dat kun je niet organiseren.”

Macedo: „Natuurlijk is het moeilijk. We leven in een tijd van verschillende gemeenschappen: etnisch, cultureel, religieus. De samenleving is divers, pluralistisch. Maar juist daarom is een extra binding nodig die ervoor zorgt dat er ook een politieke gemeenschap ontstaat. En dat is een aparte, overkoepelende gemeenschap met eigen morele eigenschappen. Daarom moeten we proberen met elkaar een ‘wij’ te vormen.”

    • Marc Leijendekker