De meester-improvisator

Zingen is voor Bobby McFerrin, dit jaar speciale gast op North Sea Jazz, een spirituele ervaring. „Als zanger ben je een ademend instrument.”

Bobby McFerrin Foto Francisco Vega/AFP TO-17191 14-FEBRERO-2008 MEXICO D.F. Concierto de Bobby McFerrin en el Palacio de Bellas Artes en la Cd. de Mexico. FOTO: FRANCISCO VEGA Clasos.com

Als een nomadenonderkomen in de zinderend hete woestijn glinstert de witte festivaltent op het zand van de renbaan. Het is vier uur ’s middags, misschien wel het warmste moment van de dag op het New Orleans Jazz & Heritage Festival. Binnen in de tent hangt een lome, afwachtende sfeer. Een paar honderd mensen zitten op klapstoelen, de programma’s wapperend tegen de warmte. Over de gehele breedte van de tent hangen kabels waaruit een fijne waterdamp vrijkomt die de hoofden van de bezoekers koel houdt. Op het podium staat alleen een vleugel, bedoeld voor de Amerikaanse jazzpianist Chick Corea. In luttele minuten zal hij met vocalist Bobby McFerrin een improvisatieconcert geven.

Het grootste misverstand over de 58-jarige Bobby McFerrin is dat hij alleen die zanger is van dat ene liedje, Don’t Worry Be Happy. Ja, dat is hij, maar eigenlijk is juist dát nummer een zijpad geweest in zijn carrière. Evenals de tune van de The Cosby Show. McFerrin mag dan bij een groot publiek te boek staan als zingende jazz- en popclown boordevol stemmetjes en geluidjes – dat is niet terecht. Hij geldt als meester-improvisator. Een stemacrobaat. Een zanger die zich door niets of niemand aan banden laat leggen.

Dit jaar zal hij op North Sea Jazz, als Artist in Residence, zich in verschillende bezettingen laten horen: met de NDR-bigband die hij tevens zal dirigeren, in triovorm met bassist/zanger Richard Bona en percussionist Alex Acuna, en solo met een keur aan speciale gasten.

Zingen is voor Bobby McFerrin, een tengere man met lange zilverkleurige dreadlocks en een onderzoekend stel ogen, een intense ervaring. In zijn trailer achter het podium omschrijft hij, vlak voor het optreden, zang als een spirituele ervaring. „Als ik zing, voel ik intense vreugde. Ik zing overal. En altijd op dezelfde manier, of ik nu op het podium sta, in mijn studio thuis, of met mijn kinderen door de bossen trek. Elk moment is even belangrijk.”

Volgens de vocalist staat zijn zingen dichtbij ‘het hele mens-zijn’. „Als zanger ben je een levend, ademend instrument. De klank zit zo dicht bij de geest, er staat niets tussen jou en de muziek. Ieder mens draagt zijn eigen stem met zich mee, of ze nu zangers zijn of niet.” McFerrins repertoire biedt een veelkleurige staalkaart van pop, jazz, folk tot klassiek en wereldmuziek. Met zijn stem en een scala aan vocale technieken beweegt hij zich moeiteloos door maar liefst vier octaven. Vocale verkenningen, noemt hij dat. Met zijn mond kan hij meerstemmige, polyfone klanken vormen; laag over laag. Opmerkelijk zijn ook zijn kunsten als mondpercussionist, zoals bijvoorbeeld te horen op zijn Blue Note-debuut Spontaneous Inventions uit 1986. Hij legt diepe baslijnen en drums afzonderlijk over elkaar neer, in aanstekelijke grooves of complexe ritmes.

Zijn talent ontdekte hij „just by singing”. „Ik sloot me dagelijks op, zette de taperecorder aan, begon klanken te vormen en luisterde mezelf terug. Andere vocalisten, andere stemmen meed ik expres. Want ik wist dat ik anders snel door hen beïnvloed zou worden. Door me af te sluiten van andere vocale invloeden was ik benieuwd naar wat er uit zou komen.”

De in New York geboren McFerrin werd opgevoed met operamuziek. Zijn beide ouders waren klassieke zangers. Zijn vader was de eerste Afro-Amerikaanse solist bij de Metropolitan opera. Toen Robert McFerrin de zangpartij van Sidney Poitier kon verzorgen in de vroege musicalfilm Porgy and Bess (’59) verhuisde hij met zijn gezin naar Hollywood. Aanvankelijk zag de jonge Bobby wat in de klarinet. Later switchte hij naar piano. Zijn eerste bandje op de middelbare school droeg de naam Bobby Mack Quartet.

Later, op de California State University, studeerde hij compositie en orkestratie. Op het Cerritos College volgde hij bigbandlessen. Zingen zou hij pas doen vanaf 1977 bij de band Astral Project in New Orleans en later op tournee met vocalist Jon Hendricks. In 1984 schreef hij geschiedenis met The Voice, het eerste vocale solo-album.

Vanaf die tijd is McFerrin zich breed gaan ontwikkelen als stemkunstenaar en werkte hij regelmatig samen met muzikanten als de pianisten Herbie Hancock en Chick Corea en cellist Yo-Yo Ma. Daarnaast manifesteerde hij zich de afgelopen jaren ook als dirigent bij diverse klassieke orkesten als de New York Philharmonic.

Nu, geïnspireerd door de solo-optredens van jazzpianist Keith Jarrett, is hij zich gaan toeleggen op compleet geïmproviseerde soloconcerten. „Het heeft mij altijd gefascineerd hoe Jarrett de moed had om gewoon het podium op te wandelen, aan zijn piano te gaan zitten en gewoon met iets te beginnen. Totaal uit het niets. Zoiets zag ik als zanger aanvankelijk niet voor me. Het leek me nodig om altijd een setlist met liedjes tot mijn beschikking te hebben. Het idee bleef me echter zó boeien, zingen zonder terug te kunnen vallen op een begeleider. Op een dag leek de tijd rijp het gewoon eens uit te proberen.”

„De eenvoud van solo-optredens trekt me het meest”, benadrukt hij. „Het is de grootste, zeer confronterende uitdaging. Ik ben totaal op mijzelf aangewezen.” McFerrin legt de lat expres heel hoog. Zijn eerste twee nummers dienen helemaal geïmproviseerd zijn. Geen maniertjes, geen kunstjes, geen crowdpleasers. „Ik weet nooit wat ik ga doen van tevoren. Ik laat me helemaal inspireren door de plek, het theater, het moment van de dag, mijn gemoedstoestand en vertrouw op mijn stem en mijn techniek.

„In eerste instantie negeer ik mijn publiek dan opzettelijk. Ik kan op dat moment aan niets anders denken dan aan wat er uit mijn mond zou kunnen komen. Opgelucht ben ik als men in het donker zit. Zo niet, dan sluit ik mijn ogen. Alles is van invloed op mijn vocale geavonturier. Ik zoek naar de juiste toon die past bij de sfeer. Vind ik die, dan zie ik mijn publiek eindelijk.”

Alweer tweeëntwintig jaar leidt de zanger zijn twaalfkoppige koor Voicestra – een eclectisch gezelschap uit onder meer de theaterwereld, jazz en klassieke muziek. Ook in dit koor draait het om improvisaties; elke noot, elk stuk is elk concert ter plekke bedacht. „Het is werkelijk een genot om zo te werken”, zegt McFerrin. „Het blijft voor mij een van de meest interessante muziekprojecten waaraan ik werk.”

Hij legt uit dat de leden van het koor in het begin een kring vormen en in stilte beginnen. „Als de muziek zich daarna ontwikkelt, of het nu jazz betreft, klassiek, Afrikaans of iets uitzonderlijks dat gebaseerd is op de pentatonische toonladder, dan voel je steeds meer energie ontstaan. Wanneer een van de koorleden de toon zet en het pad bepaalt in melodie, ritme en opbouw, kleuren we die daarna met zijn allen in.” Deze spontaniteit – of misschien is het wel de toename van lef en durf – slaat volgens McFerrin over op het publiek. „Je voelt dat de mensen in de zaal steeds enthousiaster worden. De muziek hypnotiseert.”

McFerrin heeft altijd graag gewerkt met grote groepen zangers. Of het nu geschoolde vocalisten zijn of eigen publiek. Vooral in zijn solo-optredens doet hij graag aan publieksparticipatie. Niet om een gezellige ‘singalong’ tot stand te brengen, maar juist om te onderzoeken of het mogelijk is om ook op die manier weer gezamenlijk muziek te creëren. Hier, op het jazzpodium op het festival in New Orleans, gaat dat moeiteloos. Terwijl Chick Corea in bijna meanderende pianofiguren en turbulente thema’s de uitdaging zoekt, komt McFerrin via een zachte jazzmelodie uiteindelijk terecht in een Afrikaans vraag -en antwoordspel. Het publiek mag de antwoorden geven.

Bobby McFerrin speelt vrijdag 11 juli om 18.00 uur in de Amazon-zaal (met NDR Big Band), zaterdag 12 juli om 17.30 uur in de Darling-zaal (met R. Bona en C. Baptisto) en zondag 13 juli om 20.15 uur in de Amazon-zaal (solo).