De lezer schrijft over het rookverbod in de krant

Ik heb de indruk dat elke keer dat in NRC Handelsblad (en andere media) bericht wordt over het komende rookverbod per 1 juli aanstaande, het perspectief van de roker, de rokende horecabezoeker of de rokende horecawerknemer prevaleert.

Ik lees zelden tot nooit iets over de opluchting van de niet-rokers (de meerderheid in Nederland) die straks eindelijk rookvrij uit eten kunnen gaan. Of weer eens naar de kroeg, zonder last te hebben van rookwalmen en stank. De grote groep mensen die wel erg blij is met het rookverbod.

Als de horeca uit zichzelf aan de behoefte aan rookvrij eten en borrelen was tegemoetgekomen, had hij geweten hoeveel klanten ze nu mislopen. Klanten die wel uit eten willen, maar het niet of weinig doen omdat ze niet in de rookwalm willen zitten.

Waarom kiest ook deze krant telkens voor het perspectief van de roker? Bestaat de redactie soms uit rokers?

Liesbeth Talmon

Den Haag

De krant antwoordt

Op het eerste gezicht heeft de lezer gelijk. In de berichtgeving over het aanstaande rookverbod in Nederland heeft de krant de afgelopen dagen vooral teleurgestelde rokers aan het woord gelaten en prominent in beeld gebracht, zelfs op de voorpagina.

Wie naar een iets langere periode kijkt, ziet een ander patroon. Sinds 1 januari van dit jaar stonden in deze krant twintig artikelen over het rookverbod, dat van kracht is of wordt in verschillende landen, waaronder Nederland en de Verenigde Staten. Het gaat om zestien nieuwsberichten, achtergrondstukken en reportages en vier columns. Die columns roken inderdaad sterk naar tabak. Drie waren van de hand van de verstokte roker S. Montag, die weliswaar vindt dat roken slecht is, maar die niettemin pleit voor gedoogcafés waar rokers ook na 1 juli aan hun trekken kunnen komen.

De vierde column was van Ilja Leonard Pfeijffer, die roken in het openbaar beschouwt als een verworven recht van schrijvers en andere kunstenaars, die hun inspiratie al eeuwen uit tabaksrook halen, met name in het café.

De zestien andere stukken bestonden voor de helft uit nieuwsberichten en die vielen keurig uiteen in berichten over ‘klagers’, zoals de casino’s en de horeca die inkomstenderving vrezen en berichten over te verwachten gunstige effecten van een rookverbod. Zo berichtten wij over een CPB-kostenbatenanalyse die pleit voor een rookverbod, en schreven wij uitgebreid over een studie waaruit blijkt dat bij een rookverbod in de horeca 40 procent van de jongeren niet met roken begint.

In de resterende acht stukken komen vermoedelijk iets meer rokers aan het woord dan niet-rokers. De laatsten waren overigens weer riant vertegenwoordigd in de lezersreacties die de bijlage Zaterdag &cetera over deze kwestie selecteerde en op de Opiniepagina, waar het pleidooi tegen het rookverbod van de rechtspsycholoog en sigarenroker Hans Crombag (maandblad M van juni) tot felle reacties leidde. Al met al is het moeilijk vol te houden dat de krant het perspectief van de niet-rokers stelselmatig onderbelicht.

Toch gaat dit ‘turven’ voorbij aan een belangrijk aspect: het perspectief van de rokers met hun dilemma’s is interessanter dan de voorspelbare opluchting van de niet-rokers. De case tegen roken is eenduidig. Roken is dodelijk en onvrijwillige meerokers ergeren zich op zijn minst aan de stank. De meesten van hen vinden dat er helemaal geen argumenten vóór roken zijn. Maar vanuit het perspectief van de roker ligt het minder helder. Hoe breed is bijvoorbeeld de grijze zone tussen individuele vrijheid en discriminatie? Tot hoever mag de staat zich bemoeien met de burger die zelf voor een ongezonde levensstijl kiest? Hoe bizar is een rookverbod in sigarenzaak of coffeeshop? Is roken niet beter te reguleren via de markt (zoals Crombag betoogde)? Hoe fanatiek zijn de ex-rokers onder de niet-rokers? En hoe gaan rokers om met hun schuldgevoelens? Zulke vragen lenen zich bij elkaar moeilijk voor een zwartwit-antwoord.

Deze krant, op liberale grondslag, is vanouds geïnteresseerd in de hoofdvraag over het verbod: de verhouding tussen staat en individu. In dit geval dus: tot hoever mag de overheid gaan met verbieden. Maar ook die andere kwesties rond het rookverbod, waar degenen die het verbod overkomt over nadenken, zijn nieuwswaardig.

Birgit Donker

Hoofdredacteur

Reacties:

nrc.nl/lezerschrijft

Nieuwe kwesties, voorzien van naam en woonplaats,lezerschrijft@nrc.nl