De inkapseling van de partij van het Woord

Embryoselectie ter voorkoming van ernstige erfelijke aandoeningen kan op ruimere schaal worden toegepast. Dat is wat staatssecretaris Bussemaker (Volksgezondheid, PvdA) enige weken geleden de Tweede Kamer meedeelde. Sinds gisteren is dat ook de praktische slotsom van nogal langdurig bakkeleien van de coalitie. Er vanuit gaande dat het kabinet Balkenende IV wil doorregeren, was een andere uitkomst niet goed denkbaar geweest. Gezegend is het land dat met een elektronenmicroscoop op zoek moet naar problemen, zou een cynicus zeggen. Maar uiteindelijk draait het om een wel degelijk wezenlijke strijd over de ethische grenzen van wetenschappelijk handelen en medische techniek. Alleen zijn de werkelijk principiële discussies op dit terrein al eerder beslecht.

De uitgangspunten van Bussemaker staan dan ook recht overeind in de medische praktijk van het Academisch Ziekenhuis in Maastricht. Alleen is haar nieuwe brief vier kantjes langer geworden dan haar eerdere schrijven. Die extra pagina’s worden besteed aan het uiteenzetten van behartenswaardige gedachten inzake de beschermwaardigheid van het ongeboren leven. Ook legt Bussemaker criteria vast die reeds worden toegepast. En zij codificeert de medisch-ethische commissie die zich buigt over individuele aanvragen van wensouders die kampen met een erfelijke ziekte in de familie. Nieuw is de gedachte van een landelijke vroedschap die moet uitmaken welke andere aandoeningen in de toekomst mogelijk ook voor de pre-implantatie genetische diagnostiek in aanmerking komen. Dit alles is, voor de goede orde, zoals te doen gebruikelijk. Binnen door de politiek opgestelde kaders komt de medische beroepsgroep tot verantwoorde besluiten.

Het Nederlandse systeem van brede coalities, zo betoogt staatsrechtsgeleerde Van den Berg in een recente column, is eigenlijk niet gebouwd op het type besluiten dat vraagt om een helder antwoord: ja of nee. Kwesties als de dekolonisatie van Nederlands-Indië, de plaatsing van kruisraketten, abortus of euthanasie waren niet per compromis op te lossen. Premier Balkenende (CDA) zei het gisteren na afloop van de ministerraad ook: er is geen compromis. Het was: „een goede weging van alle argumenten die een rol spelen, dat heeft geleid tot een afwegingskader.” Kortom, de kwestie is geherformuleerd, van alle emoties ontdaan, gedepolitiseerd en teruggebracht tot een juridische procedure. De saaiheid van de Nederlandse politiek is, daarin heeft Van den Berg gelijk, tegelijkertijd haar kracht als politici inventief zijn bij het vinden van een oplossing.

Enige speciale aandacht verdient daarbij in retrospectief wel het optreden van vicepremier Rouvoet (ChristenUnie). Hij vond het nodig om Bussemaker publiekelijk te laten afgaan, door intern te dreigen met een kabinetscrisis en te eisen dat haar brief werd ‘hernomen’. Interessant was hierbij de redenering van de minister voor Jeugd en Gezin. De eerste brief van de staatssecretaris ging in tegen „de geest van het regeerakkoord”. Voor de leider van een partij wier fundament ligt in het Woord, was dat beroep op zoiets katholieks als de ‘geest’ eigenlijk al een veeg teken. De conclusie is dat Rouvoet een regendans heeft gedaan rond de principiële totempaal van de ChristenUnie. Vervolgens heeft de partij gekozen voor de regeringsmacht. En zo wordt een beginselpartij door het Nederlandse coalitiesysteem omgevormd tot een partij die regeringsverantwoordelijkheid kan dragen. Dat gaat stap voor stap en, tot nu toe, zonder vallen.