De essentie van Frank Sinatra vangen

Cabaretier Hans Teeuwen en muzikant Benjamin Herman delen al jaren een liefde voor dezelfde zanger. Een dubbelgesprek over de perfectie van Frank Sinatra. „Hij heeft iets dat ik in andere muziek mis.”

In cabaretclub Toomler, in de kelder van het Hilton in Amsterdam, staan vijf muzikanten met hun rug naar de zaal. De drummer heeft een glas appelsap op zijn trommel staan. Rechts zit Hans Teeuwen op de rand van het podium. De brushes ritselen, de gitarist speelt een tinkelend akkoord. Teeuwen neemt een slok cola en zingt een frase, begeleid door een luchtig pianoloopje.

„Beter zo?” Teeuwen kijkt vragend naar de gitarist naast hem.

„Wel een beetje slick”, antwoordt hij.

„Dat zijn onze liedjes toch allemaal”, de gitarist lacht.

Ze spelen verder. Teeuwen zet zijn flesje neer en zingt: „What do I do with a young girl like you?” Saxofonist/bandleider Benjamin Herman leunt peinzend op een microfoonstandaard. De muziek ebt weg.

„Misschien moeten we nog een repetitie afspreken”, zegt Herman. „Wat nu rammelt, valt de volgende keer gewoon op zijn plaats, dat heb ik met New Cool ook altijd.”

Het is een warme dag. De muzikanten dragen slippers en korte mouwen. Ze pakken hun agenda voor een volgende repetitie. Dan kleden ze zich om voor de foto. Als de ‘Reservoir Dogs van de jazz’ – zwarte pakken, witte overhemden en achterovergekamd haar – lopen Teeuwen, Jesse van Ruller (gitaar), Ruben Hein (piano), Benjamin Herman (altsax), Joost Kroon (drums) en Kasper Kalf (bas) de deur uit.

Na de fotosessie komen Teeuwen en Herman terug in de kelder en gaan aan tafel zitten.

We praten over Hans Teeuwen Zingt, het programma waarmee ze sinds ruim een jaar overal optreden. Op 11 juli op North Sea Jazz zal de band optreden en zingt Teeuwen nummers als Witchcraft, Pennies From Heaven en Angel Eyes, geschreven door songschrijvers als Cole Porter, Rodgers & Hart en Cy Coleman, en beroemd geworden in versies van onder meer Bing Crosby en Ella Fitzgerald en Frank Sinatra.

Onder leiding van Benjamin Herman, voorman van de eigentijds stomende jazzband New Cool Collective, werden in 2006 een aantal muzikanten bij elkaar gezocht. De optredens gingen eind dat jaar van start. Meteen in grote zalen, want Teeuwen, tot dan toe bekend als cabaretier, kan naar eigen zeggen „niets meer anoniem doen”. „Dus konden we net zo goed groot beginnen”, zegt hij schouderophalend.

Volgens Benjamin Herman moest het publiek wennen aan de zingende Teeuwen. „Vooral in het begin zag je de mensen in de zaal verwachtingsvol kijken: Wanneer komt de grap? Maar de grap komt niet. Dit is een ander soort optreden.”

Teeuwen: „Als die shock verwerkt is, zie je het publiek meestal toch overtuigd raken. Ook degenen die niet per se van jazz houden, die misschien in eerste instantie voor mij komen, kunnen we toch winnen voor deze muziek.”

Hans Teeuwen Zingt is te beschouwen als een eerbetoon aan Frank Sinatra. Dat is ook wel te merken. Een groot deel van de nummers zoals Angel Eyes, The Lady Is A Tramp, Fly Me To The Moon werd bekend door de uitvoering van de Amerikaanse zanger.

Maar waarom Sinatra?

Sinatra, zeggen de twee in koor, is ‘ontzagwekkend’, ‘dynamisch’ en ‘pregnant’. „Acht jaar lang heb ik non-stop naar hem geluisterd”, zegt Teeuwen. „Ik heb zijn optredens op dvd bekeken. Toen ik zo gegrepen raakte door Sinatra, bedacht ik dat dat iets betekent. Namelijk dat hij iets heeft dat ik in andere muziek mis.

„Ik probeerde er achter te komen wat dat precies is. Ik dacht na over de essentie van Sinatra, en, in een moeite door, over de vraag hoe je die kunt combineren met alles wat we na Sinatra over muziek geleerd hebben.”

Filosoferend over de vraag waar de kwaliteit van de Amerikaanse zanger precies in zit, strooien Herman en Teeuwen begrippen op tafel.

Herman: „Dat gedecideerde van hem.”

Teeuwen: „Ja, het idee ‘Ik ben de wet’.” Hij slaat een hand op tafel: Bam!

Herman: „Zijn stem had hij steeds paraat, die was altijd dáár.”

Teeuwen: „Als je hem bij optredens bezig zag, leek het losjes. Maar hij was supergeconcentreerd.”

Herman: „En z’n timing..”

Teeuwen: „Die is perfect. Niemand heeft zo’n swing in zijn stem, puur door timing. Ray Charles is goed, maar Sinatra is een klasse op zich.”

Benjamin Herman staat op om iets te drinken te halen. Teeuwen steekt een sigaret op. „Nu luister ik er niet zoveel meer naar”, zegt hij. „Ik ken het door en door. Net zoals ik niet meer naar Monty Python kijk, dat heb ik zo vaak gezien dat het deel van mijn wezen is geworden.

„Of Charlie Parker. Naar hem heb ik ook ooit twee jaar lang onafgebroken geluisterd. In een van mijn programma’s zong ik mee met een saxofoonsolo van Parker. Die heb ik nooit hoeven oefenen. Door zo vaak te luisteren zat het al in me.”

Ging het met Sinatra’s manier van zingen ook zo? „Waarschijnlijk. Ik zong altijd met de platen mee, niet om te studeren, gewoon zomaar. Uiteindelijk kende ik de nummers noot voor noot.”

Teeuwen neemt een slok cola. „Het is niet de bedoeling dat mijn stem klinkt als die van hem. Het gaat om de manier waarop hij het swingend maakte, die swing probeer ik te bereiken.”

Voor hun uitvoeringen van al die bekende liedjes – de show wordt op de posters aangekondigd als ‘Hans Teeuwen Zingt Liedjes Die Door Anderen Veel Eerder, Veel Vaker En Veel Beter Zijn Gezongen’ – zochten Teeuwen en Herman een vorm die op de loer liggende gezapigheid zou voorkomen. Daarom vroegen ze voor de band een aantal jonge muzikanten bij wie ook evergreens als Angels Eyes of Pennies From Heaven nog fris klinken. „Want je moet na afloop wel een schouderklop van je vrienden kunnen krijgen’, aldus Benjamin Herman.

De uitvoeringen, zoals ook te horen op de concertregistratie Hans Teeuwen Zingt, klinken nu verrassend bondig, met felle solo’s en sprankelende accenten. Teeuwens zang is stoer en gevoelig tegelijk, zelfverzekerd maar niet achteloos. Ook bij een lome cadans of bij languissante uithalen is zijn timing alert.

Teeuwen, die destijds genoeg had van zijn optredens als cabaretier (inmiddels treedt hij in Engeland weer op), begon met deze show omdat hij graag zingt. Afgezien van een korte carrière als toetsenist in een band in Weert – „We zaten voornamelijk stoned op de bank” - had hij geen ervaring in het samenwerken met muzikanten. „Het mooiste hiervan”, zegt hij, „is dat je met zijn allen iets maakt. Soms, bij een optreden, krijg ik het gevoel dat iedereen met hetzelfde bezig is. En dat we ons daar allemaal ondergeschikt aan maken. Dat is geweldig”.

Wat Teeuwen vooral opvalt is ‘de vakkundigheid’ van de muzikanten. „Daar bewonder ik hen om. Bij acteurs is dit vaak minder makkelijk meetbaar. Van goede muzikanten weet je dat ze vanaf jonge leeftijd toegewijd zijn geweest aan hun instrument, anders hadden ze het nooit zo goed beheerst.”

Die professionaliteit vindt Teeuwen belangrijk. „Het betekent dat je je niet meer druk hoeft te maken over de vraag of iets wel of niet klopt. Je kunt ervan uitgaan dat het technisch goed zit. En dan kun je je bezighouden met waar het echt om gaat: de pure muziek.”

Over zijn eigen zang is Teeuwen kritisch. Het is uiteindelijk zijn bedoeling zo vrij te worden dat hij het ‘gewone zingen’ kan ontstijgen. Volgens Herman is dat een kwestie van tijd. „Als groep moet je veel spelen”, zegt hij. „Dan krijg je vertrouwen.”

Teeuwen: „Ik word al vrijer. Bij ieder optreden komt er een dimensie bij. Ik zing met wisselende frasering. Denk maar aan hoe Ella Fitzgerald de nummers helemaal uit elkaar scheurde. Wat dat betreft heb ik nog veel te leren.” Maar langzaamaan durft hij toch al af te gaan op de invallen die hij tijdens het zingen krijgt. „Er komt meer rust in mijn stem.” Herman: „We zijn nu in een fase dat het lekker los wordt.” Teeuwen: „Dan wordt het echt jazz.”

Aan het eind van de show worden drie eigen liedjes gespeeld, met tekst van Teeuwen en muziek van de vijf muzikanten samen. In de toekomst willen ze meer eigen nummers schrijven en spelen. Teeuwen: „Ik vind het leuk deze jazz uit te voeren, maar het allerleukste is je eigen nummers te zingen.”

Herman: „We gaan daar binnenkort mee door, wellicht voor een cd.” Moeten de eigen nummers aansluiten bij de standards? Herman: „We zijn vrij. Hallelujah is een country&western-nummer, en het gaat erin als koek.”

Teeuwen: „Er zijn wel een paar regels: Het mogen geen cabaret-luisterliedjes worden, want dat is het ergste wat er is. En het moet jazz zijn, of op zijn minst blues gerelateerd. Dit zijn tenslotte jazzmuzikanten.”

Herman: „Hans komt bij ons met een tekst en een half idee. Daar gaan wij mee aan de gang en dan komt er wel wat. Dat gaat redelijk makkelijk.”

Teeuwen wipt zijn stoel naar achter. „De teksten zijn het moeilijkst. Een tekst moet lekker klinken. Dat vind ik zo mooi aan de nummers van Cole Porter of Cy Coleman: ze zijn niet hoogdravend en zitten niet vol metaforen.”

Zijn stoelpoten klappen terug op de grond. „Teksten zijn in de eerste plaats een vehikel om muziek mee over te brengen. Je moet er geen diepere betekenissen achter hoeven te zoeken. Ik kan me niet herinneren dat ik ooit ontroerd ben geweest door een songtekst te lezen. Het is in combinatie met de muziek dat het betekenis krijgt.”

Herman: „Bij die standards zijn de teksten vaak een beetje raar.”

Teeuwen: „Die van Cole Porter zijn zelf al muzikaal, door het rijm en de woorden die hij gekozen heeft. Heel naïef, maar precies goed.”

Teksten voor liedjes mogen niet te diep poëtisch zijn, maatschappelijk geëngageerd, en al helemaal niet zwaar, aldus Teeuwen.

Benjamin Herman houdt van een zanger als Nick Cave, maar Teeuwen noemt hem ‘te duister’. „Ik ben niet zo donker. Ik vind: eerst je eigen problemen oplossen en dan iets leuks doen voor de mensen.”

Herman kijkt op zijn horloge. Hij gaat zo naar Ruigoord om op te treden met de New Cool Collective, zijn andere band.

Teeuwen checkt de tijd op z’n telefoon en kijkt dan op: „Vijf uur. Mogen we nu gaan buiten spelen?”

De cd/dvd ‘Hans Teeuwen Zingt...’ is verschenen bij PIAS. Voor meer optredens zie www.hansteeuwen.tv

Hans Teeuwen Zingt speelt vrijdag 11 juli 17.30 uur in de Darling-zaal; New Cool Collective speelt met Jules Deelder vrijdag 11 juli om 23.00 uur in de Congo-zaal