De ellende met economische voorspellingen

De manier waarop de dollar viel, had ik indertijd verkeerd voorspeld. Ook het tijdstip had ik niet goed. Maar de voorspelling zelf kwam heel aardig uit. Macro-economen weten dus niet alles, maar onwetend zijn ze zeker niet. Daarom is het voorstel van de commissie-Teulings om in het onderwijs minder macro-economie te doen, een slecht idee.

Hoogleraar economie van innovatie aan de TU Delft.

In april 2007 schreef ik in deze krant het artikel: ‘Komt er een aardbeving op de financiële markten?’ Dat was enkele maanden voor de uitbraak van de Amerikaanse hypotheekcrisis. Als ik het nu, met de huidige kennis, nog eens nalees, dan blijkt deze column een aardige les te zijn in de merites én de beperkingen van economisch vooruitkijken. Laat ons deze les even doorlopen.

Mijn column had als startpunt het schrijnende verlies van internationaal concurrentievermogen van Amerikaanse bedrijven en een groeiende schuldenopbouw van het land. Vroeger of later moest dit tot een drastisch waardeverlies van de dollar leiden.

Eén grote vrees achter mijn column is gelukkig niet uitgekomen: een plotselinge val van de dollar, zoals geschetst in de VPRO documentaire ‘De dag dat de dollar valt’. Dit had best kunnen gebeuren. De ravage op de financiële markten was dan niet te overzien geweest. Vandaar mijn verzuchting aan het einde van de column: ik heb mijn beleggingen verkocht en de hypotheek afgelost: fasten your seat belt!

Het mag achteraf een wonder heten dat het gelukt is om de daling van de dollar over een langere periode uit te smeren. Dat heeft heel veel ellende voorkomen. Hulde aan de centrale bankiers. Zij hebben door middel van slimme communicatie de speculanten zodanig kunnen beïnvloeden dat ze niet allemaal tegelijk hun dollars dumpten.

Uit oogpunt van individuele beleggers is het overigens een beetje dom om zich zo te laten beïnvloeden. Nota bene: vorig voorjaar stond de euro rond 1,30 dollar. Vandaag is de euro rond 1,57 dollar waard. De grote kudde van beleggers heeft deze daling kennelijk niet weten te voorspellen, terwijl menig econoom ervoor heeft gewaarschuwd.

Maar beleggers bleven euro’s in dollars omruilen om Amerikaanse beleggingen te kunnen kopen. Deze beleggers zijn intussen alleen al door de koersdaling van de dollar fortuinen kwijt, nog afgezien van de verliezen met dubieuze hypotheekproducten waar de kranten van vol staan. Een beetje macro-econoom voelt op zijn klompen aan dat daar straks nog een slachting op de Amerikaanse obligatiemarkten overheen kan komen, mocht de inflatie oplopen.

Kortom, onze financiële ‘experts’ zijn er stevig ingetuind. En dit, terwijl in het neoliberale geloof van de jaren tachtig en negentig juist de financiële markten als een schoolvoorbeeld van ‘efficiënte’ markten golden, dankzij arbitrage, hedging, verdiscontering van risico’s, etc. Vooral de hoog ontwikkelde markten op Wall Street werden als voorbeeldig aangeprezen.

Als we zien wie dezer dagen zoal hun wonden likken, dan blijkt de kredietcrisis een zware beproeving te zijn voor mensen met een rotsvast geloof in de onfeilbaarheid van markten.

Wat ik in mijn column van vorig jaar niet zag aankomen, was dat de crisis via de ‘subprime’ hypotheken zou lopen. Er waren toen wel al signalen dat er iets niet helemaal in de haak was met Amerikaanse hypotheken, maar dat leek me eerder een rimpeling in de vijver.

Met gevoel voor understatement moet ik nu achteraf toegeven: deze ‘rimpeling’ heb ik enigszins onderschat. Ik had geen idee dat de toezichthouders op de Amerikaanse hypotheekmarkt (en – niet te vergeten – de particuliere kredietbeoordelaars) zo verschrikkelijk zouden falen.

Mijn verwachting was dat de daling van de dollar via andere kanalen zou lopen. Vroeger of later zou wel een bank of hedgefonds met grote schulden zich verspeculeren en anderen (die eveneens ‘scherp’ gefinancierd zijn) in zijn val meeslepen.

Deze verwachting kwam niet uit. Bear Stearns en Northern Rock zijn op kosten van de belastingbetaler gered. Geen domino-effect dus. Er viel ook niet te voorspellen dat de problemen in de zomer van 2007 zouden beginnen. Het had net zo goed een jaar eerder of later kunnen gebeuren.

Wel had ik op één punt gelijk: de dollar moest hoe dan ook (substantieel) omlaag. Dit zou met turbulentie op de markten gepaard gaan. Een beetje belegger had met dit inzicht zijn voordeel kunnen doen, maar dit is dus nauwelijks gebeurd.

Dat krijg je als een groeiend aantal financiële ‘experts’ geen opleiding economie meer gevolgd heeft. In dit verband baart me zorgen, dat de Commissie Teulings recent met voorstellen kwam om het onderwijs economie op de scholen te hervormen. Ze stellen voor om straks veel minder macro-economie en internationale economie in de leerplannen te zetten.

Maar de gebeurtenissen op de financiële markten schreeuwen regelrecht om een herwaardering van de macro-economie. Financiële managers schuiven grote bedragen heen en weer. Ze maken de macro-economie, maar ze begrijpen haar niet meer.

Een goede opleiding macro-economie kost uiteraard tijd en geld. Anderzijds, kijkend naar de verliezen op de financiële markten voel ik me dezer dagen herinnerd aan een uitspraak van Derek Bok van de universiteit van Harvard: ‘If you think education is expensive: try ignorance!’