De charme zit in de rariteiten in de kleinere zaaltjes

de recensent Amanda kuyper over north sea jazz 2008 Amanda KUYPER, journalist. foto VINCENT MENTZEL/NRCH==F/C== Rotterdam, 20 juni 2008 Mentzel, Vincent

Elk jaar trotseren weer een verbazingwekkende hoeveelheid mensen de drukte op North Sea Jazz. Het is snel gegaan met dit festival. In 1976 luisterden, tijdens de première van het eerste door Paul Acket opgerichte festival, 9.000 mensen in zes zalen naar 300 musici onder wie Sarah Vaughan, het Count Basie Orchestra, het Ray Charles Orchestra, Sun Ra en Cecil Taylor. Tegenwoordig geldt North Sea Jazz als een mammoetevenement, met jaarlijks ruim 70.000 muziekliefhebbers en zo’n 1.200 artiesten verdeeld over 15 zalen. Het is al jaren het grootste indoorfestival ter wereld, met een ontzaglijke aantrekkingskracht.

Massaal, ja absoluut. Druk, natuurlijk. Benauwd, och. Duur? Tja. Maar de liefde voor de muziek wint. Ook voor ondergetekende – vanaf het eerste moment dat ik als klein meisje aan de hand van mijn vader mee naar het festival mocht. Naar adem snakkend en met rood doorlopen ogen zwoer ik geen enkele editie meer te willen missen.

Liefde en irritatie gaan hand in hand op dit festival. Net als de verbazing, het koesteren en het ontdekkingen doen in de kleine zaaltjes.

De kritiek op het festival is intussen belegen; ‘North Sea Jazz is geen jazz meer’, is een verwijt dat Paul Acket in zijn tijd al te horen kreeg. Feit is dat North Sea Jazz alle trends zorgvuldig in de gaten houdt en nieuwe stromingen een plek probeert te geven.

De programmering van het komende 33ste festival ligt in de lijn van eerdere edities. Viel vorig jaar een avontuurlijke uitschieter te bespeuren met bijzonder veel aandacht voor Europese jazz, nu is die experimentele trend niet op grote schaal doorgezet. Door de stem in de jazz dit jaar centraal te zetten – volgens het festival een onderwaardeerde kunst in de jazz – is het aantal vocalisten jazz en de soul groot.

North Sea Jazz richt zich op de verschillende verschijningsvormen binnen de jazztraditie en bijzondere stemmen, zoals die van stemkunstenaar en artist in residence Bobby McFerrin. Dat is interessant en vermakelijk, doch weinig trendsettend en signalerend.

North Sea Jazz blinkt dit jaar op voorhand uit in veel grote hedendaagse namen – gegarandeerde trekkers van publiek. Hoe leuk ook, zij gaan doen wat ze altijd al doen. Dat overschaduwt een beetje wat altijd de charme is geweest van dit festival: de rariteiten in de kleinere zaaltjes. De verkenningen van de jazzo’s bieden in elk geval overtuigend tegenwicht tegen somberaars die jazz iets van vroeger vinden.

Eén van de interessantste nieuwe artiesten van dit moment is de zangeres Yael Naim. Haar Engelse, Franse en Hebreeuwse liedjes, die laveren tussen folk, pop en soms wat jazz, zijn fijnzinnig en een tikkeltje mysterieus misschien.

Voor velen is Gino Vannelli de man van de stroperige hitballades. Maar zijn albums Powerful People (’74) en Brother To Brother in (’78) worden in kringen van serieuze popliefhebbers hoog aangeslagen. Tegenwoordig mengt hij zijn weergaloze stem – ik hoorde hem niet lang geleden weer in een workshop – met muziek van Nederlandse jazzmusici.

Wie het allemaal wat pittiger wil, moet gaan luisteren naar de punkjazz van het jonge Led Bib, met echo’s van John Zorns Naked City, Britse jaren ’60 en ’70 jazzrock (Soft Machine) en zelfs Radiohead.

Dat scherpe randje is ook terug te vinden in de jazzrock van Acoustic Ladyland en The Bad Plus. En bij de expressieve Bunky Green, een legende onder muzikanten. Het heeft lang geduurd voordat de tamelijke obscure muziek van deze saxofonist bij een breder publiek aansloeg.

De keuze tussen het in ere houden van andermans vondsten, commerciële smaakmakers en nieuwe geluiden is groot. Een gegeven in de jazz is dat de generatie oude jazzreuzen langzaam maar zeker uitsterft. Maar pianist Hank Jones speelt nog prachtig. De veteraan uit de gloriejaren van de jazz viert zijn negentigste verjaardag met een speciaal concert.

Ook iets om naar uit te kijken zijn de concerten van Herbie Hancock. Zijn River: The Joni Letters was onlangs de eerste jazzplaat sinds 1965 die een Grammy kreeg voor het beste album.

Er is veel om naar uit te kijken op het komende North Sea Jazz. De angst dat jazzmusici het roer niet durven om te gooien is ongegrond. Vooral onder de jongere musici, veelal Nederlandse, ontstaan veelbelovende, originele initiatieven die inmiddels steeds succesvoller worden. Er is niets mis met het koesteren van een traditie van hommages en een vastomlijnd standardsrepertoire. Niet zolang gelijktijdig jonge jazzo’s garant staan voor een pittige, eigentijdse muziekcocktail.