Chinese beschaving

Chinese les op de middelbare school is leuk en staat goed op je cv, maar miljonair word je er niet mee. Jacqueline Kuijpers

Nhi Vuong geeft leerlingen van het Erasmiaans Gymnasium in Rotterdam de laatste les Chinees van het jaar. foto rien zilvold rotterdam erasmus gymnasium chinese les foto rien zilvold Zilvold, Rien

De booming economie van China doet wereldwijd de belangstelling voor de Chinese taal en cultuur opleven. In de Verenigde Staten, Australië, Groot-Brittannië, Frankrijk en Duitsland is het inmiddels heel gewoon voor scholieren om Chinees te leren. Zo ver is het in Nederland nog niet. Hier doen ruim vijftig middelbare scholen ‘iets’ met Chinees: van een kennismaking tot een vijfjarige cursus. Scholen werken met verschillende lesmethodes en, bij gebrek aan een lerarenopleiding Chinees, al even diverse leraren: van sinologen tot Chinese moeders. “Het is een beetje het Wilde Westen”, zegt Maghiel van Crevel, hoogleraar Chinese Taal- en Letterkunde aan de universiteit van Leiden. “Maar dat hoort bij de ontwikkeling van een nieuw vak.” De verwachtingen zijn echter hoog gespannen: de Stichting Leerplan Ontwikkeling onderzoekt of van Chinees een examenvak gemaakt kan worden.

Van Crevel heeft zijn bedenkingen bij economische motieven om ‘de moeilijkste taal ter wereld’ te leren. Wie denkt dat hij met een paar jaar Chinees op school de Chinese markt kan veroveren en op zijn vijfentwintigste miljonair kan zijn, komt volgens hem bedrogen uit. “Je kunt dan net een basale conversatie voeren.” Het is volgens Van Crevel dan ook niet zozeer het eindpunt, als wel de reis erheen die van meerwaarde is: Chinees als onderdeel van de brede ontwikkeling van jongeren. “Er gebeurt iets in de hoofden van de leerlingen. Je zou het ‘beschaving’ kunnen noemen: om je heen kijken naar hoe andere talen en culturen in elkaar steken.”

Van Crevel is redacteur van de nieuwe lesmethode Chinees in tien verdiepingen, ontwikkeld door het Sinologisch Instituut. De leergang, die in oktober op de markt komt, bestaat uit een boek, ondersteund door een website. Leerlingen maken kennis met de bewoners van een flat in Peking. Aan de hand van hen leren ze de taal, maar ook iets over de cultuur. Het is een antwoord op de karikatuur van China die in veel andere lesmethodes wordt geschetst, vertelt Ans van Broekhuizen-de Rooij, universitair docent modern Chinees en één van de auteurs. “Wij kiezen niet voor de geijkte zaken als de Chinese Muur, bamboe en de pandaberen, maar laten zien hoe mensen van nu werkelijk leven. Wij schetsen een beeld van de hedendaagse samenleving, met uitstapjes naar het China van vroeger. Maar het leren van de taal staat voorop. In tegenstelling tot andere methodes besteden we ook bewust aandacht aan de grammatica. Tijdens het pilotproject op twee gymnasia en een scholengemeenschap in Zuid-Holland hebben we gemerkt dat leerlingen het erg leuk vinden om met zo’n taal te ‘puzzelen’, om de patronen in zinnen te ontdekken.”

Willem (15), Angelo (16) en Melinda (15) zitten in de vierde klas van het Erasmiaans Gymnasium in Rotterdam, één van de pilotscholen. Zij hebben twaalf weken Chinese les gehad en kunnen nu zo’n 50 karakters schrijven en 80 karakters lezen. Om de krant te kunnen lezen moet iemand 2.000 karakters kennen. “Maar dat kunnen eerstejaars sinologen nog niet”, aldus Van Crevel.

De scholieren leren ook het Pinyin, de transcriptie van de karakters in ons alfabet. Het moeilijkste van deze toontaal vinden ze de uitspraak. De woorden ‘moeder’, ‘paard’ en ‘hennep’ hebben ieder een eigen karakter, maar in transcriptie is het allemaal ‘ma’. Het is de toon waarop ‘ma’ wordt uitgesproken die het verschil in betekenis aangeeft. ‘Ma’ uitgesproken met een aanhoudende hoge toon (als een metalen bel) betekent moeder, maar met een stijgende toon betekent het ‘hennep’. “En produceer je de verkeerde toon, dan begrijpt een Chinees je écht niet”, vertelt hun lerares, sinoloog Nhi Vuong.

Iedereen kan de vier tonen van het Chinees leren, zegt zij. “Maar de een heeft er meer aanleg voor dan de ander. Nee, ik denk niet dat dat met muzikaliteit te maken heeft. Wel merk ik dat leerlingen die zingen meer durven. Om de tonen goed aan te leren moet je durven overdrijven in je uitspraak.” Maar belangrijker dan talent, zegt de lerares, is toewijding. “Als je niet je uiterste best doet, lukt het niet.”

Nu volgen zo’n 20 vierdeklassers het vak; volgend jaar gaat een nieuwe groep van start. Willem, Angelo en Melinda gaan door. Ook al moeten ze er hard voor werken en vorderen ze langzaam, ze vinden het de moeite waard. “Het is leuk om iets totaal nieuws te doen”, zegt Angelo. Chinees als examenvak zien ze ook wel zitten. Melinda: “Dat staat leuk op je cv.”

www.tienverdiepingen.nl