Belegger op zoek naar veilige haven

De belegger zoekt, opgejaagd door turbulentie op de aandelenmarkt, veilige plekken om vermogen te stallen. Zijn dat de achtergestelde leningen?

Illustratie Rhonald Blommestijn Blommestijn, Rhonald

Een couponrente van 8 procent of een depositorente van 7,5 procent trekt de aandacht van beleggers. Zeker in vergelijking met de vergoeding op een tienjarige staatslening (nu zo’n 4,7 procent) of de rente op een spaarrekening (5,1 procent zonder voorwaarden). De zogeheten achtergestelde obligaties en deposito’s uitgegeven door financiële instellingen zijn dan ook populair onder particulieren die op zoek zijn naar een hoog rendement.

Onder andere bank-verzekeraar ING en verzekeringsconcern Eureko kwamen dit jaar met een eeuwigdurende ofwel perpetual achtergestelde obligatielening. DSB Bank biedt klanten een achtergestelde depositolening, 10 jaar vast tegen 7,5 procent rente.

Dat deze leningen naar de markt stromen, is niet verrassend. Banken verdienen hun geld onder andere door kredietverstrekking en moeten verplicht beschikken over voldoende garantievermogen als buffer voor de uitstaande leningen. Het uitgeven van een achtergestelde obligatielening is voor de onderneming een flexibel en relatief goedkoop middel om dit benodigde kapitaal te vergaren. Zeker in vergelijking met bijvoorbeeld een aandelenemissie.

Bovendien maakt de kredietcrisis het voor veel financiële instellingen lastig en kostbaar om vreemd vermogen van professionele partijen aan te trekken. Daarom wordt steeds vaker een beroep gedaan op de particulier. Die laatste wordt vaak op het verkeerde been gezet door termen als obligatie en deposito, die een beperkt risico suggereren.

Reiniera van der Feltz, obligatieanalist van Van Lanschot Bankiers, betreurt dat de categorie achtergestelde leningen ook de aandacht trekt van beleggers die daar eigenlijk niets te zoeken hebben. „Zij weten niet wat de risico’s zijn.”

Allereerst is er het achtergestelde karakter van de lening, de obligatiehouder moet in ruil voor het aantrekkelijke rendement in het geval de financiële instelling omvalt, genoegen nemen met een plek achter andere schuldeisers. Bijvoorbeeld achter de reguliere obligatiehouders, maar wel vóór de aandeelhouders.

Dan is er ook nog de kredietwaardigheid van de uitgevende partij. Het is aan de belegger om in te schatten of de uitgever de lening inzet als goedkoop vreemd vermogen voor bijvoorbeeld expansie of om een snel dalend eigen vermogen op te vangen. In dat laatste geval is het de vraag of de onderneming in staat is de hoge coupon aan de obligatiehouder uit te blijven betalen. Volgens onderzoek van kredietbeoordelaars van Standard & Poor’s op de Amerikaanse markt worden deze achtergestelde leningen met hoge rente vooral ingezet zodra de druk op het eigen vermogen toeneemt. Veel helpen doet het niet, in het huidige economische klimaat betekent de uitgifte van een achtergestelde lening voor deze financiële instellingen soms uitstel van executie. Of dit ook in Europa het geval is, is nog niet duidelijk.

Hoewel bedrijven als ING over een grote kredietwaardigheid beschikken, is de verwachting van analisten dat het aantal faillissementen in de financiële sector als geheel zal stijgen. Het is dus zaak de vele variabelen te doorgronden die deze leningen kenmerken.

Deze bepalingen zijn vaak in het voordeel van de uitgevende partij. Zoals de leningen die geen vaste maar een variabele rente – gebaseerd op de marktrente – uitkeren. Of obligaties die de uitgever de mogelijkheid bieden de rente-uitkeringen tijdelijk stop te zetten. Dit verhoogt de rentegevoeligheid van de achtergestelde obligaties ten opzichte van die van reguliere bankobligaties. En heeft daarmee een negatief effect op de koers. Ook keert niet elke uitgever van een achtergestelde obligatie de hoofdsom weer uit.

Houders van een eeuwigdurende obligatie hebben alleen recht op een eeuwigdurende stroom van rente-uitkeringen. Verkopen op de beurs is wel mogelijk; tegen de geldende koers die boven of onder de uitgiftekoers van 100 noteert.

Eeuwigdurend dekt overigens niet altijd de lading, want veel uitgevers van achtergestelde eeuwigdurende obligaties hebben in het prospectus een datum vastgelegd waarop de lening vervroegd aflosbaar is. De nadering van dit moment kan volgens Van der Feltz een negatief effect op de koers hebben. „De uitgever zal in de regel aflossen op een ongunstig moment voor de houder van de obligatie, op het moment dat de bank de lening tegen een lagere rente kan herfinancieren. Hoe hoger de coupon ten opzichte van de huidige rente, hoe groter de kans dat deze vervroegd wordt afgelost.”

Particulieren die de coupon bijvoorbeeld gebruiken voor vaste pensioenuitkering lopen door de vervroegde aflossing het risico dat ze hun vermogen na aflossing alleen tegen een lager rendement kunnen laten renderen. Bij achtergestelde deposito’s is er vaak geen mogelijkheid tot vervroegde aflossing. Deze contracten kennen vaak een kortere, vaste looptijd. Nadeel is dat ze tussentijds niet opneembaar zijn en niet verhandelbaar zijn op de beurs. Anders dan de naam suggereert vallen deze deposito’s niet onder het zogenoemde depositogarantiestelsel van De Nederlandsche Bank dat tegoeden op spaarrekeningen en deposito’s tot een bepaald bedrag garandeert in geval van faillissement. Ook hier is dus de kredietwaardigheid van de uitgever cruciaal.

Van der Feltz benadrukt dat beleggers zich niet blind moeten staren op hoge rente, maar alle aspecten van de achtergestelde obligatie of deposito onder de loep moeten nemen. Daartoe hoort ook nadrukkelijk de kredietwaardigheid van de uitgever, zegt ze. „Als je overtuigd bent van de financiële gezondheid van een bank kan het in sommige gevallen aantrekkelijker zijn de aandelen van deze financiële instelling te kopen. Je koopt in feite hetzelfde debiteurenrisico.”

Ten opzicht van een obligatie bieden aandelen meer opwaarts koerspotentieel, wat ze een aantrekkelijk alternatief maakt voor een achtergestelde lening. Voor wie obligaties verkiest is het volgens Van der Feltz beter om in de huidige volatiele beurstijden zekerheid te zoeken. „Door de recente rentestijging bieden deze obligaties aantrekkelijke rentes van ruim boven de 5 procent zonder poespas.”

    • Cleo Scheerboom