Als etnische groepen elkaar vertrouwen, gaan ze nog niet meer voor elkaar zorgen

Het is te ambitieus om te verwachten dat door buurtbarbecues veel zorg aan burgers kan worden uitbesteed, ontdekt Maarten Huygen.

Straatbarbecues associeer ik met Amerika. Nederland is te koel. Dat geldt zowel voor het klimaat als voor de inwoners. Maar de voornaamste reden dat het straatfeest in Europa minder voorkomt, is dat Europeanen zich in het verleden minder hoefden in te spannen voor sociale samenhang. Tot in de jaren zeventig wist bijna iedereen waar hij bij hoorde, ook al was dat soms met frisse tegenzin.

De Nederlandse zelfvoldaanheid is nog te merken aan het buurtleven. In Nederland moet een nieuwe bewoner de anderen thuis uitnodigen om zich voor te stellen. In Amerika werkt het precies andersom: de buren organiseren een feestje om hun nieuwe buurtgenoot met eten en drinken te verwelkomen. Het is handig om alle gezichten in de straat te kennen en te kunnen groeten. De jaarlijkse straatbarbecue hoort daar bij. Die mag soms saai zijn, hij is buitengewoon nuttig.

Toch zie ik nog geen verband tussen straatbarbecues en besparingen op de verplichte collectieve verzekering voor bijzondere ziektekosten AWBZ. Dat wordt wel gesuggereerd door de titel van de bijeenkomst afgelopen woensdagavond in de Rode Hoed in Amsterdam, ‘Van barbecue tot burenhulp’. Als de mensen samen barbecuen, willen ze ook wel voor elkaar gaan mantelzorgen en dat scheelt belastinggeld. Desgevraagd stond eenderde van de mensen uit het publiek op toen werd gevraagd wie aan een straatbarbecue had meegedaan. Dat viel mee. Er waren er al minder die de buren hadden geholpen.

De bijeenkomst was georganiseerd om de Wet Maatschappelijke Ondersteuning, de WMO, onder de aandacht te brengen. Die schuift een deel van de zorg naar de gemeenten. De bedoeling is dat ook vrijwilligers in het gat springen. Als je gehandicapt bent, moet je eerst vragen of de buren bij je willen dweilen en dan pas de gemeente bellen. Staatssecretaris Bussemaker (VWS, PvdA) hield een inleidend pleidooi voor sociale samenhang zodat de ‘mensen kunnen terugvallen op elkaar’.

Allemaal waar, maar toch was het publiek in de uitverkochte zaal niet geïnteresseerd in de WMO. Bij dat soort afkortingen zakt de moed je in de schoenen. Ze waren juist gekomen voor een lezing over sociale ontbinding. Het hoofdgerecht van de avond was namelijk de Amerikaanse hoogleraar politicologie aan de universiteit van Harvard, Robert Putnam met een sombere boodschap over de sociale samenhang. Hij werd beroemd met het essay Bowling Alone (1993). Dat is het verschijnsel dat Amerikanen steeds minder bowlen in verenigingsverband. Het is een pakkend voorbeeld van de algehele achteruitgang van sociale verbanden. Tv kijken is een oorzaak. Eerst nodigde toenmalig president Clinton hem uit in het Witte Huis, nu gaat zijn boodschap over de wereld. Hij is te gast geweest bij het Britse koninklijk huis en in Downing Street.

Vorig jaar presenteerde hij een onderzoek dat ook in deze krant is gepubliceerd, (nrc.nl/opinie/article731403.ece) waaruit blijkt dat het wederzijdse wantrouwen recht evenredig is met de etnische diversiteit in een bepaald gebied. In Los Angeles waar afstammelingen uit de ganse wereldbevolking bij elkaar wonen, vertrouwen de mensen elkaar het minst, ook binnen dezelfde etnische groep, terwijl de bewoners in een éénkennig dorp in South Dakota precies weten wat ze aan elkaar hebben. Het is waar: in Amerikaanse steden leerde ik dat daklozen geen koffie drinken met de dollar die je geeft en dat je met een wijde boog om sommige straathoeken moet lopen om te kunnen zien wie daarachter zit.

Aangezien wereldwijd de etnische diversiteit toeneemt, is Putnam wereldberoemd geworden. Een gevierd spreker die zijn soepele powerpointpresentatie met persoonlijke anekdotes over zijn latino schoonzoon en dito kleinkinderen illustreert, en dat ook nog op een opgewekte toon. Zonder dat hij het besefte gaf hij een diagnose van de Nederlandse vertrouwensmalaise van de afgelopen jaren. Minder politiek engagement, minder binding met partijen, minder solidariteit, grotere klassenverschillen en grotere economische ongelijkheid. Iedereen kruipt in zijn schulp. Mensen blijven plakken binnen hun eigen groep en doen minder pogingen om verschillen met mensen daarbuiten te overbruggen.

Toch blijft Putnam optimistisch. Immigratie heeft ook voordelen. Etnische verschillen slijten. Er is de figuur van de streepjes-Amerikaan, de Italiaans-Amerikaan, de Afrikaans-Amerikaan. Onder de gemeenschappelijke Amerikaanse paraplu verdwijnt de dwang om één identiteit te kiezen. Je mag als Amerikaan best toeteren voor het land waar je van afstamt. En begin negentiende eeuw vestigden nota bene socialisten een nationale ‘civiele godsdienst’ waarin de gelijkheid van alle Amerikanen wordt gepropageerd. Met rituelen rond de Amerikaanse vlag.

Zo’n nationale gelijkheidsreligie zie ik in Nederland niet ontstaan. Nederland is geen eenzame grootmacht zoals de Verenigde Staten. De grenzen zijn weggesmolten in de Europese Unie. De Amsterdamse hoogleraar sociologie Jan Willem Duyvendak zou al blij zijn als mensen zouden aanleren om elkaars onderlinge verschillen te verdragen, zoals de religieuze zuilen dat vroeger hadden gedaan. „Het is soms niet nodig om alles te delen om het met elkaar te kunnen uithouden”, zei hij.

Dit debat moest worden afgekapt, want het werd tijd voor het dessert van de avond. De harde havermoutpap van de WMO, het beleid, het welzijnswerk en de gemeenten. Putnam ruimde het veld voor een Rotterdamse wethouder en specialisten in de welzijnszorg die vertelden over de praktijk. Veel mensen uit het publiek stapten op. Het feit dat in Amerika zo’n groot welzijnsapparaat ontbreekt, is mede oorzaak van de zelforganisatie en de buurtbarbecues die ook daar op de tocht staan. Maar zelfs als het goed gaat, blijven er gaten over die in Nederland nooit worden geaccepteerd. Sociale cohesie betekent dus niet dat de mensen plotseling gratis bij elkaar gaan dweilen. Dat is een stap te ver. Ze moeten ook al langer werken. We mogen al blij zijn met iets meer onderling vertrouwen.

reacties: nrc.nl/huygen

    • Maarten Huygen