Zwijmelen bij een verleidelijke ster

Deze zomer zijn er 27 films te zien van Cary Grant, de acteur van wie je nooit genoeg krijgt, nog niet na al zijn 72 films. Is er een contemporaine acteur die met hem vergelijkbaar is? Hugh Grant? Of eerder George Clooney?

Pierce Brosnan Foto AFP/ Gabriel Bouys (FILES) US actor Pierce Brosnan arrives at the British Academy of Film and Television Arts/Los Angeles (BAFTA/LA) Awards, in this 01 November 2007 file photo in Los Angeles, California. Brosnan is to reprise his role as the world's most debonair thief in "The Thomas Crown Affair 2", entertainment industry press reported on 13 November 2007. The Irish-born actor best known for his portrayal of superspy James Bond starred in a successful 1999 remake of the classic Steve McQueen thriller about a corporate tycoon who steals priceless works of art for kicks. AFP PHOTO/GABRIEL BOUYS AFP

Mensen verzamelen van alles. Wuppies, welpies, foto’s van baarden, films met Cary Grant. Wie van die laatste alle 72 verzameld heeft, wordt automatisch lid van een club, de 72 Speakeasy. De films gezien hebben is niet genoeg, je moet ze echt bezitten, zodat je op elk willekeurig moment nog eens kunt kijken hoe Grant in North by Northwest voor een vliegtuigje vlucht, hoe hij in The Philadelphia Story Katherine Hepburn tegen de grond slaat, in Bringing Up Baby een dinosaurus repareert, in Suspicion een glas melk de trap opdraagt, hoe hij eet, slaapt, doucht, loopt, lacht, een wenkbrauw optrekt, een oog neerslaat – een ster weekt zich na verloop van tijd los uit zijn films, het verhaal verdwijnt, het personage trekt zich terug, de acteur vervluchtigt. De ster blijft over. Een man met stijl, een man die loopt zoals Fred Astaire danst, moeiteloos, een man die overeind blijft als hij uitglijdt, die niet onberispelijk hoeft te zijn om onberispelijk te blijven. Om altijd weer terug te keren naar die scène uit Charade, waarin Audrey Hepburn tegen hem zegt:

„Weet je wat er met jou mis is?”

„Nou?”

„Niets.”

Je kunt zo’n scène honderd keer bekijken, er van genieten, je erin wentelen, zoals Dagobert Duck in zijn geld. Meg Ryan doet het in Sleepless in Seattle(1993), waarin ze keer op keer kijkt naar An Affair to Remember(1957), de film waarin Grant en Deborah Kerr afspreken op het Empire State Building. Ze zucht, ze huilt, ze wordt van deze film emotioneler dan van haar eigen leven.

Dus op een gegeven moment, als alle 72 films 72 keer bekeken zijn, moet er een moment komen dat je je afvraagt: wat nu?

Er moet leven zijn na zijn dood in 1986, of eigenlijk zijn laatste film, Walk, Don’t Run, uit 1966. Sterren sterven toch niet? Zijn er geen nieuwe avonturen meer waarin dat kuiltje in zijn kin kan schitteren, een nieuwe plot om zijn timing te bewonderen, nieuwe woorden die die diepe stem van een rafelrandje voorziet, een nieuwe actrice om door verleid te worden.

Maar nee, na die 72 is het echt op. Op. Zelfs de techniek laat ons in de steek. Het vaak belachelijk gemaakte idee dat oude sterren dankzij de computer in nieuwe films zouden kunnen optreden, is nooit waarheid geworden. Jammer. Wat is er eigenlijk op tegen? In tekenfilms spelen ook geen levende mensen. Ik zou Cary Grant best zelf in The Aviator(2004), Scorseses biografie van Grants vriend en regisseur Howard Hughes hebben willen zien. Hij wordt er nu gespeeld, uncredited, door Michael-Jon Wolfe, wiens grootste rol de chauffeur in The Bold and the Beautiful is. En dat terwijl zowel president Kennedy als gangster Lucky Luciano in een film over hun leven door hem gespeeld hadden willen worden, Ian Fleming zijn personage James Bond onder meer op hem baseerde en Sean Connery uitgekozen werd voor de rol van Bond omdat hij een beetje op hem leek.

En dat weer terwijl Grant zichzelf vergeleek met een van de minst sexy dingen waarmee iemand zich kan vergelijken: een zakje thee. In een artikel in het Amerikaanse tijdschrift Film and Filming schreef hij in 1961: ‘Het kostte tijd om geaccepteerd te worden, het duurde bijna twintig jaar tot ik werd als een goed geadverteerd theemerk. Huisvrouwen kochten deze soort liever dan een gok wagen met een merk dat ze niet kenden.’

De opmerking verwijst wel naar wat de bekendste uitspraak van Grant moet zijn: „Everyone wanted to be Cary Grant. Even I wanted to be Cary Grant.” En dan volgt meestal het verhaal over zijn afkomst, die niet strookt met zijn imago van man van de wereld, geboren in een maatkostuum, getogen in een komedie van Ernst Lubitsch, ook al heeft hij daar nooit in gespeeld.

Cary Grant zelf was de beste rol

van de man die als Archibald Leach in 1904 in Bristol werd geboren, de enige zoon van een alcoholische kleermaker en een krankzinnige overhemdenperster. De eerste keer kwam hij naar Amerika als acrobaat, pas de tweede keer als acteur. Zijn eerste belangrijke optreden in Hollywood was begin jaren dertig in een film met Mae West. Hij is de man tegen wie zij zegt: ‘Come up and see me some time…’ West koos Grant voor haar eerste twee films wegens de combinatie van viriliteit en hoffelijkheid die ze in hem bespeurde. Misschien verklaart dat ook wel waarom zoveel vrouwen – actrices en publiek – zich tot Grant aangetrokken voelen: in zijn armen ligt genoeg stijl om de banaalste verlangens te verheffen.

Soms is Grant wreed; hij weerhoudt de beloning in het ingewikkelde spel van geven en nemen dat elke ster ook met zijn publiek speelt. Zie Ingrid Bergman wanhopig worden in Notorious, een van de vier films die Grant met Hitchcock maakte, en zie Joan Fontaine bang zijn in Suspicion, Hitchcocks meest onderschatte film, omdat ze niet weet wat ze van het personage van Grant denken moet. Ook Grant is in deze film op zijn best als playboy met schulden die misschien wel of misschien niet van plan is zijn vrouw te vermoorden. Voor beide mogelijkheden is wat te zeggen en het huiveringwekkende van deze film is dat het voor zijn aantrekkingskracht niets uitmaakt. Eigenlijk is dat het huiveringwekkende van alle films. Zie Grant met dat beroemde glas melk de trap oplopen en het doet er niet toe of er vergif inzit. Film en moraal hebben gelukkig een slecht huwelijk.

Cary Grant is dood, al twintig jaar. Voor de film is hij veertig jaar geleden al gestorven. Dat we het nog steeds over hem hebben, dat het Filmmuseum een programma aan hem wijdt, laat zien dat er nog steeds geen genoeg van hem is. Er is op deze wereld nog steeds behoefte aan Cary Grant, ook al zijn de meeste van zijn films nu zo verouderd dat ze niet uit een andere tijd maar van een andere planeet afkomstig lijken.

Is Cary Grant zelf ook ouderwets geworden, een man naar wie je alleen nostalgisch kunt verlangen, zijn maatpak net zo exotisch als een toga of een maliënkolder, een prins op een wit paard, ook al reed hij in een sportwagen convertible? Ook Grants manier van acteren is uit de tijd geweest. De Amerikaanse critica Pauline Kael schreef ooit in een beroemd profiel van de acteur dat voor hem acteren nog een ambacht was, geen kunst. Van hem verwachten we geen emotionele uitbarstingen.

Kael schreef dit in 1975, toen acteurs als Al Pacino en Robert De Niro geen sterren speelden maar mensen. Dat was nieuw. Het is in zekere zin nieuw gebleven. De behoefte aan sterren is er niet door uitgewist. Zwijmelen is van alle tijden.

Vraag en aanbod houden elkaar vaak min of meer in evenwicht, leren we uit de economie. Als die wet ook in de kunst geldt, moet Cary Grant meer navolgers hebben dan Sean Connery.

De eerste contemporaine kandidaat

die zich aandient is Grants naamgenoot Hugh Grant, maar misschien is het veelzeggend dat Hugh nooit een Archibald Leach is geweest, hij heet echt Hugh John Mungo Grant. Van Cary Grant dachten ze alleen in Amerika dat hij upper class was. Van Hugh Grant denken ze dat in Engeland ook. Het enige snobistische aan Cary Grant is zijn pseudoniem. De C van Cary is een sjibbolet geworden, wie Gary schrijft is geen echte fan en zeker geen filmkenner.

Wat de naamgenoten gemeen hebben is charme. Maar Cary doseert hem beter dan Hugh. Als Hugh thee is, zit er teveel suiker in. Bovendien is Hugh eigenlijk nog te jong om thee te drinken, er moet ook nog eens heel veel melk bij. Grant is geen jongetje. Hij is een man.

Andere sterren zijn juist weer te macho voor Grant, ook al kon die dankzij zijn baantjes als acrobaat en steltloper zijn mannetje heus wel staan en deed hij veel stunts zelf. Van alle James Bonds lijkt Pierce Brosnan misschien nog het meest op hem, maar dan vooral in andere films, zoals The Taylor of Panama, waarin hij zichzelf genadeloos parodieert. De ironie van Bond is voor Cary Grant te oppervlakkig. Grant heeft wel een aantal actiefilms gemaakt, waaronder Gunga Din, maar was toch meer op zijn plaats in thrillers of romantische komedies. Grant was zelf genoeg actie. Hij is het soort acteur dat van het aansteken van een sigaret of het binnenkomen in een kamer een scène kan maken. Een van de dames van 72 Speakeasy maakte een lijst met zulke dingen en in hoeveel films Grant ze doet; zit in een vliegtuig – 13 films, doet deur dicht met voet – 7 films, speelt piano – 12 films, kust een hand – 21 films, stopt beide handen in zijn zakken – 47 films.

In Sleepless in Seattle wordt de

opvolger van Grant gespeeld door Tom Hanks. Ook al niet goed. Hanks lijkt de sul te zíjn die Grant in zijn films alleen maar speelde. Het is in Sleepless een beetje alsof Meg Ryan dat niet erg vind. Misschien is Sleepless (1993) wel een film op weg naar Sex and the City, een film waarin de man als idee wel zeer aanwezig is maar niet veel te zien. Alsof de man nog wel het doel is, maar eerder als decor dan in de hoofdrol, zoals veel mensen ook veel aandacht besteden aan het uitzoeken van een nieuwe bank. Acteur Chris Noth heet in SATC wel Mr. Big, maar zelfs zijn aandeel in zijn eigen huwelijk is behoorlijk klein.

Laten we nog eens naar die beroemde uitspraak over Grant kijken. Iedereen wilde hem zijn. Vrouwen zijn er aan gewend om waar ‘hij’ geschreven staat ook ‘zij’ te lezen en zichzelf bij iedereen uit te sluiten. Maar misschien bedoelde Grant met deze iedereen wel echt iedereen. Misschien is een deel van de aantrekkingskracht van Grant wel dat je hem niet alleen wilt kussen, maar ook wil zijn.

Het ligt voor de hand om hier een opmerking te maken over Grants seksuele geaardheid: hij was waarschijnlijk homo of biseksueel. Zou je dat door de rollen heen kunnen voelen? Wie weet. Grant is in ieder geval het soort man bij wie je wel eens denkt, fijn om een man te zijn. Hij heeft dan hetzelfde effect als Brad Pitt in Ocean’s Eleven: wat moet het heerlijk zijn een pak te dragen, die soepele stof die van brede schouders naar beneden valt.

Misschien komt het wel omdat echt mooie mensen vaak iets androgyns hebben. Schoonheid overstijgt seksualiteit. Bob Dylan kon in I’m Not There door een vrouw, Cate Blanchett, gespeeld worden. Misschien is de opvolger van Cary Grant wel een vrouw. Cate Blanchett zou dan weer een goede kandidaat zijn.

Maar zij wordt toch verslagen door een man. Wie dit artikel leest, is misschien verbaasd dat de naam van George Clooney nu pas valt. Maar soms moet je het beste tot het laatst bewaren. En goed is hij; Clooney. Hij heeft dezelfde onvermoeibare charme, dezelfde moeiteloze schoonheid, hetzelfde onvermoede vermogen tot zelfrelativering en hetzelfde verlangde vermogen om van film tot film een rol te spelen en toch zichzelf als beste rol gestalte te geven. Mensen gaan niet naar een film, ze gaan naar George Clooney.

CG wordt GC; Clooney brengt vraag en aanbod weer in evenwicht. Dat het een tijdje geduurd heeft, komt misschien omdat zulke mannen nu eenmaal schaars zijn; ze worden niet elk jaar geboren, maar eens in de vijftig jaar.

De blik op Clooney is nog niet door nostalgie gekleurd; hem wordt het nog aangerekend als hij in een slechte film speelt of iets anders doet dat ‘een beetje dom’ genoemd kan worden. Een uitbundig privéleven als dat van Grant zou nu niet meer mogelijk zijn. In zijn tijd waren er toespelingen, nu is alles openbaar. In het heel kort: Grant trouwde vijf keer, onder meer met de rijkste vrouw van Amerika, had verhoudingen met mannen als westernacteur Randolph Scott en regisseur-kluizenaar Howard Hughes, loofde een miljoen uit aan de vrouw die hem een kind zou schenken. Het privéleven van Clooney is veel kleurlozer. Misschien heeft hij wel afgezien van een privéleven. Want de paparazzi verhinderen dat er iets verborgen blijft.

Een ander verschil is dat Clooney niet alleen acteert maar ook regisseert, en van zijn glamourstatus gebruik maakt om projecten met een boodschap te financieren. Een niemendalletje als Ocean’s eleven levert een politiek drama als Syriana op. Voor Grant volstond het acteren en volstond de glamour. Clooney is dus meer dan een opvolger; er is toch vooruitgang in de kunst.

En toch voelt Clooney op de een of andere manier als een oppervlakkiger ster dan Grant. Het is alsof hij de status van ster niet helemaal serieus neemt, of niet helemaal op de juiste manier. Ons gezwijmel is hem niet goed genoeg, hij betuttelt zijn publiek door niet in de kracht van de vrolijkheid, de noodzaak van niemendalletjes als Ocean’s Eleven te geloven.

Het is of Clooney als ster zelf niets te verlangen heeft. Daarmee zijn we weer terug bij die beroemde uitspraak, die de sterveling met de ster verzoent. Cary Grant wilde ook Cary Grant zijn. George Clooney is George Clooney.