Zonder kompas de kale vlakten op

Canadian flag. Jupiterimages

Nicolas Dickner: Nikolski. Vertaald door Karina van Santen en Martine Woudt. Ailantus, 221 blz. €16,95

Jean-Paul Dubois: Mannen onder elkaar. Vertaald door Mechtild Claessens. De Arbeiderspers, 169 blz. €17,95

Een debutant en een oude rot in het vak – beiden geven ze in onlangs vertaalde romans een hoofdrol aan het Canadese landschap. De debutant is de in het Frans schrijvende Canadees Nicolas Dickner (1972), die voor Nikolski de Prix Anne Hébert kreeg, de oude rot is de Franse romancier en journalist Jean-Paul Dubois (1950) met zijn nieuwe roman Mannen onder elkaar.

Beide romans kennen sterke personages en een stevige plot, maar in beide gevallen is het in eerste instantie het Canadese landschap dat je op je netvlies terugziet als je de boeken eenmaal hebt dichtgeslagen. Geen romantische plaatjes van door diepe wouden omringde, verstilde meren of uit beken omhoogspringende forellen, nee, bij Dickner zijn het eindeloze vlakten die doorkruist moeten worden, steeds maar verder, heen en weer terug, op zoek naar, ja, naar wat eigenlijk: geborgenheid, een thuis, de ander, de zin van het leven.

Dubois portretteert een minuscuul plekje op de kaart van Canada als oord van confrontatie tussen twee mannen, die noodgedwongen in elkaars gezelschap moeten verblijven, omdat buiten de elementen tekeergaan. De zoektochten in deze twee romans lopen parallel, al is deze bij de een ongedefinieerd en eindeloos en bij de ander precies en fataal van afloop. Beide zijn gesitueerd in een landschap dat bepalend is voor het verloop van de queeste, een landschap dat nu eens bondgenoot is, dan weer spelbreker, nu eens middel, dan weer doel.

Nikolski is de eerste roman uitgegeven door de nieuwe uitgeverij Ailantus en in die zin wellicht een statement: Dickner is jong, uitermate getalenteerd, geeft zijn roman ritme, vaart en Schwung mee en plaatst zich tegelijkertijd in een beproefde Canadese traditie. In de nog jonge stamboom van de Québécoise literatuur stamt Nikolski af van road novels als Volkswagen Blues van Jacques Poulin (1988) en valt er ook nog een echo te bespeuren van bijvoorbeeld Anne Héberts woeste winterlandschappen uit Kamouraska.

Drie jonge mensen behuizen Nikolski, drie nomaden wier verwante levens elkaar steeds kruisen zonder ooit werkelijk verknoopt te raken. Noah leert lezen door middel van wegenkaarten: hij groeit op in een camper met zijn steeds over eindeloze wegen voortjakkerende moeder achter het stuur. Joyce is geboren in Tête-à-la-Baleine, een geïsoleerd vissersplaatsje waar juist geen enkele weg naartoe leidt. Zij leest als geen ander zeekaarten en droomt van een piratenleven dat – volgens de verhalen van haar grootvader – werd geleid door vorige generaties uit haar familie. De naamloze verteller ten slotte (‘mijn naam doet er niet toe’, is de eerste regel van het boek) beheert sinds zijn veertiende een antiquariaat waar alle obsessies van de personages te vinden zijn: atlassen, kookboeken, boeken over alle vissen ter wereld, over archeologie, kaarten van zeediepten en landhoogten en een ‘Boek zonder gezicht’.

Het is een bundel zeemansverhalen, zonder omslag, dat verhaalt van ‘prairies die plaats maakten voor schipbreuken, smerige piratenverhalen en de belofte van het gele goud, begraven onder verre kokospalmen’. Het is ‘in het Engels en het Frans geschreven, doorspekt met eigenaardige zeevaartwoorden en ouderwetse zinswendingen [...]: bovenbrammastroerbladen, marszeilluikopeningen en boelijntakels’. De bundel blijkt te bestaan uit drie speciaal samengebonden aparte verhalen, als waren het de drie elkaar eeuwig kruisende queestes van Dickners personages.

Om zijn hals draagt de verteller een miniatuur scheepskompas waaraan het boek zijn titel ontleent. Hij kreeg het ooit van zijn verdwenen vader, ‘een speeltje van vijf dollar, dat hij bij de kassa van een ijzerwinkel in Anchorage had gevonden’ en dat permanent een afwijking naar links vertoont. ‘Als je die richting zou volgen, kwam je over het eiland van Montreal, door Abitibi en Témiscaming, Ontario, de prairies, British Columbia, de Prince of Wales-archipel, de zuidpunt van Alaska, een stuk van de noordelijke Grote Oceaan en de Aleoeten, waar je zou kunnen eindigen in Nikolski, een piepklein dorpje met zesendertig inwoners, vijfduizend schapen en een onbestemd aantal honden’.

Is Nikolski een bestemming in Alaska gekoppeld aan dromen over een verdwenen vader, North Bay uit Mannen onder elkaar is een dorp ten noorden van Toronto gekoppeld aan de zoektocht naar een vrouw. De verteller, een Fransman die te horen heeft gekregen dat hij nog maar kort te leven heeft, gaat op zoek naar de vrouw van zijn leven, die hem heeft verlaten voor een inwoner van North Bay. Zoals vaker geeft Dubois (auteur van de met de Prix Femina bekroonde roman Een Frans leven en van De verbouwing, een geestig verslag van een renovatie) het woord aan een man die het leven beschouwt als een aaneenschakeling van ontsporingen, uitglijders ‘die hij met meer of minder geluk onder controle zou hebben tot de dag dat hij het circuit voorgoed zou verlaten’. Nu die dag nadert, beseft hij dat hij ook zijn vrouw, degene die hij boven alles heeft liefgehad, niet werkelijk heeft gekend. In een nieuw leven waar hij geen deel van uitmaakte, blijkt zij gehouden te hebben van ‘illimited fighting’, gevechten van man tot man waarbij alles is geoorloofd, van een fatterige kunstminnende oude man en last but not least van een jager annex kluizenaar die zij inmiddels echter ook weer heeft verlaten.

Met deze ex-geliefde van zijn ex-vrouw zit de terminaal zieke man dagenlang opgesloten wegens een razende sneeuwstorm. Koortsen, nachtmerries, videobeelden en dierlijke driften prikkelen de opspelende mannelijke hormonen en de gedwongen opsluiting dwingt tot zelfanalyse waar normaal gemakkelijk aan voorbij gegaan kan worden.

Waar Dickner openheid zoekt, nieuwsgierigheid en levenslust de boventoon laat voeren in het leven van jonge mensen wier kompas onbetrouwbaar is, schetst Dubois in een huiveringwekkend huis-clos hoe een leven op drift kan eindigen – in een krachtmeting van man tot man, middenin de Canadese vlakten.

    • Margot Dijkgraaf