Zijn we eindelijk eens af van dat Nederengels

De Onderwijsraad wil dat basisscholen al vanaf groep één beginnen met Engelse les.

Laat de kinderen dan wel kennismaken met het echte, stijlvolle Engels.

Zijn we eindelijk eens af van dat Nederengels Advies Onderwijsraad kan heel goed uitpakken Illustratie Cyprian Koscielniak Koscielniak, Cyprian

‘Writing poems on his eyes, I wish this moment never dies’. Ik was vijftien jaar en stond ervan te kijken dat ik zo mooi kon dichten. Het was alsof het niet van mezelf was, zo goed. Toen ik het aan een vriend liet lezen die tweetalig was opgevoed, begon hij te lachen. Dat was geen Engels! Dat zei je zo niet! „Hoe dan wel?” vroeg ik. Daar had hij niet zo snel een antwoord op. Dat had hij nooit als ik hem vroeg iets te vertalen. Zelfs als ik hem naar zoiets eenvoudigs vroeg als het Engelse woord voor ‘kast’ of ‘fiets’, aarzelde hij langdurig en zei dan: „Dat woord bestaat eigenlijk niet in het Engels.” In zijn hoofd waren de talen gescheiden als de continenten waar hij was opgegroeid.

Ik vond de Engelsen een gebenedijd volk. Ze hadden de mooiste taal, de beste televisieseries en de mooiste liedjes. Urenlang zat ik met een pen en een schrift op mijn knieën naast de luidspreker, luisterde ingespannen en noteerde brokstukken van teksten, waarbij ik keer op keer de naald van de pick-up terugzette. Ik leerde Engelse gedichten uit mijn hoofd en ook Hamlets monoloog ‘To be or not to be’, die ik bijzonder goed vond. Dertig jaar later kan ik de hele redevoering zonder haperen opzeggen. Ik doe dat ook weleens en ben dan erg tevreden.

Toen mijn oudste nichtje veertien werd, beloofde ik haar vijfentwintig euro als ze To be or not to be uit het hoofd voor me kon opzeggen. Een paar weken hoorde ik er niets over, maar op een dag zei ze: „Ik heb hem.” En ze stak van wal.

„Heel goed”, zei ik, „je bent alleen ‘the native hue of resolution’ vergeten. Maar dat geeft niet.” Ik pakte mijn portemonnee, maar ze schudde haar hoofd. Nee, zonder die native hue telde het niet. Als veertienjarige heb je een elastieken geheugen en een ijzeren rechtvaardigheidsgevoel.

’s Nachts dacht ik ineens: wat betékent de native hue of resolution eigenlijk? De man die naast mij slaapt, is leraar Engels. Ik schudde hem wakker en vroeg het hem. „De natuurlijke kleur van de vastberadenheid”, zei hij schor en viel weer in slaap.

Dertig jaar lang zat de native hue al mijn geheugen. Nooit had ik me afgevraagd wat het betekende. Zoals ik ook al dertig jaar zong: ‘He’s the jingle in your pocket, he’s the jangle in your head’, terwijl ik inmiddels weet dat het ‘keys that jingle in your pocket, words that jangle in your head’ moet zijn. Maar wat we als kind in ons hoofd zetten, gaat er nooit meer uit en lijkt ook altijd een diepere waarheid en betekenis te bevatten.

En daarom vind ik het helemaal geen gek idee om kinderen op jonge leeftijd al Engelse les te geven, zoals de Onderwijsraad bepleit. Mits het écht Engels is en niet het Nederengels, die tussentaal waar de meeste mensen – onder wie ikzelf – zich van bedienen.

Als we vier-, vijf- , zesjarigen nu eens middeleeuwse Engelse ballades zouden leren zingen en met een laken om de schouders de koningsdrama’s van Shakespeare lieten naspelen, misschien zou er dan iets van stijl binnensluipen, een stijl die de gemiddelde Nederlander met zijn onderuitgezakte houding, zijn mond vol kauwgom en zijn discours vol gruwelijke stoplappen (‘zeg maar, best wel, eigenlijk, heb ik zoiets van’) zo ontbeert. Misschien worden we dan in plaats van een stel oranje hossers een volk van sierlijke, hoffelijke mensen die spreken met de natuurlijke kleur van vastberadenheid in plaats van met de ziekelijke grijstint van de onzekerheid. The sick paleness of uncertainty.

Nicolien Mizee is romanschrijfster en geeft schrijfles aan de Volksuniversiteit in Haarlem. Over haar ervaringen als lerares schrijft zij columns op de achterpagina van NRC Handelsblad.