Wordsworth wist altijd alles beter

Adam Sisman: The Friendship, Wordsworth and Coleridge. Viking, 480 blz. €26,–

Adam Sisman: The Friendship, Wordsworth and Coleridge. Viking, 480 blz. €26,–

Op een junidag in 1797 stonden William Wordsworth (1770-1850) en zijn onafscheidelijke zuster Dorothy in de tuin te werken bij het cottage dat zij te leen hadden gekregen in Zuidwest-Engeland. En daar zagen zij over de weg een eind heuvelopwaarts een man langskomen die even stilhield en toen over het hek klom en naar hen afdaalde. Dat was Samuel Taylor Coleridge (1772-1834) , die zij enkele malen vluchtig ontmoet hadden; nu kwam hij bij verrassing op bezoek. En hij bleef weken logeren.

Het is zo’n innemend tafereel, Coleridge over dat hek en met grote passen naar beneden door het korenveld, dat veel lezers in een ontvankelijke stemming zullen raken voor de 400 pagina’s die Adam Sisman erop laat volgen. Daarin wordt de beroemde dichtersvriendschap beschreven die al snel uitmondde in hun gezamenlijke publicatie van de Lyrical Ballads. Al bleek de vriendschap niet onaantastbaar en was er allang weinig meer van over toen Coleridge als eerste stierf in 1837, er zou van die veertig jaar een mooi tweezijdig levensverhaal kunnen worden geschreven. Dat lukte Sisman eerder en voorbeeldig met het werk van twee schrijvers: Boswells Presumptuous Task, dat de relatie behandelt van James Boswell met Dr Johnson toen hij jarenlang materiaal verzamelde voor zijn Life of Johnson van 1791. Iemand die zo goed de toon en de stemming kon oproepen van de betrekkingen tussen de literaire paus van de 18de eeuw en zijn spitse bewonderaar, moet toch ook die twee vernieuwende dichters gestalte kunnen geven?

Het is een teleurstelling dat deze verwachting niet uitkomt. En er was nog wel een vergelijkbaar model in hun relatie: Wordsworth wist alles beter, net als Dr Johnson, en al had Coleridge niet zo’n onverdeeld respect voor hem als Boswell voor de meester, hij bleef de tweede man in hun samenwerking. De inhoud van de Lyrical Ballads was in de eerste druk al voornamelijk Wordsworths werk; voor de tweede liet hij er nog wat meer uit weg van Coleridge, die dat accepteerde.

De overeenstemming tussen de tweemanschappen van Boswell en Sissons is maar summier. Al legde Coleridge zich neer bij wat Wordsworth zei, hij liet zich niet door hem leiden. Hij ging zijn eigen weg, schreef soms werk dat voor Wordsworth helemaal niet paste als nieuwe poëzie (zoals The Rime of the Ancient Mariner) en produceerde vaak helemaal niets. Hij was dan niet in de stemming, of zonder geloof in zijn talent of hij was weer eens onmachtig geworden door zijn opiumverslaving die in de vroege 18de eeuw hoewel niet illegaal ook schadelijk was; of hij tobde te veel over zijn onvervulbare liefde voor Sara Hutchinson die geen zin had om onder enige voorwaarden de plaats in te nemen van de eerdere Sara met wie hij getrouwd was.

Daar stak Wordsworth tegen af als strak en stijf en consciëntieus. Misschien zou hij zich opgewekter voorgedaan hebben als zijn lang doordachte poëzie niet door menig tijdgenoot miskend werd; intussen leefde hij ordelijk, een goede broer voor Dorothy en later een goede echtgenoot en vader, zonder kwalen en grillen en wanhoop.

Volgens Sisman zijn Wordsworthianen en Coleridgeanen zelden in één persoon verenigd. Hijzelf is onmiskenbaar van het tweede type, te oordelen naar het verschil in aandacht en begrip die hij voor de een en de ander heeft. Waarschijnlijk laat hij zich ook winnen door Coleridges gevoelsexpressie, zelfs als hij die soms te zwaar vindt uitgedrukt; en zet hij zich over de gedachte heen dat een gesprek met de grote man nogal eens neerkwam op een urenlange monoloog. Wat wij vooral uit zijn boek hadden moeten leren is hoe de vriendschap van deze twee grote dichters in hun vroege jaren werkte. Hadden zij alleen gemeen dat zij de Engelse poëzie wilden vernieuwen? Of werden zij ook geanimeerd door andere gedachten en manieren van elkaar? Hoe dat ging kon de lezer zich van Johnson en Boswell ongeveer voorstellen; van Wordsworth en Coleridge helemaal niet.