Waterval moet toeristen trekken

Sinds gisteren in New York: vier watervallen in de haven, zo hoog als het Vrijheidsbeeld. Olafur Eliasson wil van het gewone kunst maken. En de stad wil er graag op verdienen.

Olafur Eliasson is er niet de man naar klakkeloos te doen wat van hem verlangd wordt. Exact op het moment dat de boot vol cameramannen en fotografen stilgelegd wordt onder de Brooklyn Bridge, pal voor een van de door Eliasson bedachte watervallen, wendt hij zich af. Hij wil niet op tv. Niet op de foto. En burgemeester Michael Bloomberg van New York, naast hem, moet dus meedraaien. Rug naar de media.

Bloomberg besluit dan dat het mooi geweest is. Burgemeester en kunstenaar draaien zich alsnog om, poseren voor het publieke kunstwerk dat miljoenen toeristen deze zomer naar de stad moet trekken en evenzoveel geld – „dat we zo nodig hebben”, verwijst Bloomberg naar de kwakkelende economie – in het lokale bedrijfsleven moeten steken.

Waarom de IJslandse/Deense kunstenaar zich zo ostentatief omdraaide? „Je moet niet vergeten, dit kunstwerk gaat niet over mij. Is nu ook niet meer van mij. Het is van het publiek, staat in de publieke ruimte. Ik heb het misschien bedacht, maar vandaag begint het een eigen leven.”

Zijn werk bestaat uit vier watervallen, opgebouwd uit aluminium bouwstijgers. Die zijn zichtbaar – „dan weet het publiek dat het een kunstmatige waterval is.” Elk van de constructies staat op een betonnen basis in het water en verschilt van de andere in breedte en hoogte. De installatie onder de Brooklyn Bridge is bijvoorbeeld 24 meter breed. De hoogste, voor Governors Island, iets zuidelijker in de haven, meet bijna 37 meter, vergelijkbaar met het Vrijheidsbeeld. Pompen zorgen ervoor dat per minuut 26.000 liter water per waterval naar beneden stort. Tot en met half oktober worden elke ochtend de pompen aangezet, na zonsondergang wordt het kunstwerk verlicht en om tien uur ’s avonds is het weer voorbij.

De vorige keer dat de stad New York een dergelijk kunstwerk in de publieke ruimte – en dus ook gratis – toestond, was in 2005. De kunstenaars Christo en Jeanne-Claude lieten toen ruim 7.500 met saffraanrode stof behangen poorten door Central Park slingeren. De kunstenaars hadden er 25 jaar aan gewerkt, de meeste tijd was in moeizaam overleg met de stad gaan zitten. De voorbereiding van Waterfalls ging op het eerste gezicht een stuk soepeler, vertelde Bloomberg gisteren. „Natuurlijk dacht ik toen ik er twee jaar geleden voor het eerst van hoorde: ‘waar héb je het over?’”

Eliasson erkent dat zijn installatie op het eerste gezicht weinig gecompliceerd aandoet. „Het zijn maar enkele bouwsteigers met pompen die water opzuigen om het daarna weer te laten vallen. Maar het was een majeure onderneming.” Uiteindelijk waren 36 verschillende overheidsdiensten bij het project betrokken, en kreeg Eliasson de twintig vergunningen die nodig waren. Wat hielp was de omgevingsvriendelijke opzet die Eliasson en de stad samen voorstonden. De pompen draaien op ‘groene stroom’, de verlichting geschiedt met energiezuinige LED-lampen, en met een kooi rond de betonnen basis onder water moet voorkomen worden dat vissen aan- en opgezogen worden.

Maar buiten dat alles was de stad vooral zo enthousiast omdat Waterfalls financieel aantrekkelijk is. Het project wordt bekostigd door het bedrijfsleven: Bloombergs eigen en gelijknamige nieuwsdienst is een van de hoofdsponsoren. De gemeente draagt er nauwelijks aan bij, maar kan wel met de opbrengsten pronken. De stad verwacht dat toeristen dankzij de installaties 55 miljoen dollar extra in de stad zullen steken. Hotels zoals het Ritz-Carlton bieden Waterfalls-pakketten aan (vanaf 825 dollar per nacht), rondvaartboten verzorgen tours (25 dollar voor een uur) en „al dat geld komt direct in de zakken van New Yorkers terecht”, zegt Bloomberg. „Weet je nog, tijdens The Gates? Geen kapitalist waar dan ook ter wereld had een bredere glimlach op het gezicht dan de hotdogverkopers op straat.” Dat kunstwerk bracht toen 254 miljoen dollar aan extra inkomsten voor de stad op.

Eliasson maakt deel uit van dat circus. De rondvaartboot draait een opname van zijn uitleg van het werk en in New York kunnen bezoekers op hun mobiele telefoon via het gratis informatienummer 311 Eliasson zijn werk horen toelichten: „Ik vind watervallen een fantastisch natuurfenomeen.”

Wat hem met name intrigeert aan water, is dat het een „buitengewone mogelijkheid heeft alles voor iedereen te zijn.” Mensen raken ervan aan het dromen. Er zit beweging in. Tijd. „Net zoals je gaat nadenken over hoe lang het duurt om van de waterval in Brooklyn op Manhattan te komen.” Eliasson zegt dat hij als uitgangspunt iets neemt „wat iedereen met het blote oog kan waarnemen – de rivier – om er dan zelf kunst van te maken”.

Volgens Bloomberg, die zelf vooral van Oude Meesters zegt te houden, is het heel eenvoudig. New Yorkers of toeristen hóeven het kunstproject niet mooi te vinden; zelfs niet als kunst te beschouwen. Als ze er maar over nadenken. Zelf heeft de burgemeester een eenvoudige vuistregel die hij ook op de watervallen toepast. „Grootse kunst is eenvoudig datgene dat ik zelf niet had gekund.”

Foto’s, links en een eerder interview met Eliasson op nrc.nl/newyork. T/m 13 okt.

    • Freek Staps