Waarom Spanje de finale moet winnen

Eindelijk kunnen we de Duitsers zien door een bril met normaal glas. Vroeger niet, vroeger stond het witte shirt voor alles wat verkeerd was. Verkeerd met een grote V, want de oorlog piepte altijd weer om de hoek. Juist in Nederland. In het openbaar werd dat vrijwel nooit zo gezegd, maar zo was het natuurlijk wel. Je gunde die lui niets, daar kwam het op neer. Bovendien hadden ze zowel in korte broek als in businesspak te veel succes.

De jaren negentig leverden ons meer glorie op dan de oosterburen. Sterker, zowel economisch als sportief namen zij ons als voorbeeld, en dat zagen wij graag. De Duitse overwinning op het EK van 1996 stak schril af bij het nieuwe soort aanvalsvoetbal waarmee Ajax een jaar eerder de Champions League had gewonnen. De Duitsers wilden ook wel eens van die aansprekende talenten opleiden, ze bouwden onze Arena na. De oorlog was nu iets voor geschiedenisboeken, niet voor het voetbalveld.

In de nieuwe eeuw werd het camp voor Duitsland te zijn. Met een on-Duitse – meenden wij – vrolijkheid werd het land Vice-Weltmeister in 2002, en wij vonden het best. Twee jaar geleden mochten ze ook nog wel derde worden. Met liefdesverklaringen voor een feitelijk niet zo aansprekend elftal bevrijdden wij ons van ons benauwde verleden.

Maar nu. Van de acht ploegen in de kwartfinale van het Europees kampioenschap had Duitsland de lelijkste en saaiste ploeg van allemaal, ik zeg het maar eerlijk. En nu staan ze zondag nog in de finale ook. Wat mij betreft is het campgevoel van de afgelopen jaren voorbij – ik gun die lange bonenstaken geen overwinning. Wie dat kleinzielig Hollands noemt, heeft nog te kampen met oude beeldvorming. Het gaat mij puur om wat ik zie, en wat ik zie is niet te pruimen. Vergeleken bij het elftal dat ons twintig jaar geleden tot razernij bracht is deze editie van een tergende bleekheid. Je ziet werkelijk niets dat het hart verwarmt, of het moest een actie van de back Lahm zijn. Miroslav Klose is geen Rudi Völler, Lukas Podolski lang geen Jürgen Klinsmann. Kijkend naar spelverdeler Michael Ballack verlang je gewoonweg terug naar Lothar Matthäus. Die reïncarnatie – vonden wij – van Adolf Hitler kon in 1988 tenminste nog dribbelen, je verrassen met iets geks.

Natuurlijk is er jaloezie dat de withemden voor de zoveelste keer van een betere toernooimentaliteit getuigen dan Oranje. Groter evenwel is de jaloezie ten aanzien van Spanje. Deze cocktail van techniek en compact, soms wat berekenend samenspel zou de gepaste winnaar zijn van dit EK. Het is een bijzonder leuk toernooi geworden, een toernooi dat een winnaar verdient die gezien wordt als een kers op de taart, niet als een dief in de nacht.

Auke Kok blogt op nrc.nl/ek: Arsjavin wie?