Veiling octrooien brengt 7,2 mln op

Pas op het zevende octrooi werd serieus geboden. De meeste bezoekers van de eerste Nederlandse octrooiveiling kwamen gisteren vooral om te kijken naar het Amerikaanse veilinghuis Ocean Tomo in Amsterdam. De veiling leverde 7,2 miljoen euro op. De helft van de aangeboden octrooien werd uiteindelijk maar verkocht.

Onder de bieders bevonden zich ook patent trolls. Deze kopers gebruiken volgens Octrooicentrum Nederland (OCNL) de octrooien alleen gebruiken om rechtszaken aan te spannen tegen bedrijven die het octrooi schenden. Jonge bedrijven die onvoldoende financiële middelen voor een rechtszaak hebben, moeten vervolgens de ‘octrooitrol’ duur afkopen.

Voor bedrijven zijn goede octrooien waardevol omdat ze het alleenrecht geven om een uitvinding te mogen exploiteren. Nauwkeurig laten ze daarom de rechten in het octrooiregister van OCNL vastleggen. Dat levert het agentschap van het ministerie van Economische Zaken jaarlijks 25 miljoen euro op. Maar als een bedrijf een gepatenteerde techniek niet in productie neemt, kost een octrooi alleen maar geld. Oplossing: het octrooi verkopen.

Bijvoorbeeld via een veiling zoals die van gisteren. Daar ging een ongebruikt octrooi voor internettechnologie voor 1,4 miljoen euro onder de hamer. Dat was het grootse bedrag sinds het ontstaan van octrooiveilingen in 2005 in de VS. KPN verkocht een nieuwe glasvezeltechnologie voor 250.000 euro op. Een octrooi van TNO kwam volgens Ocean Tomo niet boven de van tevoren bepaalde ‘bodemprijs’ uit en bleef onverkocht.

Volgens OCNL zijn Nederlandse bedrijven nog erg terughoudend om hun octrooien te laten veilen. De kopers in de zaal zijn anoniem. Dat betekent dat octrooien wel eens in handen van concurrenten kunnen vallen. Bovendien is de opbrengst van een veiling onzeker. Maar door een bodemprijs met het veilinghuis af te spreken, kunnen bedrijven het risico beperken.

    • Klaas Fleischmann