Streefpensioen blijkt vaak niet haalbaar

Met pensioen gaan betekent erop achteruitgaan. Dat geldt vooral voor mannen en oudere werknemers vanaf ongeveer 55 jaar, berekende het Centraal Bureau voor de Statistiek. Volgens het CBS is het voor lang niet alle Nederlanders haalbaar om een pensioen van ongeveer 70 procent van het laatste salaris te ontvangen.

Het Nederlandse pensioenstelsel streeft naar een pensioen dat 70 procent van het salaris inhoudt, omdat dan het nettoloon voor en na pensionering ongeveer gelijk blijft. Vanaf 65 jaar geldt een lager belastingtarief en vanaf die leeftijd hoeft geen AOW-premie meer te worden betaald. Nederlanders met een laag inkomen gaan er minder op achteruit dan zij die meer verdienen, omdat de AOW dan relatief een groter deel van het pensioen uitmaakt. Dat is volgens het CBS vooral bij vrouwen zo: zij werken vaak in deeltijd en in lagerbetaalde banen. Mannen krijgen dus een relatief lager pensioen omdat zij vaak meer geld verdienen.

Voor werknemers van boven de 55 jaar is het lastiger om de 70 procent te halen dan bij jongere Nederlanders. Dat komt doordat een deel van de 55-plussers met een goede pensioenopbouw al eerder stopt met werken. Ook heeft die generatie vaak een slechtere pensioenopbouw, omdat zij pas vanaf 25 jaar pensioen opbouwden.