Roken is rock ’n roll

Keith Richards die al spelend een sigaret uit zijn mondhoek heeft bungelen. Peter Buck van R.E.M. die bij het betreden van het podium zijn peuk nonchalant tussen de snaren klemt. Of de gitarist van Black Rebel Motorcycle Club die zich afgelopen maandag in Paradiso brandende sigaretten door een roadie liet aanreiken.

Het is een vertrouwd gezicht: popmuzikanten die roken. Daar komt binnenkort een abrupt einde aan, als op 1 juli het rookverbod in de Nederlandse horeca van kracht wordt. De poppodia blijven niet gespaard, hoewel je zou denken dat die bastions van vrijdenkers en muzikale anarchie de laatste plekken zouden moeten zijn waar zo’n verbod gaat gelden.

Waren het niet de Provadya’s, Paradiso en Fantasio waar eind jaren zestig voor het eerst openlijk geblowd kon worden? Ook aan het bij reggaeconcerten zo onontbeerlijke stickie komt een eind. Roken, blowen, zelfs de dikke sigaar van de manager in de coulissen zijn voortaan taboe.

Bij het beeld van de rokende rockster denk ik onmiddellijk aan David Bowie, die in 1977 naar de Hilversumse Toppopstudio kwam om zijn toenmalige hitsingle Heroes te playbacken. Tijdens de instrumentale passage haalde hij een pakje Gitanes tevoorschijn, waar hij doodgemoedereerd zo’n teer- en nicotinerijke Franse sigaret uit haalde en opstak.

Als Bowiefans wilden we daarna allemaal hetzelfde merk, zelfs al moest je ervoor leren roken.

Achteraf zou je kunnen zeggen dat het onverantwoordelijk is van een artiest om zijn fans het slechte voorbeeld te geven. Maar het hoorde onlosmakelijk bij het imago van Bowie als de coolste popster ter wereld.

Waar zou Tom Waits zijn zonder de sigaret in de caféscène op de hoes van Nighthawks At The Diner, de plaat waarop hij zijn doorrookte timbre leende aan de strofe „Light another cigarette/ and the band’s playing something by Tammy Wynette” (uit ‘Warm beer and cold women’).

En hoe geloofwaardig is Bob Marley zonder de enorme spliffs op de hoezen van Burnin’ en Kaya, de platen waarop hij het roken van ganja (Jamaicaanse weed) propageerde als onmisbaar onderdeel van de reggaereligie?

De sigaret op de hoes van Marianne Faithfull’s Broken English is het enige element dat kleur geeft aan een somber tafereel van een desperate vrouw in blauw licht; de vuurkegel op haar sigaret als het rode baken in de duisternis.

Denk aan alle prachtige popsongs die over het roken van sigaretten geschreven zijn, van blueszanger Benny Spellmans Lipstick traces (on a cigarette) tot Cigarettes and alcohol van Oasis.

Soms werd juist het minder glamoureuze aspect van roken naar voren gehaald, zoals de volle asbak op het cd-schijfje van The Arctic Monkeys’ debuutalbum. Covermodel Chris McClure rookt zijn sigaret met overgave en werd bijna net zo beroemd als de bandleden zelf. Roken hóórt bij relevante rockmuziek, is de boodschap.

De ware rock & roll-rebellen trekken zich van een rookverbod niets aan. Keith Richards heeft al aangekondigd gewoon door te zullen blijven roken op het podium. Johnny Rotten van de Sex Pistols werd onlangs bij zijn eigen persconferentie uit de zaal verwijderd omdat hij weigerde zijn sigaret uit te maken.

Een echte rocker rookt door tot hij er dood bij neervalt.