Op jacht naar de tijd

Mark Klett is meester in het genre van de ‘rephotography’. Plekken die ooit op oude foto’s zijn vastgelegd, legt hij opnieuw vast. Zijn foto’s laten zien wat er veranderde en wat bleef.

De plek van de Big Trestle in 2000, gefotografeerd door Mark Klett en Byron Wolfe foto uit het boek ‘Third Views, Second Sights’ Klett, Mark;Wolfe, Byron

Het Wilde Westen van de Verenigde Staten is in de greep van de goudkoorts, en bedrijven met trotse namen als Empire, Confidence en Challenge hebben zich gehaast om het goud en zilver uit deze mijnen te halen. Op de foto uit 1868 liggen de geblakerde heuvels van Nevada bezaaid met houten gebouwen. Op de volgende foto, uit 1979, is er van al die bedrijvigheid niets over, alleen de littekens die de mijnwerkers op de flanken van de heuvels hebben achtergelaten. Op de laatste foto, uit 1998, zijn zelfs die sporen zo vervaagd dat ze haast natuurlijke rotsformaties lijken.

Het drieluik maakt deel uit van het levenswerk van de Amerikaanse fotograaf Mark Klett: het herfotograferen van het westen van de Verenigde Staten. ‘Rephotography’ noemt hij die werkwijze. „Op het eerste gezicht gaat mijn werk over de landschappen die je op de foto’s ziet”, zegt hij in zijn studio in Arizona. „Maar eigenlijk gaat het over tijd, en over hoe wij ons verhouden tot de landschappen waar we in leven.”

Klett (1952) gaat terug naar plekken die al eerder gefotografeerd zijn en legt ze opnieuw vast. Dat doet hij zo nauwkeurig mogelijk: vanaf dezelfde plek, in hetzelfde jaargetijde, op hetzelfde uur van de dag. Soms is er in een eeuw heel veel veranderd. In het bestek van drie beelden zien we Salt Lake City uitgroeien van een verstrooide nederzetting tot een stedelijke woekering. Soms is er helemaal niets veranderd, bijvoorbeeld in de Grand Canyon waar de tijd in miljoenen jaren wordt gemeten. Hooguit is er een rots bij, een rots eraf. En soms, in tegenstelling tot wat je als kijker verwacht, is de mens juist uit die wilde landschappen verdwenen: waar eens een spoorbrug een hele vallei vulde, is nu niets.

De foto’s van Mark Klett gaan over verandering, maar evenzeer over continuïteit. Doordat ze plaats met tijd vermengen, gaan ze ook over de verhouding van de fotograaf tot de techniek die hij tot zijn beschikking heeft. De avonturiers van de negentiende eeuw moesten hun houten beeldboxen en zware glasplaten met lastdieren of op hun eigen rug zeulen; ze moesten dan ook heel goed kiezen wat ze fotografeerden en waar vandaan.

Hun vakgenoten in deze tijd kunnen die zorgvuldig gekozen locaties nazoeken met gps, archieven raadplegen met een laptop op hun hotelkamer, en de verhalen vastleggen – niet alleen op het platte vlak van de foto maar ook met geluid, bewegend beeld en websites waarop de kijker de geschiedenis laag voor laag kan afpellen. Wij zijn bevoorrecht: we zien de wording van het landschap zich voor onze ogen ontvouwen.

Ieder op hun eigen manier zijn de beide generaties fotografen trofeeënjagers. Die ontdekkingsreizigers uit de negentiende eeuw gebruikten de camera om dat onafzienbare landschap te meten en te beschrijven, en het zich daarmee toe te eigenen. Met hun foto’s probeerden ze grip te krijgen op dat uitgestrekte land waar ze nog weinig notie van hadden; de beelden die ze produceerden, gaven ze in zekere zin macht daarover. Hun verkenning van de ruimte was tevens verovering. Als ze al op zoek waren naar schoonheid, dan stond die in dienst van het nut.

De fotografen van toen waren op jacht naar de ruimte; de fotografen van nu zijn op jacht naar de tijd. Die van toen waren op zoek naar nuttige registraties, hulpstukken bij het koloniseren van nieuwe horizons; die van nu zijn op zoek naar verhalen, ze gebruiken de fotografie als een middel om te onderzoeken hoe we daarmee zijn omgegaan.

Met zijn lange, tanige verschijning

en zijn lichtblauwe ogen lijkt Klett zo uit een Marlboro-billboard gestapt – maar wanneer hij over zijn werk praat is hij veel meer een bedachtzame intellectueel dan een cowboy. Hoewel opgeleid als geoloog, ging hij alsnog fotografie studeren. Hij is ruim 25 jaar verbonden aan Arizona State University bij Phoenix. Het westen is ook zijn onderwerp geworden: de onherbergzame bergen en woestijnen van staten als Nevada, Wyoming, Arizona, Californië, en de ‘kroonjuwelen’ van het Amerikaanse landschap als de Grand Canyon, Yosemite en het oudste nationale park, Yellowstone. In 2006 verscheen zijn rephotography van San Francisco, een eeuw na de brand van 1906 die de stad nagenoeg verwoestte.

Zijn uitgangspunt zijn de landschapsfoto’s waarmee het westen van de VS in de tweede helft van de negentiende eeuw in beeld en in kaart werd gebracht. „Rond 1870 en 1880 zijn er vier grote overheidsexpedities door het westen getrokken”, vertelt Klett. „Daar waren behalve landmeters en cartografen ook fotografen bij. Zij hebben onder heel moeilijke omstandigheden indrukwekkend werk gemaakt.”

Een eeuw later was het tijd geworden, vond hij, om die plaatsen en die beelden met hedendaagse ogen te bekijken. In 1977 begon hij het Rephotographic Survey Project. In de loop van drie jaar brachten Klett en zijn team honderdtwintig locaties opnieuw in beeld. Hij was opgelucht dat het klaar was, heeft hij weleens geschreven, maar twintig jaar later ging hij toch weer terug naar een groot aantal van die plekken, nu voor het project dat de naam Third View kreeg. Waarom? „In die tussenliggende twintig jaar was er veel veranderd. We hadden veel meer technische mogelijkheden, bovendien wordt de landschapsfotografie nu anders geïnterpreteerd.”

In de fotografie was in de jaren zeventig een romantische beeld van de wildernis in zwang, zegt hij. „De natuur moest vooral puur zijn – er staan nooit mensen op die foto’s – en alles wat de mens in het landschap had aangericht, was slecht. Ik daarentegen heb geen ideologische agenda. Ik wilde zonder opgeheven vinger kijken naar the man-altered landscape. Je kunt voorbij dat ideologische komen door te laten zien dat de mens altíjd in zijn omgeving heeft ingegrepen, en dat altijd zal blijven doen. Dat deden de native Americans ook, lang voordat wij blanken hier kwamen wonen. En de fotografen uit de negentiende eeuw lieten helemaal niet de oertoestand van het Amerikaanse westen zien, zoals velen graag denken – er waren al wegen, treinen, dorpen.”

Een eeuw geleden was het natuurlijk wel veel rauwer en onveiliger in dat droge en knoestige landschap. Vervoer, onderdak, eten en drinken – voor de expedities van toen was dat alles niet vanzelfsprekend, ze waren dan ook veel meer met overleven bezig dan hun navolgers in onze tijd. Klett lacht: „Wij moesten juist veel moeite doen om te ontkomen aan opdringerige voorzieningen als hekken, borden ‘verboden toegang’ en voorgekauwde kampeerplaatsen.”

Klett legt zichzelf strenge beperkingen op in de veronderstelling dat juist daardoor zijn beelden, en de vergelijking met de beelden van een eeuw eerder, het sterkst tot de verbeelding zullen spreken. Het werkt: doordat de randvoorwaarden allemaal eender zijn worden je ogen en gedachten gedwongen om zich op de inhoud van de beelden te concentreren.

Tegelijkertijd vraag je je als kijker af of zijn foto’s zelfstandige betekenis hebben, los van de vergelijking van vroeger. In Second Sight was dat amper het geval; in Third View wel, omdat de fotografie werd uitgebreid met geluidsfragmenten – gesprekken, flarden van de radio, de krakende deur van een verlaten huis, de wind – video’s , interviews en een website die op een toen nieuwe en spannende multimediale ervaring bood.

De site (www.thirdview.org) en de interactieve dvd komen dichter bij de verweving van tijd en plaats die Klett voor ogen staat dan het boek. „Liefst hadden we alleen de dvd uitgebracht, maar dat ging de uitgever te ver. We móesten een boek maken om de dvd te kunnen distribueren.” Tijdens de vier jaar van het project bleef de technologie natuurlijk niet stilstaan: ineens konden ze in hun motelkamer archieffoto’s downloaden en die op de laptop meenemen naar buiten. Klett: „Al die nieuwe technologische mogelijkheden waren zo verleidelijk dat we moesten oppassen dat die niet met het project aan de haal zouden gaan.”

Klett is zelf ook op zoek gegaan naar andere manieren om heden en verleden op elkaar te laten reageren en is zijn beelden anders gaan rangschikken. Staan de historische en hedendaagse beelden in Third View nog gewoon naast elkaar, later, bijvoorbeeld in zijn boek over nationaal park Yellowstone, monteert hij ze in en op elkaar.

Overigens heeft zijn werk geheel buiten hem om aan actuele betekenis gewonnen. Phoenix is samen met Las Vegas de snelst groeiende stad van het land – ondanks het feit dat ze midden in de woestijn liggen. Phoenix is nu de zesde stad van het land; in 2020 zal het naar verwachting de derde in aantal inwoners zijn, na New York en Los Angeles.

Nog tijdens het werken aan Third View

was Klett samen met twee anderen al jaren bezig aan het project Yosemite in Time (2005). Dit nationale park is een van de meest spectaculaire én meest gefotografeerde plekken in de VS. Miljoenen mensen kennen het van afbeeldingen. Dat waren natuurlijk kalenderplaatjes, maar ook beelden van beroemde chroniqueurs van het Amerikaanse landschap als Eadweard Muybridge, Ansel Adams en Edward Weston.

„Veel van de geschiedenis van de fotografie was met Yosemite verbonden”, schrijft Rebecca Solnit in een van haar mooie begeleidende essays. „Door hier te herfotograferen laten wij ons niet alleen in met de geologie, de ecologie en de geschiedenis, maar ook met de kunstgeschiedenis.” De beelden van toen hebben bovendien een grote invloed op het heden, omdat de National Park Service zich daarop baseert bij zijn beslissingen over het inrichten van het park: waterloop zus, bomen planten zo. De werkelijkheid wordt gemodelleerd naar een foto, het park wordt een portret van zichzelf.

In mindere handen zou rephotography een demagogische uitstalkast kunnen zijn, waarbij ontzagwekkende oerbeelden van vroeger tegenover beelden van schade en teloorgang nu worden gezet. Dat gebeurt niet. Mark Klett is er niet op uit ons de les te lezen. Hij dringt door de lagen van de tijd heen om een subtiel verhaal te vertellen over de verhouding tussen dit onbarmhartige landschap en de mensen die hun sporen erin nalieten en ze weer zagen verdwijnen.

Third Views, Second Sights. A Rephotographic Survey of the American West, 2004, Museum of New Mexico Press