Mocassins in de Vlaamse klei

De tentoonstelling ‘Mens Cultuur Oorlog’ in het Vlaamse Ieper herdenkt de rol die niet-westerse culturen hebben gespeeld in de Eerste Wereldoorlog. Onder hen ‘Indiër’ Ali Haidar.

Chinese labourer 18693 Song Xiufeng poseert samen met Maurice, de zoon van de fotoraaf foto René Matton

Daar lig je dan, Ali Haidar. Niet in Rawalpindi in de Punjab, maar in Ouderdom, een gehucht in de Vlaamse Westhoek dat op de tomtom niet voorkomt. Weilanden, koeien met een dikke kont vol aangekoekte stront, grazende paarden, een boer die met een tractor zijn land bewerkt, schuren en een elektriciteitshuisje vormen het decor van je graf op Grootebeek Cemetery met de referentie Indian.C.1. Je was havildar, zeg maar sergeant, met rangnummer 2271 in het 52nd Sikhs (Frontier Forces) van het British Indian Army. Je naam onthult dat je zelf geen sikh was, maar een moslim.

Hier, bij een stroom met de naam Grote Kemmelbeek, was begin 1915 je kamp. Even verderop staat nog de schuur die als ziekenhuis dienst deed en waar je op 29 april 1915, twaalf dagen na het begin van de Tweede Slag om Ieper, aan je verwondingen bent overleden. Met jou nog zes andere ‘Indiërs’ die ook hier begraven liggen. In 1918 kregen jullie gezelschap, want toen werden hier ook andere soldaten uit het Britse Rijk begraven.

In totaal liggen nu 109 gesneuvelden op je begraafplaats, die – mocht het je interesseren – is ontworpen door de Arts and Crafts-architect William Harry Cowlishaw. De Commonwealth War Graves Commission onderhoudt alles tot in de puntjes. Hoe Brits was jij eigenlijk door onderwijs en militaire training? Brits genoeg om tevreden vast te stellen dat alles, ook het graspad naar de begraafplaats, kort gemaaid is, zo kort dat zelfs de groundsmen van Wimbledon er jaloers op zouden zijn? En wat zou je vinden van de tentoonstelling Mens Cultuur Oorlog in het In Flanders Fields Museum (IFFM) in Ieper?

Mohammed Ali Salama (Egyptian Labour Corps), Les Baraques Military Cemetery, Grave XIII.A.3. Op 11 september 1917 met zes anderen door Britse soldaten doodgeschoten bij een staking.

De tentoonstelling over de multiculturele aspecten van de Eerste Wereldoorlog in de Westhoek is bedacht door de inhoudelijk leider van het museum, Piet Chielens. Een man uit de streek die je graf vast wel eens heeft bezocht. Als elfjarige, toen hij nog geen pacifist en coördinator van het IFFM was, ging hij de vele militaire begraafplaatsen in de omgeving af. In de registers bij de ingangen zocht hij naar verre landen en vreemde plaatsnamen. Thuis zocht hij die dan op in de atlas. In het internetloze tijdperk kon hij er weken over doen om er achter te komen dat Waikato in Nieuw-Zeeland op North Island ligt. Vanaf de opening van het museum in 1998 heeft hij het in zijn hoofd gehad om ooit eens een tentoonstelling te maken over mensen als jij, over al die nationaliteiten, volksgroepen, culturen en religies die tijdens de Eerste Wereldoorlog in de Vlaamse klei verzeild raakten.

Meer dan vijftig blijken het te zijn, afkomstig uit minstens vijftig nationale staten en vijf continenten. Je kunt er niet één zo exotisch bedenken of hij was vertegenwoordigd. Niet alleen Schotten, Canadezen, Ieren, Corsicanen, Welshmen, maar ook Basken, Catalanen, Eskimo’s, Zoeloe’s, Maori’s, Gurkha’s, Chinezen, Algerijnen, Spahi’s (woestijnruiters uit de Maghreb), West-Afrikanen, Russen, bewoners van de Fiji-eilanden en indianen, onder wie een kleinzoon van Sioux-opperhoofd Sitting Bull. Aan Duitse zijde was het in westerse ogen wat gewoner; dan moet je denken aan Denen uit Jutland, Tsjechen, West-Slavische Sorben, Polen en de vertegenwoordigers van al die Länder die amper 45 jaar samen één natiestaat vormden.

Johann Freiberger, infanterist uit het koninkrijk Bayern. Werviq-Sud. Deutscher Soldatenfriedhof, Block 1, Grab 311. Gestorven 27 april 1918.

In het landschap vind je van die culturele diversiteit – afgezien van de naoorlogse officiële gedenktekens – nog maar weinig sporen terug. Zo nu en dan worden oude loopgraven en ondergrondse schuilplaatsen en commandocentra opgegraven en stellen experts vast dat de Duitsers vaak degelijker werk afleverden dan de geallieerden. In een weiland bij Diksmuide, met op de verre achtergrond de IJzertoren, staat nog wel een speciaal gebouwtje. Achter de als camouflage gebruikte lokale gele baksteen gaat een bunker schuil van jouw geloofsgenoten uit Noord-Afrika. Maar van de betonnen Moorse spitsboog bij de ingang en de ingekraste Arabische tekst over de grootheid van Allah is na een recente restauratie niets te zien. Prikkeldraad rond de bunker en tralies voor de ingang en de ramen verbergen zijn ware identiteit.

Een geval apart is het Talbot House in Poperinge, ongeveer twee kilometer van je graf en achter het front. Hier opende enkele maanden na je dood aalmoezenier Philip Clayton, bijgenaamd Tubby, in een grote burgerwoning een tehuis waar Britse soldaten konden verblijven, op adem konden komen en in de kapel op zolder diensten konden bijwonen. Buiten hing het bord ‘Every man’s club’, maar ze zouden vreemd hebben opgekeken als jij, gesteld dat je toen nog niet was gesneuveld, op een dag was binnengestapt. Want het huis was wel erg Brits, getuige opschriften als ‘Pessimists way out’ en een pijl naar de deur.

Het is nu een levend museum waar iedereen een good cup of tea kan pakken en zelfs kan overnachten. Een berichtje aan het prikbord in de vroegere kantine herinnert nog aan het overlijden in 2001 van de toen 91-jarige Jeanne Battheu, het Belgische ‘buurmeisje’ van het Talbot House. Op een beeldscherm in het aangrenzende museumgebouw vertelt ze over de vele nationaliteiten die ze in de Grote Oorlog voorbij heeft zien komen. Hierdoor sprak ze een beetje Frans, Duits, Engels én Chinees. Urdu, de taal van je grafschrift, sprak ze niet.

N’Dao Massamba, infanterist 1e klasse 75e bataillon Tirailleurs Sénégalais. Machelen-aan-de-Leie, Cimitière militaire national français, sépulture 542. Mort pour la France 25 oktober 1918. Zijn voor- en achternaam staan verkeerd om op zijn grafsteen.

De mensen zijn wereldwijd vergeten hoeveel culturen in de Westhoek bijeen waren. Soms al snel na de oorlog en met opzet. Zo kregen de leden van het South African Native Labour Corps na afloop niet de Overwinningsmedaille met regenbooglintje, die in alle geallieerde landen werd uitgereikt. Elders is de multiculturele aanwezigheid gewoon door de loop der jaren uit het collectieve geheugen verdwenen. Hierdoor kon het gebeuren dat de Tunesische udspeler die voor de opening van de tentoonstelling was uitgenodigd niet eens wist dat familie van hem in Europa had gestreden. Hun namen ontbreken in de officiële documenten, zoals ook de namen van vele in de strijd vermist geraakte sikhs niet op de Menenpoort in Ieper, hét Britse monument voor de vermisten, blijken te staan. Jij wordt dan wel ter plekke herinnerd, maar hoevelen in de Punjab, de Westhoek en Nederland zullen nog van jou en je gesneuvelde landgenoten weten?

Als hommage aan jou en alle anderen die al dan niet vrijwillig uit de uithoeken van de wereld hiernaartoe zijn gekomen, heeft Piet Chielens met foto’s, filmbeelden, geluidsopnamen, boeken, affiches, militaria, schilderijen, tekeningen en etnografische voorwerpen een indrukwekkende tentoonstelling gemaakt.

Giuseppe Paoloci (10 februari 1885 – 21 maart 1918), Westerbegraafplaats van Gent, Italiaanse vak. Een van de Italiaanse krijgsgevangen die door de Duitsers gedwongen werden aan het Westfront te werken.

De Eerste Wereldoorlog was een oorlog van massa’s en grote getallen. Op de filmbeelden marcheren menigten soldaten anoniem en naamloos voorbij. Een enkeling kijkt voor de camera lachend op en maakt dwars door de tijd heen zowaar nog even oogcontact, om vervolgens weer de vergetelheid in te lopen. Het zijn de grote karaktervolle portretfoto’s langs de wanden die in combinatie met getoonde voorwerpen duidelijk maken dat het ook een oorlog was van individuen met zo hun eigen gewoonten en gebruiken. Chinese contractarbeiders maakten fragiele schrijnen om hun voorouders te vereren, Corsicanen gingen niet zonder hun vendetta’s (speciale klapmessen) de strijd in, sikhs mochten hun haar lang houden, indianen droegen mocassins in plaats van legerschoenen en jullie Indiërs vielen op door het eten van chapati’s.

Op de portretfoto’s zie je dus een bonte verzameling petten, helmen, tulbanden, hoofddoeken, fezzen, baarden, snorren, stoppelbaarden en gladde kinnen, en allerlei varianten van blank, geel en zwart. De sprekende foto’s tonen ook dat emoties als trots, wanhoop en zelfverzekerdheid universeel zijn.

Maar ik verzeker je dat de maker van de foto’s met een andere blik naar zijn onderwerpen keek. Otto Stiehl was behalve amateurfotograaf ook commandant van het Duitse krijgsgevangenkamp Zossen-Wünsdorf bij Berlijn. In Duitse ogen was het een schande dat beschaafde grootmachten als Frankrijk en Engeland hun koloniën gebruikten om minderwaardige soldaten en arbeidskrachten te werven. Stiehl nam de foto’s als onderdeel van een boekje dat het Duitse gelijk over de inferioriteit van de ‘natuurlijke volken’ moest aantonen. Iets subtieler dan kunstenaar Karl Götz, die een medaille maakte met de tekst ‘Die Schwarze Schande’ boven de beeltenis van een naakte vrouw geketend aan een enorme penis, maar de boodschap was dezelfde. Ook de geleerde heren van de Koninklijke Pruisische Fonografische Commissie, die 2672 geluidsopnamen van musicerende, zingende en sprekende krijgsgevangenen maakten, hadden hetzelfde wereldbeeld. Met die kennis in gedachten klinkt een opname van een spotlied uit Madagaskar toch anders dan een vergelijkbare opname van Alan Lomax.

Ik hoef jou niet te vertellen dat ook de Britten en Fransen zo hun gedachten over rassenverschillen hadden. Jij hoorde net als Gurkha’s tot de warrior races. De meeste koloniale troepen werden echter geen wapens toevertrouwd of voor gevechten ingezet. Zij waren vooral goed voor arbeid en de begeleiding van krijgsgevangenen.

Esme Charles van Eeghen, 2nd Lieutenant, 324th Siege Battery Royal Garrison Artillery, Bard Cottage Cemetery, Vak III, Rij D, Graf 2. 20 Jaar oud en één van de honderden Nederlandse vrijwilligers in buitenlandse dienst.

De tentoonstelling laat zien dat oorlog ongeacht culturele achtergrond ook ‘gewoon’ leven is. Met bidden, feesten, sporten, spelen met kinderen uit de buurt, kleren wassen, pijp roken, bier drinken met de lokale bevolking, souvenirs verzamelen of kunst maken. ‘Trench art’ heet de kunstvorm die me blijft verbazen. Op de tentoonstelling staan bijvoorbeeld glimmende granaathulzen met scènes uit de Chinese opera of lotusbloemen en een gedicht van de Chinese dichter Wang Zhihuan (688-742). Heb jij enig idee waarom mensen van wapentuig kunstig versierde gebruiksvoorwerpen of kunstobjecten maken? Is het een teken van overwinning op de dood?

Trench art is trouwens van alle tijden, want in het gelijknamige boek (2003) van de Engelse archeoloog Nick Saunders staan ook voorbeelden uit de Tweede Wereldoorlog en de oorlog in Joegoslavië. En op eBay trof ik een advertentie aan voor een windorgel gemaakt van kogels uit de Eerste Golfoorlog.

Herbert Morris, 6th Bn British West Indies Regiment. Poperinghe New Military Cemetery, Plot 2, Row F, Grave 45. Shot at dawn 20 september 1917, 17 jaar oud. Een van de drie minderjarige soldaten die wegens lafheid of desertie zijn geëxecuteerd.

Piet Chielens weet dat de tentoonstelling vooral is gebaseerd op wat westerse bronnen over de verschillende culturen zeggen. Jullie stemmen en indrukken ontbreken – of heb jij nog ergens een dagboek of een brief aan thuis liggen? De ‘war deed’, een koeienhuid met de twaalf belangrijkste oorlogsscènes uit het leven van Blood-indiaan Mike Mountain Horse als Canadees soldaat, is nu de indrukwekkende uitzondering. Maar Chielens denkt dat daar verandering in komt. De laatste jaren tonen steeds meer niet-westerse culturen aandacht voor de Eerste Wereldoorlog en de lotgevallen van ‘hun’ mensen. De sikhs hebben sinds 1999 een eigen monument en lopen jaarlijks mee in de Poppy Parade. Canadese indianen hebben drie jaar geleden in Ieper een Calling Home Ceremony voor de op de slagvelden achtergebleven geesten van hun voorouders gehouden, Chinezen onderzoeken de lotgevallen van de 140.000 contractarbeiders uit Shandong, Gurkha’s op vredesmissie in Kosovo hebben de graven van hun collega’s bezocht en vorig jaar heeft familie van de geëxecuteerde Victor Spencer, een halve Maori die in 2000 postuum gratie heeft gekregen, vanuit Nieuw-Zeeland zijn graf bezocht om hem zijn wakahuia, een bewerkte houten doos voor erfstukken, te brengen.

De plaatselijke bewoners kijken bij die gelegenheden, ruim negentig jaar nadat ze hun eerste zwartjes, tsjings, turko’s en hindoe’s in levende lijve hebben gezien, weer hun ogen uit. Echt waar, ook al zien ze nu op televisie allerlei vreemde culturen, toch zou ook jij hier nu weer een uitzonderlijke bezienswaardigheid zijn. Vraag maar aan mijn Chinees uitziende vrouw.

De tentoonstelling ‘Mens Cultuur Oorlog’ is t/m 7 sept te zien in het In Flanders Fields Museum, Lakenhallen Grote Markt 34, Ieper, België. Dagelijks 10-18u. Inl: 0032-57-239220, www.inflandersfields.be. Catalogus: Dominiek Dendooven, Piet Chielens e.a.: ‘Wereldoorlog I. Vijf continenten in Vlaanderen’ (Lannoo, 2008)