Meneer, wilt u buiten gaan roken?

Roken was stoer en interessant. En niemand had het over meeroken.

Een sigarenroker kijkt terug aan de vooravond van het rookverbod. En vooruit.

Jasper (21) is een dag nadat deze foto werd genomen gestopt met roken, voor zijn vriendin. De foto komt uit het boek Smokin’ boys, smokin’ girls van documentair fotograaf Martijn van de Griendt dat maandag uitkomt. Kijk voor andere foto’s uit het boek alvast op www.effekieken.nl. Foto Martijn van de Griendt Nederland, Breda, 28 maart Griendt, Martijn van de

Oh wat een sigaret: Caballero

Genieten doe je met: Caballero

Ja ja, je proeft het zo

Eenieder roept: bravo!

Met Caballero, Caballero, Caballero

Door de speakers van de voetbalstadions was dit refrein in de jaren zestig en zeventig wekelijks te horen. Met de klemtoon op de eerste lettergreep van Caballero en daarin een lang aangehouden aa.

Andere sigaretten- en shagmerken (Draai, draai een Drum voor elkaar) deden gretig mee in het maken van opgewekte reclame voor zichzelf in een sportieve ambiance. Zelfs voor vloeitjes werd vooral op sportpagina’s geadverteerd (Mascotte rolt beter, plakt beter, brandt beter). Roken was toen nog gezond. Johan Cruijff stak in de rust van een wedstrijd snel een sigaret op, speelde in de tweede helft net zo goed, werd met Ajax driemaal achtereen kampioen van Nederland en won driemaal de Europa Cup. Feyenoord won de Europese beker met in de dug-out een rokende schoorsteen in de vorm van de Oostenrijkse coach Ernst Happel.

Roken deed iedereen. Alleen de kinderen niet. Die mochten wel toffees eten en cola drinken (of dunne, ronde reepjes chocola snoepen met een wit papiertje eromheen, net sigaretten), maar roken was niet goed voor ze, daar moest je groot voor zijn. Dus deden ze dat stiekem buiten met elkaar. Een sigaretje was zo uit het pakje van pa of ma gepikt. En wie er echt te hard van moest hoesten, kon toch doen alsof hij rookte met een nepsigaret waarvan het uiteinde ging gloeien als je eraan trok. Roken was stoer en interessant.

Meeroken, daar had niemand het over. Op verjaardagsfeestjes werden glazen niet alleen benut voor hun primaire functie, maar ook voorzien van sigaretten. Met en zonder filter en van verschillende merken, want je kreeg nu eenmaal gasten die per se Amerikaans wilden roken of Frans. Iedereen rookte mee, op een paar mensen na, meestal vrouwen die nog wel een glaasje advocaat beliefden. Maar die hadden er verder geen last van. Mensen die klaagden over andermans rook bestonden nog niet. Hoe zou het ook? De huisarts kon een goedgevulde asbak in zijn spreekkamer hebben staan. De chirurg die er een opstak? Ach, roken was rustgevend, ontspannend. Die paar lui die er misschien niet zo goed tegen konden, woonden in sanatoria ver weg, maar die hádden al slechte longen. En geruchten dat je van merk X ging rochelen, werden meestal niet geloofd, ook al leek een buurman dagelijks luidruchtig het tegendeel te willen bewijzen

Als roken niet meer stoer was, de roker dus de leeftijd had bereikt die voor volwassen werd aangezien, kreeg het een andere functie. De sigaret werd iets om uit te delen. Of om te bietsen. In het ene geval vaak uit beleefdheid, in het tweede geval uit gierigheid, in beide gevallen uit een vorm van inhaligheid. Maar hij vervulde nog een andere functie. Die van ijsbreker. Relatiebemiddelaar. Als eerste gespreksthema („nee ik rook al jaren Lucky Strike”) voor twee mensen die elkaar nog niet of niet goed kenden, maar wel oog hadden gekregen voor elkaar. In het café waren de rollen duidelijk. De jongeman die de mogelijkheden van een amoureus avontuur overwoog, ging er een aanbieden. Het meisje, met soortgelijke maar meestal minder zichtbaar geëtaleerde voornemens, ging er een vragen. Zo was er die jonge vrijgezel ergens in de jaren zeventig die, het liep al tegen sluitingstijd, meer gevoel had voor doelmatigheid dan romantiek. Al na twee trekjes vroeg hij de gesprekspartner die hij zojuist had ontmoet en een sigaret had gegeven: „Om een lang verhaal kort te maken: wil je met me naar bed?”

Ze had gevoel voor humor.

Er gaat meer verloren. Neem het luciferdoosje of de aansteker. Hoeveel geslaagde en minder geslaagde huwelijken en andere relaties zullen niet ooit hun oorsprong hebben gehad in een eerste zin waarin het woord ‘vuurtje’ voorkwam?

Het zal in de jaren tachtig, negentig zijn geweest, dat de niet-roker in aanzien won. Aangestuurd door onloochenbare informatie vanuit de wetenschap. Per jaar gaan er volgens het ministerie van Volksgezondheid nog altijd 20.000 mensen dood door aandoeningen die aan roken zijn gerelateerd. De roker werd bang gemaakt en dat had gevolgen. Een vrouw die niet terugdeinsde voor drie pakjes shag per twee dagen, droomde op een nacht van haar eigen longen, waarin enge diertjes huishielden. De volgende ochtend deponeerde ze shag en vloeitjes bij het afval.

De niet-roker kreeg steeds meer zelfvertrouwen en de roker merkte dat. Zoals toen op Kreta. De atmosfeer was aangenaam warm en zwoel. De avond was al bijna nacht geworden en de zee werkte als een kalmeringsmiddel. Het terras bij het strandcafé/restaurant was ruim bemeten, met nog vele vrije stoelen, en de openlucht was zo open als openlucht maar kan zijn. Twee sigarenrokers zaten na te genieten en na te praten, toen achter hen drie Nederlandse meisjes plaatsnamen die ogenschijnlijk een royale voorkeur hadden voor horecagelegenheden waar de hamburger het hoofdgerecht vormt. Ostentatief begonnen ze te klagen over „die stinksigaren’’. Gewezen op de vele sigarengeurvrije plekken elders op het terras, wisten ze pas na veel kabaal van wijken. Het was niettemin een signaal dat de bakens zouden worden verzet.

De roker verloor terrein. Veelzeggend was hoe Johan Cruijff op de Spaanse tv in een reclamespotje een sigarettenpakjes ver van zich afschopte. En Ernst Happel overleed in 1992 aan kanker.

Het territoriumverlies voor de rokende mens werd vooral zichtbaar in 2004 toen het recht op rookvrije werkplekken voor werknemers wettelijk werd verankerd. In de treinen werden asbakken dicht geschroefd en op luchthavens verrezen veelal glazen rookruimtes, waarbinnen de roker zich mag ophouden als een aap in een dierentuin, met als verschil dat om de aap nog valt te lachen en de roker slechts meewaardige blikken ten deel vallen. De roker is een paria geworden. Hij is vanaf dinsdag het café kwijt, het restaurant, de studentensociëteit, de sportkantine, de schouwburg. De nerveuze artiest die in zijn kleedkamer voor de voorstelling nog even een sigaretje wil opsteken? Het mag niet meer.

Er valt te speculeren over tegenmaatregelen. Waar wettelijke voorschriften gelden, ligt ontduiking op de loer. Zoals sluitingstijden in cafés vroeger werden overtreden door de deur op slot te doen en binnen vrolijk door te gaan. Wanneer zullen de eerste ´boetepotten´ achter de tap worden verstopt, waar rokers gezamenlijk hun bijdragen deponeren om de boete die de café-eigenaar eventueel moet betalen, te vergoeden? Als de Voedsel en Waren Autoriteit al in staat is om ook op langere termijn de naleving van het rookverbod te controleren. Al wordt ze daarbij geholpen door een kliklijn voor boze niet-rokers die anoniem mogen blijven.

Het is anderzijds de vraag of de roker in de ogen van zijn tegenstander nu voldoende naar de marge is verwezen. Niet voor niets voert Stivoro een rookvrije toekomst als motto in haar naam. Minister Klink (Volksgezondheid, CDA) heeft zich met de nieuwe regels mede onder invloed van de Tweede Kamer nog ingehouden. Als het aan zijn voorganger Hoogervorst (VVD) had gelegen, waren sigarettenautomaten op veel plekken, zoals in cafés, verwijderd, waren sigarettenpakjes niet alleen van vermanende teksten maar ook van enge kleurenfoto’s voorzien en was de verplichte minimumleeftijd voor tabakskopers van 16 naar 18 jaar verhoogd. Het zijn maatregelen die zo weer aan de orde kunnen komen als de ‘positieve prikkels’, zoals Klink ze noemt, niet voldoende werken.

Een bekend/berucht voorbeeld ten slotte is de Amerikaanse stad Belmont. Met ingang van 9 januari 2009 kan de gemeente daar in appartementsgebouwen ook het roken thuis verbieden, als de buren er last van zeggen te hebben. Zulke buren bestaan in Nederland ook.

John Kroon (55) rookt sigaren

Club TabacDe Balie en nrc.next brengen morgen een laatste saluut aan de sigaret. Kom zaterdag naar De Balie. Het debat begint om 20.00 uur en wordt geleid door redacteur Rob Wijnberg. Later op de avond onder meer een Rook Filmquiz van de dames van The Unbearable Light DJ’s.