India ging onderweg naar morgen

Toen ‘A Suitable Boy’ verscheen, werd Vikram Seth omarmd als deel van een terugschrijvend rijk. Is het oordeel versimpeld of is dit echt de Indiase ‘Oorlog en vrede’?

Vikram Seth: De geschikte jongen. Vert. door Christien Jonkheer en Babette Mossel. Van Oorschot, 1.366 blz. € 49,90

A Suitable Boy (nu vertaald als De geschikte jongen) verscheen in het kielzog van een geruchtmakend artikel in het Amerikaanse weekblad Time (1993). Romanschrijver Pico Iyer schreef onder de kop ‘The Empire Writes Back’ dat schrijvers uit de voormalige Britse koloniën de Engelse taal en roman hadden geannexeerd om met een eigen identiteit de westerse literaire wereld te overdonderen. Behalve Vikram Seth hebben ook uiteenlopende figuren als Salman Rushdie en Ben Okri als ‘troetelallochtonen van het Gemenebest de impasse van de westerse literatuur doorbroken. De terugschrijvende generatie maakte hun wereld inzichtelijk voor de westerse lezer en vormde de voorhoede van het exotisch mondialisme dat nu veel niet-westerse romans kenmerkt.

Ook de roman De geschikte jongen, die in alle opzichten onwaarschijnlijk is, werd door critici alom bejubeld. Recensenten putten zich uit in superlatieven (in eerste instantie vooral verwijzend naar het aantal pagina’s, het gewicht en de kosten per pagina) en vergeleken Seths baksteen met Tolstojs Oorlog en vrede. Het boek onttrekt zich dan ook aan de spelregels van de huidige literatuur. Het is te dik, niet vernieuwend in vorm en stijl en het kent geen grenzen – al omvat het een wereld. Het is een historische roman (voorzover je daarvan kan spreken wanneer het om een verhaal gaat dat zich 57 jaar geleden afspeelt) met een 19de-eeuwse opzet, maar zonder de moraal over te nemen. In De geschikte jongen wordt een geschiedenis weergegeven zonder dat het een geschiedenisboek wil zijn, zo verklaarde Seth zijn bedoelingen in een interview in de Volkskrant.

Maar die waardering op grond van louter historische waarde kent een valkuil. Seth laat weliswaar op fraaie wijze zien hoe het India vergaat na drie jaar onafhankelijkheid, toch is zijn pretentie veel groter. Het plot is kort samen te vatten en lijkt dan nog het meest op een aflevering van Sex & the City: ‘vind een geschikte echtgenoot voor Lata Mehra’. De vergelijking met die soap mag dan wat oneerbiedig zijn, maar het verhaal bestaat wel degelijk uit een aaneenschakeling van verwikkelingen, vaak weergegeven in dialogen, waarbij je achttien maanden lang in negentien afleveringen vier families en tientallen personages volgt. De moeder van Lata, Rupa Mehra, bespeelt alle registers van emotionele chantage om haar zin te krijgen, er zijn verboden liefdes vanwege verschillen in godsdienst of kasten, en er is een prostituee die haar klanten verleidt met muziek. Dat zijn overigens mooie passages waarin je als lezer bijna ervaart hoe beperkt ons twaalftoonsysteem is.

Wie wil aantonen waarom het boek toch meer is dan de zoveelste drukbevolkte familieroman, lijkt aangewezen op de manier waarop deze familie-affaires zijn verweven met de politiek van de jaren vijftig. Maar komt die waardering dan niet vooral voort uit de kennis die je als niet-ingewijde opdoet van een Indiaas universum van ruim vijftig jaar geleden – en dus uit een behoefte aan iets exotisch? Of zijn er ook puur literaire argumenten?

In elk geval is ook een publiek dat wél vertrouwd is met die wereld gevallen voor Seths opus. De geschikte jongen werd ook in India een bestseller en wat vooral opvallend is: het werd in het Hindi en Bengaals vertaald. En daaruit blijkt wel dat Seth heel wat meer doet dan ‘terugschrijven’ naar de voormalig kolonisator. Wat nu empire? Een belangrijk kenmerk van de roman is dat Seth veel talen en culturen in het Engels heeft weten te vangen en dat werd in India wel gezien als een pleidooi voor Engels als lingua franca. Maar dat het boek ook werkt wanneer het wordt ‘terugvertaald’ naar de culturen waaruit Seth zo rijk had geplukt, suggereert dat hij er in geslaagd is om een daadwerkelijk universeel Indiaas verhaal te vertellen. En wel op zo’n manier dat het zowel in India als in het Westen gewaardeerd wordt.

En dat ligt toch echt aan de literaire middelen. Het boek is erg goed geschreven, en het is nu erg goed vertaald. Er is wel gemopperd over de vlakke stijl maar dat is niet terecht. Een sterke stem ontbreekt, en de stijl is niet virtuoos, maar dat is ook duidelijk niet de bedoeling. Als een camera hangt Seth boven zijn wereld, en hij lijkt die zonder veel pretentie met genoegen te observeren. En intussen weet hij een wereld op te roepen die voor zowel lezers in India als in Groot-Brittannië (en Nederland) betekenis krijgt. De recensent in India leest ‘een seculier verhaal over de Indiase natie’. Waar Salman Rushdie met zijn Middernachtskinderen, een andere klassieker over India, betwist dat er zo iets bestaat als een natie als eenheid, kijkt Seth naar de praktijk en vooral naar de rol van de middenklasse. Zijn roman wordt gelezen als een identiteitsbepalend werk (en als het niet Oorlog en vrede is, dan misschien wel de Gone with the Wind voor India). Hier in het Westen vermoeden we te maken te hebben met een kruising tussen een soap en een klassieke realistische roman, maar het boek werkt als beide – en dat is er nou net zo knap aan.

Vikram Seth beweegt zich tussen Oost en West en weet van beide overtuigend de kersen te plukken. Dat geldt voor De geschikte jongen, dat zich in India afspeelt, maar ook voor zijn eerste roman in sonnetten The Golden Gate, die zich afspeelt in San Francisco, en voor het autobiografische Twee levens, een Indiase familiegeschiedenis in Berlijn in de jaren twintig en dertig.

Seth gebruikt dus een stijl die herinnert aan de hoogtijdagen van het westerse vertellen, om de hoogtijdagen van de geschiedenis van zijn land te omvatten. En dankzij zijn sensibiliteit voor ‘ons’ soort vertelling is De geschikte jongen een zeer toegankelijk literair meesterwerk geworden.

Vikram Seth: De geschikte jongen. Vert. door Christien Jonkheer en Babette Mossel. Van Oorschot, 1.366 blz. € 49,90