In een andere wereld

Radiohead, dat dinsdag optreedt in Amsterdam, verbaast de popwereld al ruim tien jaar. Met muziek die altijd emotioneel geladen is, met een dwarse houding op internet en met een Wagneriaanse ambitie.

Radiohead: van links naar rechts gitarist Ed O’Brien, leadgitarist Jonny Greenwood, basgitarist Colin Greenwood, zanger Thom Yorke en drummer Phil Selwayan foto AP Radiohead band members, from left, Ed O'Brien, guitar, Jonny Greenwood, lead guitar, Colin Greenwood, bass guitar, Thom Yorke, lead vocalist, and drummer Phil Selwayan pose in their hotel room, Tuesday, May 13, 2008, in Washington. (AP Photo/J. Scott Applewhite) Associated Press

EmotieVan links komt het schurende geluid van ijzer op ijzer, rechts klinkt geritsel alsof een kolonie mieren de sambaballen schudt. Dan klinken glazige strijkers, en een stem zweeft tussen de klanken als een losgelaten vlieger. Hoog, hoger gaat de stem, verdwijnt uit zicht, komt weer tevoorschijn.

Gitaar en drums barsten uit in rockgeweld. Om zich vervolgens, als geschrokken van hun kracht, terug te trekken tot een fluistering waar die stem weer eenzaam doorheen dwaalt.

Is dit popmuziek? Dit is Radiohead, de groep waarvan de muziek grotendeels lijkt te bestaan uit versterkt omgevingsgeluid.

Het Britse Radiohead, bestaand uit zanger Thom Yorke, gitarist Ed O’Brien, drummer Phil Selway, bassist Colin Greenwood en elektronica-man Jonny Greenwood, is een van de populairste bands van de afgelopen tien jaar. De groep begon in 1993 als flets gitaarbandje, maar sinds het verschijnen van de derde cd OK Computer (1997), toen de band de mogelijkheden van elektronische muziek ontdekte, staan de creatieve sluizen open.

Al figureren er splinters ambient, rock, minimal en jazz, het resultaat is nooit eenduidig: atmosferisch op OK Computer, met jazzinvloeden op Kid A (2000), minimal ten tijde van Amnesiac (2001), en tedere gitaarvignetten op In Rainbows (2007).

Bij al die veranderlijkheid is er één constante: de emotionele lading. Of Radiohead nu dansbaar is, zoals in ‘Idiotheque’, agressief (in ‘Bodysnatcher’), ijl (‘Faust Arp’) of hunkerend (‘House Of Cards’), de grondtoon is steeds die van onvervuld verlangen. Dat spreekt uit de melodielijnen die niet worden afgemaakt en instrumentaties die afbrokkelen.

Typerend voor Radiohead is de fragmentarische opbouw van de nummers: instrumenten worden om de paar maten ingeruild voor een ander.

En daartussen zwerft de stem van Thom Yorke, op zoek naar een bestemming. Of, in plaats van zoeken naar een bestemming, lijkt het meer op ‘hier niet willen zijn’: oplossen, uitvlakken en vervluchtigen zijn onderwerpen die steeds terugkomen in zijn oeuvre.

En waarom wil Yorke verdwijnen? Misschien uit zelfhaat – denk aan de tekst van ‘Creep’, het nummer uit 1993: „I’m a creep, I’m a weirdo/ What the hell am I doing here? I don’t belong here.”

Of speelt hier de Zen-achtige drang om op te lossen in het grote Niets? Niet voor niets heet één van zijn nummers ‘How To Disappear Completely’, en noemde hij zijn solo-cd The Eraser.

Of heeft het willen verdwijnen een erotisch oogmerk? Het idee van ‘versmelten met de ander’ spreekt vooral uit de nummers van de recente cd, In Rainbows, die sensueler deint dan we van Radiohead gewend zijn. „I don’t wanna be your friend/ I just wanna be your lover”, zingt Yorke in ‘House Of Cards’.

De Radiohead-stijl heeft school gemaakt. Het tien jaar oude Ok Computer, staat hoog genoteerd op hitlijsten van ‘beste platen’. Een nieuwe generatie bands heeft zich laten inspireren door Yorkes onvaste manier van zingen en door de combinatie van gitaren met elektronische apparaten – zoals het IJslandse Sigur Rós, het Duitse Get Well Soon, het Britse Muse.

En al had zijn voorkomen geschilderd kunnen zijn door Francis Bacon en komt hij nooit op sterrenfeestjes, Thom Yorke (39) is toch uitgegroeid tot een idool. Over zijn privéleven is nauwelijks meer bekend dan dat hij in Oxford woont, met zijn vriendin Rachel en kinderen Noah en Agnes. Afgezien van de Radioheadconcerten zien we Yorke alleen in het openbaar als hij meeloopt tijdens demonstraties.

Want ondanks zijn terughoudendheid is Yorke de afgelopen jaren, net als Bono en Bob Geldof, uitgegroeid tot een moreel geweten van de popmuziek. Hij reist niet meer per vliegtuig, in verband met zijn ecologische principes; hij steunde het Britse protest tegen de Amerikaanse inval in Irak; hij maakt video’s bij campagnes ter bewustmaking van seksueel misbruik en mensensmokkel.

Ook zijn maatschappelijke betrokkenheid is emotioneel. In de zomer van 2006 riep Yorke op zijn website op om Blair af te zetten (“We must throw Tony Blair out of office NOW!’), wegens Blairs lippendienst aan Bush en Amerika in de kwestie ‘Irak’ – en was daarmee een verre echo van John Lennon, die de Britse steun aan Amerika in de Vietnamoorlog veroordeelde en de koningin in 1969 zijn koninklijke onderscheiding (MBE-medaille) terugstuurde.

Voor de solo-cd The Eraser schreef Yorke een nummer over David Kelly. Wapeninspecteur Kelly had het Britse rapport opgesteld over de eventuele aanwezigheid van chemische wapens in Irak. Hij pleegde zelfmoord in 2003. Kelly zou vermoord zijn of door de regering tot zelfmoord zijn gedreven. In ‘Harrowdown Hill’ verplaatst Yorke zich in Kelly en maakt duidelijk dat hij zijn dood als moord beschouwt. Hij noemde ‘Harrowdown Hill’ het „emotioneelste nummer” dat hij heeft geschreven.

„So don’t ask me, ask the Ministry/ Don’t ask me, ask the Ministry (...)/ I can’t take the pressure/ No one cares if you live or die/ They just want me gone, they want me gone.”

InternetVoor Yorke en zijn band is internet een democratisch instrument, ter verheffing van het volk. Wie fan is van Radiohead en een computer bezit, heeft geen excuus meer om niet creatief te zijn. Je kunt je eigen filmopnamen van concerten delen met anderen, via Radioheads vriendensite waste-central.com. Je kunt je bezighouden met de betekenis van het cijfer 10 in het werk van Radiohead, op digg.com. Of je kunt meedoen aan door Radiohead georganiseerde wedstrijden: op het gebied van remixen en animaties maken, op radioheadremix.com en aniboom.com.

Wie niet wil creëren, maar uitsluitend consumeren, daalt af in de dark rooms van het internet en vindt daar amateurremixen van het nummer ‘Nude’ en de resultaten van de animatiecompetitie, met daarin papavers, harig als teelballen, die happen naar insecten op het ritme van Radioheads ‘All I Need’ of ‘Reckoner’.

Voor de remixwedstrijd zette de band onlangs zes geluidssporen op haar site. De sporen konden door geïnteresseerden worden gedownload en tot iets nieuws omgevormd. Bij de remix van ‘Bucket Brigade’ klinkt Thom Yorke als een gospelkoor. Ene Caroline maakte van ‘Nude’ een cheesy discodeun. De meeste aandacht trok James Houston uit Glasgow, die een bizarre versie maakte met ‘muziek’ van ouderwetse matrixprinters, scanners en telefoonmodes.

Voor Yorke is internet een vrijplaats. Dat ondervond Prince, die onlangs een cover van Radioheads ‘Creep’ speelde. Kort daarna verschenen allerlei door het publiek gemaakte opnamen op YouTube. Prince, die internet doorlopend laat opschonen van afbeeldingen van zichzelf, droeg YouTube op de filmpjes te verwijderen. Toen Thom Yorke hier lucht van kreeg, beriep hij zich op zijn auteursrecht op het nummer, en liet de filmpjes terugplaatsen.

Afgelopen oktober was al gebleken dat Radiohead aan het internet een machtig wapen heeft: Radiohead bood de nieuwe cd, In Rainbows, als download aan op de eigen site – tegen betaling naar keuze – en sloeg daarmee de toch al kwijnende platenindustrie het laatste restje hoop uit handen. Al eerder hadden bands hun muziek gratis op internet aangeboden, maar Radiohead was de eerste ‘grote’ naam.

Andere artiesten volgden hun voorbeeld – Nine Inch Nails, Muse, The Charlatans en Tori Amos lieten weten hun nieuwe muziek gratis of tegen vrijwillige bijdrage via internet ter beschikking te stellen.

Toen Coldplay vorige week haar nieuwe cd uitbracht, verontschuldigde zanger Chris Martin zich bij het publiek dat hij nog bij een platenmaatschappij zat en voor de cd ‘gewoon’ geld zou vragen. Ter compensatie zal Coldplay een serie gratis concerten geven.

Radiohead heeft de bestaande situatie op zijn kop gezet.

WagnerEen feestje, ergens in Nederland. IJsklontjes tinkelen in de glazen, mensen lachen en dansen. Een paar gasten praat over Radiohead. Iemand vergelijkt hun muziek met die van Wagner.

Wagner? Ja, Richard Wagner (1813-1883), bekend van opera’s als Der Ring des Nibelungen, Tristan und Isolde, Lohengrin.

Op het eerste gezicht lijkt er weinig grond voor verwantschap. Yorke noemt in interviews de invloed van de experimentele Poolse componist Krysztof Penderecki, de Duitse Krautrock van Neu! en Can en de muziek-zonder-instrumenten van de Franse Musique Concrète.

Maar in de ambitie schuilt een gelijkenis. Wagner gebruikte alle muzikale kleuren die het negentiende eeuwse palet te bieden had. Ook bij Radiohead kom je oren te kort.

Voor iedere plaat, voor ieder nummer, zoeken de muzikanten een nieuw geluidsdecor, waar naast gitaar, bas en drum een groeiend arsenaal synthesizers, samplers en muziekcomputers een rol in speelt. Tijdens hun optredens ziet het podium eruit als een werkplaats, met een bij ieder nummer wisselend instrumentarium. De elektronische onderstroom komt uit de handen van Jonny Greenwood, die tijdens concerten achter een stapel kastjes zit, als een ouderwetse telefonist die stekkers inplugt. Greenwood is de geluidsmagiër; hij werkt met alles, van de meest geavanceerde computersoftware tot vooroorlogse elektronica (zie kader). Voor computers die niet de gewenste klanken leveren, schrijft hij eigenhandig een nieuw programma. Greenwood schept een bijzondere wereld; weinig groepen kunnen met elektronische middelen zo’n pastoraal beeld oproepen als Radiohead doet.

Ik beluister een cd met orkestuitvoeringen van Wagner, gedirigeerd door Ricardo Chailly: over het krieken van de dag en het treurlied over de dode Siegfried. De emotie reist hier via landschappelijke beelden. Groots als het razen van een waterval, met ruisende bekkens en violen die zwiepen als halmen in de wind. Plotseling davert een eruptie van blazers. En pats, daar slaat de bliksem in. De goden zijn het er niet mee eens.

Die suggestie van ruimte hoor je ook bij Radiohead. Dat effect wordt bereikt door de muzikale elementen op te stellen als rekwisieten: links een drumsalvo, rechts het leidmotief van een eenzame gitaar, ver op de achtergrond een elektronische ritsel. Zo ontstaan de sonische dimensies in hun nummers: soms weids als het luchtruim, dan benauwend als een volle tram.

Dat is wat Radiohead ons biedt, een muzikaal onderkomen voor hoofd, hart en heupen.

Radiohead treedt op: 1 juli, Westerpark, Amsterdam.De inzendingen voor de animatiewedstrijd staan op aniboom.com/radiohead, stemmen kan tot 30 juni.Remixresultaten zijn te horen op radioheadremix.com.