Improviseren zonder vangnet

Regisseur Peter de Baan zet in het televisieprogramma ‘De vloer op’ acteurs met een opdracht voor het blok. De improvisaties stimuleren hen tot het uiterste te gaan.

Gijs Scholten van Aschat en Pierre Bokma in De vloer op. Foto Human Humanistische Omroep

In De vloer op worden zinnen uitgesproken als: „Er staan misschien drie goede hoofdstukken in de Bijbel. En die zijn allemaal al verfilmd’’ (Johnny de Mol in Vader en zoon), „Ik had me echt geil aangekleed. En jij lachte me gewoon keihard uit” (Saskia Temmink in Het was een leuk kind) en „Zou jij kijken naar de tv als je broer zelfmoord pleegt?” (Gijs Scholten van Aschat in Het laatste Big-Brothertaboe). Acteurs worden met een opdracht voor het blok gezet: maken zij er een hilarische of schrijnende scène van of verdwijnt de poging in de prullenbak? Vanavond begint het zevende seizoen van het gestaag in populariteit toenemende programma.

De opdrachten worden verstrekt door theaterregisseur Peter de Baan, die onder meer werkte voor Toneelgroep Amsterdam, Het Nationale Toneel en het RO Theater en die in de jaren zeventig artistiek leider was van de politiek geëngageerde toneelgroep Sater. Voor televisie regisseerde hij op gebeurtenissen uit de recente geschiedenis gebaseerde films als De Kroon, De prins en het meisje en Klem in de draaideur.

Nee, verzekert De Baan, de acteurs van De vloer op weten vooraf niets, helemaal niets van de opdrachten die ze van hem krijgen. „Ze moeten die doodsangst hebben. Ze moeten het aanvankelijk vervloeken dat ze hebben toegezegd. Juist door die totale onwetendheid werkt het. Het hangt volledig van henzelf af. En van hun tegenspeler. Als ik tevoren iets over de inhoud zou verklappen, zou het die magie verliezen.”

De afspraak is dat de acteurs niet uit zichzelf mogen stoppen. De Baan: „Dat bepaal ik. Ik kan ook tussentijds aanwijzingen geven of een nieuwe acteur inbrengen. Ik zit altijd gefascineerd en vaak apetrots naar die improvisaties te kijken. Je stimuleert een acteur tot het uiterste te gaan. Het is mooi om te zien dat ze niet altijd hun sterkste kant opzoeken, maar zichzelf op de proef stellen, uitdagen. Het is acteren zonder vangnet. Als je valt, val je hard. Deze acteurs vinden dat risico leuk, óók omdat ze daardoor tot geweldige prestaties kunnen komen.

„Er zijn hele goede acteurs die niet kunnen improviseren. Een acteur moet zo open en blanco mogelijk beginnen. Geen gevoelens analyseren. Door de opdracht zoekt een acteur razendsnel naar de talrijke personages die in hem aanwezig zijn. Eén afsplitsing van zichzelf werkt hij verder uit. Als je daar als overwinnaar uit tevoorschijn komt, heb je niet alleen de kick van de avond. Dan groei je als acteur. Deze manier van acteren kunnen ze alleen hierin kwijt. Een actrice zei me dat De vloer op haar meer zelfvertrouwen had gegeven. Als je jezelf de vrijheid toestaat te mislukken, gaat het vaak goed.”

Peter de Baan bedacht zeven jaar geleden de formule. „De Humanistische Omroep wilde iets met acteurs en drama doen, maar ze konden er niet veel geld aan besteden. Het is van een verpletterende eenvoud. In het begin duurde het allemaal wat langer. Het is wat luchtiger geworden. Ik neem gedurende vijf avonden steeds negen tot tien improvisaties op. Twee van de drie moeten lukken. Toen ik begon, lukte de helft.”

De formule is niet makkelijk te kopiëren, weet De Baan uit ervaring. „Het is wel geprobeerd, door RTL4. En in België en Israël zijn pogingen gedaan. Het blijkt in al zijn eenvoud toch heel moeilijk te zijn de juiste opdrachten te verzinnen. We krijgen veel verzoeken vanuit het bedrijfsleven: wilt u bij ons een speciale De vloer op doen? Dat wordt categorisch afgewezen, ondanks het aantrekkelijke prijskaartje. Ik kan dit programma vanuit een volledige vrijheid maken. Dat is me veel waard.”

Er zijn in de loop der jaren veel acteurs bijgekomen. Peter de Baan: „Ik heb nu het luxeprobleem dat de groep te groot is. Men meldt zich ervoor aan, terwijl de oude kern blijft. Ik zeg niet tegen Stefan de Walle of Saskia Temmink: sla maar een jaartje over, terwijl er met onder anderen Jacob Derwig en Pierre Bokma een heel sterke nieuwe lichting is bijgekomen. Ik probeer te voorkomen dat acteurs zich gaan herhalen.

„Vóór de opnamen eten we met elkaar. Naarmate de opnamen naderen, stijgt de spanning. Veel acteurs vinden het vreselijk als eerste op te moeten. Alleen ik en de cameramensen weten de volgorde van opkomst. Het is prachtig om te zien hoe een oudere acteur een jongere collega echt uitdaagt, voortstuwt. En hoe een jongere acteur daarop reageert. In een scène tussen Pierre Bokma en Johnny de Mol bijvoorbeeld. Elke acteur wil spelen alsof het je hier en nu overkomt. Lukt dat, dan geeft dat een soort van euforie. Na afloop wordt gepraat over de dingen die goed gingen. En over de gemiste kansen. Analyseren doen we niet. Daardoor word je je te bewust van wat je aan het doen bent.

„Een opdracht moet zwanger zijn van een verhaal. Het mag niet al ingevuld zijn. Anders illustreren de acteurs dat alleen maar. Meer dan de helft van de opdrachten bedenk ik zelf. Ik krijg ze verder van bevriende schrijvers. Op onze website kunnen mensen ook een idee insturen. Inmiddels weet ik: de actualiteit werkt nauwelijks. Je kunt er wel zijdelings op ingaan. Toen wethouder Rob Oudkerk in opspraak raakte, hadden we een man die aan zijn vrouw zijn hoerenbezoek verklaarde. Het was haast shockerend te zien hoe ver Leopold Witte daarin ging: hoe dat hoerenbezoek inspeelde op zijn machtsgevoel en waarom die hoeren zielig moesten zijn. Maar de naam Oudkerk is niet gevallen.”

De Vloer op is vanavond te zien, Ned. 2, 22.50-23.15u.