Ik stop omdat Ab Klink het wil

Al jaren neem ik me met Oud en Nieuw voor te stoppen met roken. Het lukte nooit.

Binnenkort ga ik óf minder naar het café, óf ik stop met roken.

Ik stop omdat Ab Klink het wil Illustratie Ruben L. Oppenheimer Oppenheimer, Ruben L.

In de buurtkroeg lag tot voor kort een lijst, waarop je je handtekening kon zetten. Tegen het rookverbod in de horeca. En tegen de minister want dat is een lul. ‘Als ze ons dit ook nog afpakken wat blijft er dan over?’ had iemand er met stift boven gezet.

Tja, dat wist ik ook niet.

Ik heb wel getekend. De barkeepster over de minister: „Die heeft zelf nooit gerookt.”

Ik heb CDA-minister Klink van Volksgezondheid één keer ontmoet. Bij een of ander congres. Hij hield daar een toespraak die ‘10 jaar Wet op ZON en Preventieprogramma’ heette. Hij had een eivormig hoofd, waarop een bril stond en hij droeg een roze stropdas. Na afloop gaf ik hem een hand.

Ik kreeg een hand terug, maar hij wilde alleen praten over ‘Zorg Onderzoek Nederland’.

Het werd een kort gesprek.

Ik haastte me naar een binnenplaats, waar je mocht roken. Ik rookte er drie achter elkaar en ik hoopte dat hij het vanachter het glas zou zien.

Een daad stellen. Laten zien: Kijk Ab, we gaan gewoon door!

Er kwam een meneer naar buiten. Een medicus ook. Hij vroeg of ik mijn peukjes niet op de grond wilde gooien. Dat gaf geen fris gezicht. En de binnenplaats was geen rookzone.

Ik vroeg wat hij van het rookverbod vond.„Goed”, zei hij. „Omdat verbieden werkt.” Hij gooide er ook nog een spreekwoord tegenaan. ‘Zachte heelmeesters maken stinkende wonden’.

Na het roken ging ik weer naar binnen. Niemand had me gemist. Mijn gerook buiten was opgevallen, maar had totaal geen indruk gemaakt. Het had eerder iets bevestigd. Iets ongezonds. Ab Klink nipte van een glas jus d’orange. Hij wilde niet over roken praten. Hij voerde al een leuk gesprek over ‘Zorg Onderzoek Nederland’.

Bij de laatste stoppoging heb ik op advies alles wat met roken te maken heeft in een vuilniszak gestopt. Sindsdien heb ik geen asbakken meer en stop ik mijn shagjes in kopjes. Of ik druk ze uit op borden. Een gore gewoonte, die ik zoveel mogelijk tot mijn eigen huis probeer te beperken. Tijdens Duitsland-Turkije nam ik van de opwinding een slok thee. Daar dreven twee shagjes in. Kwestie van het verkeerde kopje kiezen.

Met dit soort gedrag kun je maar beter stoppen.

Al jaren maak ik met Oud en Nieuw hetzelfde lijstje: stoppen met roken/minder naar het café/gezonder leven. Het lukte nooit.

Wat wel lukte was: niet meer roken op het werk (ontslag genomen)/niet meer roken in de trein (verboden)/niet meer roken tijdens etentjes (vaak verboden)/en niet meer roken bij mensen thuis (bijna overal verboden).

„Omdat verbieden werkt.” Die zin laat me niet meer los. Binnenkort ga ik of minder naar het café of ik stop met roken. Allebei goed. Het is aftellen tot 1 juli. Dan begint het gezonde leven. Dat kan ik namelijk niet zelf. Daar heb ik zo’n lul als Ab Klink voor nodig.

Marcel van Roosmalen is journalist. Hij schreef het voorwoord voor Smokin’ Boys Smokin’ Girls, het fotoboek over rokende jongeren van fotograaf Martijn van de Griendt.

Morgenavond organiseert nrc.next samen met de Balie in Amsterdam Club Tabac – een clubavond over het rookverbod. Meer op nrcnext.nl/club