Ik móét gewoon foto’s maken

Fotografe Ilvy Njiokiktjien werd in Hongarije bestolen van 10.000 foto’s.

In Nederland vernielde Theo Maassen haar camera. Ze blijft volhouden.

Ik móét gewoon foto’s maken Zo blijft Ilvy Njiokiktjien (24) geïnspireerd Foto Mieke Meesen Meesen, Mieke

Hoeveel pech kan een mens hebben? Fotografe Ilvy Njiokiktjien (24) keerde in april terug in Nederland na een reis door Afrika, het Midden-Oosten en Europa. Ze reed in zeven maanden 30.000 kilometer door twintig landen. Voor haar fotoproject Picture Your Life deelde ze onderweg camera’s uit. Gewone mensen fotografeerden hun leven en in Nederland zou ze er een fotoboek van maken. Maar in Hongarije ging het mis. Twee laptops, zes camera’s en 10.000 foto’s werden gestolen. Weg project, weg boek. Alles was voor niets geweest. In Nederland sloeg het noodlot opnieuw toe. De gratis krant Sp!ts stuurde haar naar het Amsterdam Comedy Festival in De Melkweg om, met toestemming van de organisatie, Theo Maassen te fotograferen. Maar de cabaretier stelde dat niet op prijs. Woedend beende hij de zaal in, pakte haar camera af en smeet hem onder luid gejoel kapot. De camera, ter waarde van 5.000 euro, was de aanmoedigingsprijs van de Zilveren Camera, die ze begin dit jaar had gewonnen.

Hoe is het nu met je?

„Goed. Ik was even het centrum van een mediahype, maar inmiddels word ik niet meer om de haverklap gebeld. De camera wordt vergoed door Theo Maassen en door de organisatie van het festival. Door het incident ben ik wel bij De Telegraaf terechtgekomen om te freelancen.”

Dat is wel wat anders dan het project Picture Your Life waar je zolang mee bezig bent geweest. Hoe ontstond dat?

„Ik werd een keer ’s nachts wakker en toen dacht ik: ik ga camera’s uitdelen aan mensen als ik op reis ben en dan gaan zij hun leven in beeld brengen. Met dat idee heb ik twee jaar rondgelopen. Na mijn afstuderen werkte ik in Zuid-Afrika en toen schoot me het idee weer te binnen. Ik heb mijn vriend in Nederland gebeld en zei: ‘Ilja, ik heb een plan. We gaan van Zuid-Afrika naar Nederland rijden.’ Hij zei eerst: ‘Je bent gek, je gaat zelf maar.’ Maar ik heb hem toch overgehaald.”

Hoe is het project verlopen?

„We hebben in ieder land meestal drie mensen een digitale camera gegeven om foto’s te maken van hun leven. Bijvoorbeeld aan voormalige kindsoldaten in Oeganda, bedoeïenen in Egypte en een overlevende van de genocide in Rwanda. We hebben de mooiste foto’s teruggekregen.”

In Afrika maakte je ook de foto’s waarvoor je de aanmoedigingsprijs van de Zilveren Camera hebt gewonnen.

„We waren in Kenia, toen de hoofdredacteur van Sp!ts en mijn moeder een mailtje stuurden over de Canonprijs: ‘Moet je niet meedoen?’ Ik vond het een goed idee, maar we zaten midden in de bush. Dus zijn we naar Nairobi gereden, waar ik drie dagen lang in een 24-uurs café heb gezeten om alle foto’s op te sturen.”

Wat voor foto’s heb je opgestuurd?

„Een fotoreportage die ik in Mozambique heb gemaakt voor het ANP. Ik heb ’s ochtends om vijf uur, toen er prachtig licht was, het straatleven op het eiland Île de Mozambique gefotografeerd. Ik wil de veerkracht van mensen laten zien. Ik verbaas me er echt over wat mensen allemaal kunnen doorstaan. Dat zie je in Afrika heel veel. Dan is een heel gezin uit elkaar gevallen, de kostwinner is dood en drie kinderen zijn overleden. En de vrouw staat nog elke dag bieten te plukken en te zaaien met zo’n grijns op haar gezicht. Als je langskomt móét je mee-eten. Je krijgt drie happen rijst, maar ze vindt het prachtig. De jury zag die vrolijkheid en veerkracht terug in mijn werk. Ik wil niet dat mensen denken: die Ilvy fotografeert alleen verschrikkelijke dingen. Dat doe ik ook wel – lijken, aids en rellen zijn niet echt vrolijk. Maar je kunt ook een andere kant van dat lijden laten zien. Toen ik de prijs won, dacht ik: gelukkig zijn er mensen die vinden dat ik de goede kant op ga.”

Wanneer hoorde je dat je gewonnen had?

„In Soedan. Mijn vader belde: ‘Er zit een verrassing in de mailbox.’ Ik zei: ‘Pa, ik zit in de Sahara.’ Ik was die hele wedstrijd vergeten. Hij zei: ‘Je hebt iets gewonnen.’ Toen wist ik het. We hebben een feestje gebouwd op de boot van Soedan naar Egypte, een zeventien uur durende tocht over het Nassermeer. Op het dek vroor het. Overdag 40 graden, ’s nachts min 10. We zaten met dekens op het dek. Maar het was feest, ik had gewonnen.”

Op euforie volgde deceptie, want het project werd gestolen. Hoe ging dat?

„We kwamen ’s nachts aan in Hongarije. Het was voor het eerst dat we weer het gevoel hadden in de bewoonde wereld te zijn. We hebben de auto geparkeerd bij een tankstation en zijn gaan slapen in de tent op het dak. Toen ik ’s ochtends wakker werd zag ik dat de deur open was. Ik keek naar binnen en alles was weg. Twee latops, zes camera’s en de harde schijf. Het slot was geforceerd, terwijl wij op het dak lagen. Ineens realiseerden we ons: fuck, het project is weg!”

Alles?

„Van de twintig landen zijn er zeven gestolen: Egypte, Jordanië, Syrië, Turkije, Griekenland, Servië, Macedonië. Negen landen hebben we nog: van Zuid-Afrika tot Soedan. Want in Kairo hebben we cd’s met foto’s meegegeven aan vrienden. Toen we werden bestolen, moesten we nog vier landen doen: Hongarije, Oostenrijk, Duitsland en Nederland. Maar we zijn gestopt. Het idee was om te laten zien hoe de wereld langzaam verandert. En dat kon niet meer.”

Hoe voel je je op zo’n moment?

„Ik heb alles bij elkaar gekrijst op die parkeerplaats. Het was alsof ik instortte. We hadden al die maanden zo hard gewerkt en zo veel gereisd dat we aan het einde van ons Latijn waren. Ik kon het eerst niet geloven. Ik dacht: we krijgen die foto’s wel weer terug. Maar dat gebeurt natuurlijk niet.”

Had je geen backup gemaakt?

„We hadden de cd’s en een harde schijf. En we zetten foto’s op de website. Achteraf denk je: we hadden de foto’s van ieder land meteen naar huis kunnen sturen. Het is gewoon stom, ik zou het nooit meer zo doen. We zijn sinds 20 april weer thuis, en ik denk nog iedere dag: waarom hebben we niet dit gedaan, had ik maar dat gedaan. Het is echt een hel.”

Hoe laad je jezelf nu weer op?

„Ilja zegt dat ik niet meer zo vrolijk ben als ik was. Ik heb zelf het gevoel van wel. Ik heb inmiddels weer een plan om het project toch af te maken. Ik wil nu in Egypte beginnen en dan een reis langs de westkust van Afrika maken. Dan maken we een boek over heel Afrika. Sinds ik dat in mijn hoofd heb, ben ik een stuk rustiger. Er komt een boek, dat duurt nog wel een jaar of twee, maar het komt er. Dit is niet het einde. Eén stomme diefstal kan zo’n mooi project niet om zeep helpen. Ik wil het gewoon afmaken, op wat voor manier dan ook. Ik kan niet denken: dan doe ik het maar niet.”

Je maakt een lange reis, je project valt in het water, je bent weer aan het werk en dan wordt je camera door een cabaretier kapotgegooid. Hoe was dat?

„Ik stortte in toen dat gebeurde. Op internet vonden veel mensen me een aansteller. Maar ze moesten eens weten wat ik heb doorstaan. Voor mijn gevoel had ik allang in een gesticht kunnen zitten. Het was gewoon de druppel. Ik was net weer aan het freelancen, leuke dingen met mijn vrienden aan het doen en een oplossing voor Picture Your Life aan het bedenken, en dan gooit die sukkel mijn enige kostbare bezit kapot.”

Alsof er een vloek op je rust?

„Ja, heel erg. Hoe kun je zoveel pech hebben in twee maanden tijd? Dat kan gewoon niet. Er hangt een zwarte wolk boven mijn hoofd. Ik heb heel vaak gedacht de laatste tijd: misschien moet ik geen fotograaf worden. Misschien is dit een teken en moet ik gewoon kapper worden.”

Maar je bent er niet mee gestopt.

„Omdat ik het veel te leuk vind. Ik móét gewoon foto’s maken. Ik kan me niet voorstellen dat ik een kantoorbaan heb. En die reis heeft me zoveel energie gegeven. Al stort nu alles in, ik heb mooi wel die reis gemaakt. Daardoor heb ik echt het gevoel dat ik alles aankan.”