Hoofddoek ook probleem VS

Een hoofddoekincident stelde onlangs intolerantie jegens moslims aan de orde. Inzicht in hoe moslims de rol van de VS in het Midden-Oosten ervaren is nodig, zegt Nadia Hijab.

Barack Obama Illustratie Petar Pismestrovic Pismestrovic, Petar

Presidentskandidaat Barack Obama heeft er goed aan gedaan zich te verontschuldigen tegenover de twee jonge vrouwen met een hoofddoek die onlangs tijdens zijn bijeenkomst in Detroit niet achter het podium mochten zitten. In geen enkele presidentscampagne behoort een dergelijke onbeschaamde onverdraagzaamheid te worden geduld.

Ook politiek heeft hij verstandig gehandeld, omdat hij zowel de Arabische als de moslimgemeenschap in Amerika van zich dreigde te vervreemden. Deze hebben een aanzienlijke omvang in sommige ‘sleutelstaten’ en organiseren zich geestdriftig voor de verkiezingen in november.

Ondanks Obama’s persoonlijke excuses blijven de kwesties die dit incident belicht onopgelost: hoe verschillend kun je eruitzien om toch nog als Amerikaans te worden beschouwd? En welke invloed heeft de Amerikaanse rol in het buitenland op de verschillende gemeenschappen in eigen land? Als hier nu niet op wordt ingegaan, kon het weleens dooretteren en later tot een nog akeliger uitbarsting komen.

In zijn toespraak over het rassenthema heeft Obama aangetoond dat hij lastige problemen aankan. Kan hij dit ook aan? De aanpak van de discriminatie tegen Arabische en moslim-Amerikanen, die sinds 11 september 2001 sterk is toegenomen, vergt meer dan alleen een verhaal over de hoop en de dromen van Amerikaanse burgers met een verschillende etnische en godsdienstige achtergrond. Dit vergt ook inzicht in de vraag waarom de Amerikaanse rol in het Midden-Oosten zo anders wordt gezien door de mensen die daar wonen dan door de meeste Amerikanen.

De hoofddoek raakt de kern van dit vraagstuk. De redenen dat vrouwen er een dragen kunnen godsdienstig, sociaal en/of politiek zijn. In het Midden-Oosten kwam de huidige opleving als een schok voor de oudere generatie vrouwen in de steden, wier moeders bij de aanvang van een feministische beweging in het begin van de 20ste eeuw hun gezichtssluiers dapper hadden afgelegd.

De godsdienstige redenen om een hoofddoek te dragen behelzen onder meer een openbare verklaring van vroomheid. Sociaal dragen veel vrouwen hem als uiting van zedig gedrag, al is het af en toe boeiend om te zien hoe moeilijk de zedigheid van een hoofddoek het heeft op strakke T-shirts en jeans. Vooral in dichtbevolkte steden kunnen vrouwen zich vaak dankzij de hoofddoek gemakkelijker van het traditionele platteland naar de stedelijke markteconomie en het publieke domein bewegen.

De politieke nadruk op de islamitische identiteit sinds de jaren zeventig is ontstaan in de moslimlanden zelf, maar is ook duidelijk gevoed door Amerika, bepaalde Arabische regeringen en Israël. Zo bevorderden deze landen islamitische bewegingen in bijvoorbeeld Afghanistan, Jordanië, Egypte en Palestina, als tegenwicht tegen communisten of nationalisten.

Tot hun verdriet zijn de islamitische bewegingen veel betere organisatoren gebleken dan de seculiere groepen van links tot rechts. Jonge mensen die hartstochtelijk de wereld wilden veranderen en popelden om hun maatschappij te hervormen of hun land te bevrijden, zagen de moskee als de enige arena waar hun stem werd gehoord.

Toch bedekken grote aantallen moslims niet hun hoofd. Mijn achternaam betekent sluier, maar ik heb nooit reden gezien er een te dragen. Bijna niemand in mijn familie deed dat. Mijn reactie op andere vrouwen die er een droegen liep uiteen van onrust over hun behoefte om zich anders te voelen, tot verdraagzaamheid en eerbied mits het gebruik maar niet werd opgelegd.

Niet iedereen is even verdraagzaam. De hoofddoek roept een wirwar van emoties op, niet alleen in Amerika maar ook in Europa, vooral in Frankrijk en Turkije. Maar er zijn in Amerika geen wetten die het gebruik van godsdienstige symbolen verbieden. Integendeel, de vrijheid van geloof en meningsuiting behoort er tot de grondbeginselen.

Het is een beangstigend idee dat de vrijwilligers in de campagne van Obama van de leiding te horen zouden hebben gekregen dat er niemand met een hoofddoek zichtbaar diende te zijn. Maar veel verontrustender is nog het idee dat hun dit níét verteld hoefde te worden. Dit is de duisternis die belicht moet worden.

Het wordt tijd om in te gaan tegen de discriminatie van Arabieren en moslims in Amerika, zodat miljoenen zich thuis kunnen voelen in wat voor zovelen inmiddels hun land van herkomst is. En het is van wezenlijk belang meer inzicht te krijgen in de rol van Amerika in het Midden-Oosten zoals die wordt ervaren door alle mensen die daar wonen.

Nadia Hijab is verbonden aan het Institute for Palestine Studies.

© Agence Global