Hij was opgelucht door haar begrip

Waarde Gerrit,

Mijn moeders huis in Arkel (je groeten zal ik overbrengen, ze weet nog wel wie je bent en tja, dat ze geweldig is, dat kan natuurlijk niet anders, aangezien ze deze bescheiden god heeft gebaard, al zegt ze zelf altijd dat een roos doorns voortbrengt) heb ik intussen verlaten voor een verdieping tegenover het Amstel Hotel, na een week in Oud-West te hebben verbleven: ik ben op vakantie in eigen stad en dat bevalt mij prima. Tegelijkertijd kan ik ook spreken van een ‘sentimenteel ritje’, want gedurende de twintig (20) jaar dat ik in Amsterdam woon, heb ik een zolder, een kelder, een cel, een kast, een stal, een hut, een kavalje, een martelkamer in elk stadsdeel afzonderlijk betrokken.

Wat die Scaramouche betreft, ik ben islammoe en zal zijn gebazel laten voor wat het is. Alleen vraag ik mij af of hij het ridicule ervan niet inziet wanneer hij het diepste, diepste (let op de herhaling) wezen van de islamitische persoon (niet individu) uiteenzet in de volgende zaken: gescheiden zwemmen en douchen, weigering een vrouwelijk hand te schudden en een boerka voor de klas.

Even bijkomen.

Wat de islam nodig heeft en dat heb ik, behalve mijzelf, niemand horen verkondigen, is niet nog meer ruimte en erkenning, maar verloochening. Al zou ik de oprichting van een islamitische partij wel toejuichen, want als de CU op basis van de bijbel politiek bedrijft, ben ik benieuwd (al kan ik de uitkomst wel raden) hoe een partij op basis van de koran zich politiek profileert. En ik verheug mij des te meer op de reacties van CU en CDA! Kijk, dan zou er pas iets vermakelijks gebeuren in de politiek en kunnen de opiniepagina’s van de kranten weer gereserveerd worden voor belangrijke zaken, zoals het peil van de Nederlandse polemiek, de rol van de burger in het intellectuele landschap, de rol van de abstracte kunst in het bedrijfsleven en strijdliederen zoals van Hemmerechts om ‘mannelijke boeken’ ‘vrouwvriendelijker’ te maken in de seksuele passages.

Wat dit laatste betreft, op hoop van zegen.

Hij was nogal onhandig met haar lichaam. Zijn puppyogen en onhandig gehijg maakten haar dit duidelijk. Ze lachte luid en nam zijn handen in de hare. Hij wilde een verontschuldiging prevelen, maar zij legde een wijsvinger op zijn mond en fluisterde dat het niets gaf. Hij was opgelucht door haar begrip. Hij zou zich aan haar overgeven en haar hem laten leren wat hij, in zijn mannelijke arrogantie, al dacht te weten. De verborgen lectuur van zijn puberteit en de imaginaire taferelen die zijn zelfbevrediging hadden vergezeld, hadden, zo zou hij spoedig begrijpen, namelijk niets met de werkelijkheid te maken. Een vrouw was niet tweedimensionaal, een simpele waarheid, maar in zijn onbeholpenheid nu, benadrukt door zijn ongemakkelijke naaktheid, kwam hem dit voor als een openbaring. Zij kuste hem. En de volgende dag begroette de zon een nieuwe man, een authentieke man, zoals zijn blik haar vol bewondering begroette; hij kon wel huilen van dankbaarheid.

Gerrit, ik ben, zoals je ziet, nogal neerslachtig en zal een andere keer ingaan op je opmerkingen over taal, want die deel ik (goed, dat is dus al gedaan). Het zwart weet zijn weg altijd naar mij te vinden en soms gloeit er goud doorheen, soms vormt mijn harteklop er de enige gids in; nu onderwerpt mijn geest zich als Io onder de Apollinische donkerte. Een beetje mythologie erbij, natuurlijk, anders zou ik nog denken dat het slechts een gewone somberte is.

Liefs, Hafid