God moet klinken als een Saab 96 cabriolet

Anna Woltz: Tien dagen in een gestolen auto. 12+, Leopold, 169 blz. € 13,95.

Anna Woltz: Tien dagen in een gestolen auto. 12+, Leopold, 169 blz. € 13,95.

Schrijfster Anna Woltz schept weerbarstige en soms zelfs onsympathieke personages. De hoofdpersoon van Blackbox, een geslaagde satire op reality-tv, was een opportunist die haar principes opofferde aan haar verliefdheid. En in de reisroman Tien dagen in een gestolen auto, haar jongste boek, is de jonge hoofdpersoon een kreng.

De 12-jarige Camilla is met vakantie naar Zweden gestuurd door haar moeder, die in verwachting is. Camilla is stikjaloers op haar nog ongeboren halfzusje, wentelt zich in zelfbeklag en kankert op alles en iedereen. Bovendien was zij betrokken bij een naar ongeluk, dat misschien geen ongeluk was.

Dat de lezer zich niet geërgerd van Camilla afwendt, komt doordat Woltz drie troeven bekwaam uitspeelt. Allereerst raakt Camilla na aankomst verzeild in een spannende autotocht met haar twee neven. De ingrediënten van dit avontuur – ontvoering, gewonden, vervalsing, wildkamperen, joyriding, pistolen – zijn overvloedig, maar worden smakelijk opgediend.

Verder heeft Camilla een aantrekkelijke vertelstem, waarmee zij schimpt op de wereld vol (te) blije mensen. Zelfs lyrische natuurbeschrijvingen weet zij een aangename knorrigheid te geven. ‘Tussen de stenen groeiden bosbessenstruiken [...] Ik wilde het liefst meteen een trol worden en daar tussen de zwerfkeien rondscharrelen op zoek naar bessen, maar dat kon natuurlijk niet. De wereld had mij nodig om babypoep weg te vegen.’

De reizigers zitten namelijk ook nog opgescheept met een baby. Camilla verdraagt deze ‘trol’ alleen omdat de tocht plaats heeft in een blauwe Saab 96 cabriolet. Want Camilla – en dat is de derde troef – is bepaald geen doorsnee meisje. Hoeveel meisjes zullen verzuchten: ‘Als God ooit iets tegen me wil zeggen, dan moet hij klinken als die auto? Of schelden op een ongeborene: ‘Dat snertkind gaat elf jaar langer leven dan ik.’

Deze boosheid van Camilla wordt steeds verder uitgediept, en verdampt uiteindelijk in de confrontatie met de heftige gebeurtenissen en met haar flegmatieke neven. De grootse spanning van het boek van Anna Woltz schuilt dan ook in het contrast tussen de opstandige Camilla en de almaar blijmoedige broers.

Jammer is alleen dat Woltz de broers zo weinig tekening heeft gegeven dat ze onderling nauwelijks verschillen. Camilla daarentegen zet ze weer te veel aan door haar hoofdpersoon ook nog eens Plato’s ideeënleer te laten uitleggen. Nu telt de literatuur veel meer geslaagde vroegrijpe kinderen, maar bij deze razende prepuber past schooltje spelen niet zo.

Wel passend zijn de herhaalde vergelijkingen met de Britse criminelen die vroeger op de boot naar Australië werden gezet. Dat toont dat Woltz steeds beter wordt in het scheppen van originele personages. Hun grimmigheid is daarbij weldadig in de nogal brave Nederlandse kinderboekwereld.