Geslotenheid ondermijnt rechtspraak

De rechterlijke macht en het Openbaar Ministerie missen aansluiting met het maatschappelijk debat. Gebrek aan openbaarheid en onvoldoende motivering van beslissingen en vonnissen leiden in de rechtbank vaak tot „juridische onderonsjes”.

Dat leidt tot het risico dat burgers het recht in eigen hand nemen en dat toepassing van het strafrecht los komt te staan van de samenleving.

Dit stelt L. van Lent in haar proefschrift Externe openbaarheid in het strafproces waarop zij vandaag promoveert aan de Universiteit Utrecht. Het Nederlandse strafproces is van oudsher al erg intern gericht zonder duidelijk omschreven publieke verantwoording. In de meeste andere Europese landen is die publieke verantwoording beter georganiseerd, omdat daar lekenrechtspraak is ingevoerd.

In Nederland is het voor een leek moeilijk om de gang van zaken in een strafzaak te begrijpen, omdat ervan wordt uitgegaan dat de professionele rechter met het dossier in de hand voldoende is toegerust om verantwoorde beslissingen te nemen. Omdat publieke controle daarop nauwelijks mogelijk is, kan de rechter zich ook niet als waarheidsvinder in het eindonderzoek legitimeren, aldus Van Lent.

Recente wetgeving over zogeheten strafbeschikkingen verkleint democratische controle op de rechtspraak verder, zo concludeert zij. Daarbij gaat het om taakstraffen, verkeersboetes, bestuurlijke sancties en transacties die worden opgelegd door het OM, opsporingsambtenaren of gemeenten. Dat gebeurt zonder publieke motivering. Het tanende publieke vertrouwen in de rechtspraak wordt daardoor verder ondermijnd.

Volgens Van Lent moet er een openbaar register van strafbeschikkingen komen, waarin duidelijk wordt gemaakt waarom er voor dergelijke procedure is gekozen en niet bijvoorbeeld voor een publiek toegankelijke strafzaak bij de rechter.

De toenemende rol van misdaadjournalisten en opinieleiders is volgens Van Lent ook geen oplossing, maar een signaal van gebrek aan vertrouwen van burgers in de huidige praktijk van het strafrecht. De media hanteren vaak een „eigen agenda”, die niet bedoeld is om een „geïnformeerd en rationeel debat onder burgers te genereren”, de publieke oordeelsvorming wordt er eerder door „vertroebeld”.

Rechters kunnen volgens Van Lent weer terrein terugwinnen door tijdens de behandeling van strafzaken en in hun uitspraak de communicatie met de samenleving te zoeken. De mens en de menselijke ervaring moeten in het strafproces weer zichtbaar gemaakt worden.