Even wat regelen bij buurvrouw

Hanna Linssen (1966) is de laatste winnares in de serie Duizend Woorden. Sinds september 2006 publiceerde de Achterpagina met enige regelmaat verhalen van talentvolle beginnende schrijvers.

Duizend woorden Illustratie Sieb Posthuma Posthuma, Sieb

De klep van de auto zwaait met een plof dicht. Ilse tilt de krat boodschappen naar de voordeur en rommelt in haar zak naar sleutels. Niet vergeten, denkt ze. De woestenij in de voortuin van haar buurvrouw herinnert haar aan haar voornemen een einde te maken aan een jarenlange ergernis.

Ilse ruimt haar aankopen op, pakt haar opgerolde plan van tafel en klemt het onder de arm. „Ik moet even wat regelen bij de buurvrouw”, roept ze de trap op naar haar dochter.

Ze loopt het overwoekerde grindpad van het buurhuis op. Ze wil aanbellen, maar haar vinger twijfelt een moment voordat ze het smoezelige knopje indrukt. Achter het gordijntje springt fel licht aan en een sleutel draait het slot open. Twee schuiven roeren zich en de deur verplaatst naar binnen. Grijze krullen verschijnen voorzichtig om het hoekje.

„Hallo”, zegt Ilse. „Heeft u even tijd?”

„Tijd genoeg, meisje.”

„Mag ik even binnenkomen. Ik wil u iets laten zien.”

Mevrouw Jacobs loopt voor Ilse uit, de keuken in. Het is de eerste keer dat ze dit huis binnengaat. Als ze haar buurvrouw ziet, is dat alleen op donderdag, als het vuil wordt opgehaald. Ilse sluit de voordeur en laat haar ogen wennen aan het scherpe tl-licht.

„Kom verder”, zegt de kleine vrouw. „Ik moet zitten. Ik heb last van spataderen.”

Ilse zoekt de stem die niet uit de keuken blijkt te komen, maar uit het kamertje daarachter. Ze stapt voorzichtig over een stapel oud papier, een kattenbak en slapende poes heen. Mevrouw Jacobs zit met haar benen omhoog in een oude leren stoel onder een verduisterd raam. „Pak maar een krukje uit de keuken”, zegt ze als Ilse twijfelt waar te gaan zitten.

Ilse draait zich om, ploegt opnieuw de heuvel over en verstapt zich. De poes vliegt op en blaast de pijn aan haar staart richting de enkels van Ilse. Rotbeest! gilt ze in haar hoofd, terwijl ze tussen de ondefinieerbare rommel haar best doet het krukje te pakken. Daarbij glijdt het rolletje papier onder haar oksel vandaan, recht de drinkbak van de duivel in.

„Als je wat wilt drinken, moet je het even zelf inschenken.”

„Dank u”, antwoordt Ilse zo beleefd mogelijk en zwaait dikke druppels van het ontwerp van de tuinarchitect.

„Nou, meisje. Wat kan ik voor je doen?”

„Ik wilde...” Ilse zet haar kruk op het randje van het losliggende tapijt. „Ik wilde u iets laten zien.” Ze gaat zitten en rolt de tekening open. „We gaan morgen beginnen met het opknappen van onze voortuin. We hebben een kapvergunning voor de eikenboom. We trekken alle oude troep eruit en planten buxus en lavendel.” Ze schuift vol trots het plan op de schoot van mevrouw Jacobs. De architect heeft op Ilses verzoek de tuin van de buurvrouw in zijn ontwerp geïntegreerd. „De aannemer neemt een graafmachine mee en we dachten dat het misschien een goed idee zou zijn, als we uw voortuin ook maar meteen onder handen zouden nemen.”

„O”, zegt de buurvrouw. „Wat een ambitieus plan.”

„We begrijpen heel goed dat het voor u niet makkelijk is om de boel te onderhouden.” Ilse wacht op een reactie, terwijl haar oog valt op het stapeltje schetsboeken en een mok vol potloden.

„Tekent u?” vraagt ze.

„Nee, ik schrijf.”

Ilse speurt het vertrek af. Waarom gaat iemand in zo’n onbehaaglijk hok zitten schrijven? Ze voelt de trek van kille lucht langs haar benen. Op de achtergrond hoort ze een deur dichtslaan. Snelle voetstappen rennen de trap af en lopen verder over de plavuizen van de gang. Nooit geweten dat er hier nog iemand woont. Vreemd dat je zo weinig besef hebt van je buren. Op het moment dat Ilse achterom kijkt om te zien wie er nadert, hoort ze het deuntje dat haar dochter al weken oefent voor de musical. Ze draait haar hoofd. Het geluid komt niet van achter, maar van rechts. De muur vol vocht en afgebladderde verf laat de stem van Marieke door. Allemachtig! Je kunt hier letterlijk horen wat er in onze keuken gebeurt. De mond van Ilse zakt open. De oude vrouw staart met een geconcentreerd glimlachje naar haar schoot.

„Wat leuk dat u schrijft”, zegt Ilse gehaast om zichzelf bij de les te houden. „Ik heb ook ooit een schrijfcursus gevolgd, maar mijn talent ligt ergens anders.”

„O, meisje. Er is niets mooiers dan het vertellen van verhalen. Toen ik jong was heb ik veel van de wereld gezien, ik kon het niet laten alles tot in detail te beschrijven. Er is ooit een verhaal van mij verschenen in een landelijk dagblad.”

„Wat leuk”, zegt Ilse. „U heeft een gave.”

„Nu mijn gezondheid slechter wordt en ik aan huis gekluisterd ben, haal ik mijn inspiratie uit het dagelijks leven.”

Opnieuw klinken er bekende klanken uit de muur. Het melodietje van Mariekes telefoon zingt het kamertje binnen. „Hé, Bram... Ja, het kan nu wel even, mijn moeder is er niet... Vanavond? Hoe laat? Oké...”

Ilse voelt zich wankelen.

„En omdat ik altijd thuis ben, beleef ik sinds jullie nieuwe aanbouw elke dag spannende avonturen.”

Als versteend zit Ilse op haar kruk. Niets in haar beweegt nog, alleen haar hart bonkt in haar oren. „Schrijft u over ons?” vraagt ze met zweet in haar stem.

„Ja”, zegt mevrouw Jacobs. „Het wordt een heuse feuilleton.”

De stilte snijdt.

„Waarom schrijft u in vredesnaam over ons?”

„Waarom?” vraagt de buurvrouw.

„Ja, waarom?” bijt Ilse. „U kunt toch niet zonder toestemming alle intimiteiten van ons leven opschrijven?”

„Jullie bouwen toch ook zonder mijn toestemming een mammoet van een keuken in de tuin.”

„Maar het is ónze tuin”, spuugt Ilse.

„Ja, en dit is míjn huis.”

Dit mens is gek. „En wat gaat u met onze verhalen doen, als ik vragen mag?”

„Morgen komt er iemand langs om te kijken of ze de moeite waard zijn om te publiceren.”

Ilse springt op, grist de tekening mee, schopt een gat in de stapel kranten en stuift de gang in.

„Doe morgen maar geen moeite”, roept mevrouw Jacobs. „Mijn voortuin is prima naar mijn zin zo.”