De verlegen teckel

Rintje De verlegen teckel Illustratie Sieb Posthuma Posthuma, Sieb

‘Mijn neef komt logeren’, zegt Tobias.

„Wat leuk”, zegt Rintje. „Dan kunnen we met z’n vieren spelen. Hoe heet hij?”

„Vincent, maar we noemen hem altijd Vincent Verlegen, omdat hij nooit iets durft te zeggen.”

„Nou, bij mij hoeft hij echt niet verlegen te zijn”, zegt Henriette.

„Hij is juist nog banger voor meisjes dan voor jongens!” zegt Tobias.

Daar gaat de bel. Voor de deur staat de tante van Tobias.

„Waar is Vincent?” vraagt Tobias.

Tante wijst achter haar rug, en dan houdt ze haar wijsvinger voor haar mond. Ze doet een stapje opzij. Daar staat Vincent. Hij staart naar de grond.

„Hoi Vincent!” zegt Henriette. „Wij zijn de vrienden van Tobias. Leuk dat je komt logeren!”

Nu kruipt Vincent onder de rok van zijn moeder. „Laat hem maar een beetje”, zegt ze.

Ze zet zijn logeerkoffertje in de keuken en geeft haar zoon een zoen.

„Veel plezier, pas maar goed op hem!” zegt tante als ze weg fietst.

Tobias, Rintje en Henriette zwaaien haar uit. Ondertussen is Vincent achter de stam van de appelboom gaan staan. „Ik krijg hem wel aan de praat”, fluistert Henriette. „Let maar eens op!” (Wordt vervolgd)