Chinezen mogen niet meer spugen

In China is in de aanloop naar de Olympische Spelen een beschavingsoffensief gelanceerd. Iedereen moet zich aan de verkeersregels houden en spugen, boeren en toeteren is verboden.

Het moet niet veel gekker worden met dat krankjorume „beschavingsoffensief” zie je de bejaarde man in licht blauwe straatpyjama denken, als hij bij de ingang van het Jing’an metrostation in Shanghai door een agente wordt gewezen op het spuugverbod.

Zijn verontwaardiging over de vermaning om de glanzende vloer van bruin marmer niet te bevuilen met glinsterende flegma is begrijpelijk, immers je moet in een broeikashete stad als Shanghai wel af en toe de luchtwegen bevrijden van aangekoekt stof. Langdurig en diep rochelen om vervolgens een mond vol spuug zonder te kwijlen te lanceren,ook als het waait, is trouwens een kunst op zichzelf. Alleen buitenlanders kijken dan wat verstoord op.

Maar zes weken voor de Olympische Spelen lijkt de „campagne voor de verbetering van de civilisatie” toch ernstig genomen te moeten worden. „De volgende keer krijgt je een bon opa”, zegt de politievrouw. Hij loopt schokschouderend van ergernis door.

Er mag in openbare ruimtes al jaren niet meer qat (bladeren) gekauwd mag worden, de kwispedoren zijn al lang geleden overal verwijderd en er zijn in metrostations en bij bushaltes waarschuwende teksten opgehangen. Maar de bepalingen worden door niemand serieus genomen. Eigenlijk ook niet door de politie.

De lijst van ver- en gebodsbepalingen groeit met de week: er mag niet meer voorgedrongen worden, jongeren moeten in de metro opstaan voor ouderen, wat gezien de drukte lastig is, en er mag niet meer gerookt worden in bussen, taxi’s en op openbare plekken.

Tot een paar weken geleden kon de campagne worden afgedaan als een vermakelijke poging de superindividualistische Chinezen – de eigenzinnige bewoners van Shanghai voorop – tot een vorm van collectieve wellevendheid te dwingen. Of om in de termen van de campagne te spreken de „ander” te respecteren. Maar van die „ander” lijken de meesten zich weinig aan te trekken, of het moet directe familie zijn.

In Peking, Shanghai en Qingdao – waar het sportevenement plaatsvindt – moeten regeltjes opeens wel ernstig genomen worden. Dat ontdekten ook tientallen fietsers en taxichauffeurs op het kruispunt van Huahuai Lu en Xingguo Lu in Shanghai. Opeens mag er hier niet meer door het rode licht gereden worden, mag er niet geclaxonneerd worden – er hangt inderdaad een verbodsbord – en moeten de bijna statusloze verkeersregelaars (afgedankte werkers uit voormalige staatsfabrieken) in hun kakikleurige uniformen gerespecteerd worden.

Gezien de vele op hoge toon gevoerde discussies is dat voor veel weggebruikers nog erg wennen.

Met name (brom)fietsers en taxichauffeurs lijken verkeersregels normaal gesproken te beschouwen als een geheel vrijblijvend advies en niet als de wet. Shanghaise taxichauffeurs beschouwen de openbare weg als hun particuliere racecircuit en voor een rood licht stoppen moeten de anderen maar doen.

Of het civilisatieoffensief werkelijk effect sorteert is de vraag. De media in Shanghai claimen dat er minder gespuugd wordt en dat de overlast van luid toeterende auto’s is afgenomen. Er worden zogeheten „beschavingsindexen” gepubliceerd, statistieken met percentages waaruit moet blijken dat verkeersregels, verbodsbepalingen en algemene beschavingsnormen (opstaan in de metro, niet voordringen) worden gerespecteerd.

Naar de digitale klaagzangen over al deze moderne onzin en het verlies van de Chinese identiteit gemeten, heeft de campagne wel degelijk tanden. Het is een schande, zo vindt een blogger, want spugen en boeren zijn eeuwenoude Chinese tradities die diep verankerd zijn in de traditionele Chinese gezondheidsleer.

De campagne strekt zich uit tot de soms vermakelijke Engelstalige teksten op menukaarten en straatborden. Een groep Chinese leraren Engels ergerde zich zo aan sommige vertalingen, dat zij in actie zijn gekomen om de Engelstalige teksten – het zogeheten Chinglish – te verbeteren Chinglish is een taalmengsel dat ontstaat wanneer teksten letterlijk uit het Mandarijn of lokale dialecten als het Shanghainees of Cantonees worden vertaald. „Chicken with no sexlife in garlic’’, wat gegrilde kuiken in knoflooksaus is, mag bijvoorbeeld niet meer van de docenten die actievoeren. Nu tweetalige borden en menu’s in China een grote vlucht hebben genomen, moet de spelling correct zijn.

„Het zijn domme vertaalfouten die de indruk wekken dat wij het Engels niet beheersen. En het zijn slechte voorbeelden voor onze studenten”, schreef initiatiefnemer Zhang Xiaobin onlangs in een plaatselijke krant.

De duizenden toeristen die deze zomer in China worden verwacht stellen Zhangs initiatief vast op prijs. Want wat betekent in een onschuldig parkje aan de Hengshan Lu nu het bord: „No firemaking in hardcore scenery area”.

De borden worden inmiddels vervangen voor exemplaren die de boodschap wel duidelijk over moeten brengen. Het wachten is op de nieuwe vertalingen.