Bij Radiohead kom je oren te kort

De muziek van Radiohead lijkt grotendeels te bestaan uit versterkt omgevingsgeluid.

Dinsdag speelt de band met frontman Thom Yorke in het Amsterdamse Westerpark.

Radiohead staat komende dinsdag in het Westerpark in Amsterdam. Foto AP Thom Yorke of Radiohead performs on the V Stage during the V Festival at Hylands Park in Chelmsford, Essex, England, Saturday, Aug. 19, 2006. (AP Photo/PA, Yui Mok) ** UNITED KINGDOM OUT, NO SALES, NO ARCHIVE ** Associated Press

Van links komt het schurende geluid van ijzer op ijzer, rechts klinkt geritsel alsof een kolonie mieren de sambaballen schudt. Dan klinken glazige strijkers, en een stem zweeft tussen de klanken als een losgelaten vlieger. Hoog, hoger gaat de stem, verdwijnt uit het zicht, komt weer tevoorschijn.

Gitaar en drums barsten uit in rockgeweld. Om zich vervolgens, als geschrokken van hun kracht, terug te trekken tot een fluistering waar die stem weer eenzaam doorheen dwaalt.

Is dit popmuziek? Dit is Radiohead, de groep waarvan de muziek grotendeels lijkt te bestaan uit versterkt omgevingsgeluid.

Het Britse Radiohead, bestaande uit zanger Thom Yorke, gitarist Ed O’Brien, drummer Phil Selway, bassist Colin Greenwood en elektronica-man Jonny Greenwood, is een van de populairste bands van de afgelopen tien jaar. De groep begon in 1993 als flets gitaarbandje, maar sinds het verschijnen van de derde cd OK Computer (1997), staan de sluizen open. Want toen ontdekte Radiohead de bevrijdende mogelijkheden van elektronica. Vanaf dat moment combineerden de muzikanten de drum en gitaren met een groeiend arsenaal synthesizers, samplers en muziekcomputers.

Voor iedere plaat, voor ieder nummer, zoeken de muzikanten een nieuw geluidsdecor. En al figureren daarin splinters ambient, rock, minimal en jazz, het uiteindelijke resultaat is een stijl die nauwelijks bekend voorkomt: van het atmosferische Ok Computer via de jazzinvloeden op Kid A (2000), de elektronische minimal van Amnesiac (2001), tot de tedere gitaarvignetten op In Rainbows (2007).

Bij al die veranderlijkheid is er één constante: de emotionele lading. Of Radiohead nu dansbaar (Idiotheque), agressief (Bodysnatcher), ijl (Faust Arp) of hunkerend (House Of Cards) is, de grondtoon is steeds die van onvervuld verlangen. Dat spreekt uit de melodielijnen die niet worden afgemaakt en instrumentaties die afbrokkelen.

Typerend voor Radiohead is de fragmentarische opbouw van de nummers: instrumenten worden om de paar maten ingeruild voor een ander.

En daartussen zwerft de stem van Thom Yorke, op zoek naar een bestemming. Of, in plaats van zoeken naar een bestemming, lijkt het meer op ‘hier niet willen zijn’: oplossen, uitvlakken en vervluchtigen zijn onderwerpen die steeds terugkomen in zijn oeuvre.

En waarom wil Yorke verdwijnen? Misschien uit zelfhaat – denk aan de tekst van Creep, het nummer uit 1993: ‘I’m a creep, I’m a weirdo / What the hell am I doing here? I don’t belong here.’ Of speelt hier de Zen-achtige drang om op te lossen in het grote Niets? Niet voor niets heet één van zijn nummers How To Disappear Completely, en noemde hij zijn solo-cd The Eraser.

De Radiohead-stijl heeft school gemaakt. Het tien jaar oude Ok Computer, staat hoog genoteerd op hitlijsten van ‘beste platen’. Een nieuwe generatie bands heeft zich laten inspireren door Yorke’s onvaste manier van zingen en de combinatie van gitaren en elektronische apparaten. En al had zijn voorkomen geschilderd kunnen zijn door Francis Bacon en komt hij nooit op sterrenfeestjes, Thom Yorke (39) is toch uitgegroeid tot een idool. Over zijn privéleven is nauwelijks meer bekend dan dat hij in Oxford woont, met zijn vriendin Rachel en kinderen Noah en Agnes. Afgezien van de Radiohead-concerten zien we Yorke alleen in het openbaar als hij meeloopt tijdens demonstraties.

Want ondanks zijn terughoudendheid is Yorke de afgelopen jaren, net als Bono en Bob Geldof, uitgegroeid tot een moreel geweten van de popmuziek. Hij reist niet meer per vliegtuig, in verband met zijn ecologische principes; hij steunde het Britse protest tegen de Amerikaanse inval in Irak; hij maakt video’s bij campagnes ter bewustmaking van seksueel misbruik en mensensmokkel.

Voor Yorke en zijn band is internet een democratisch instrument, ter verheffing van het volk. Wie fan is van Radiohead en een computer bezit, heeft geen excuus meer om niet creatief te zijn. Je kunt je eigen filmopnamen van concerten delen met anderen, via Radioheads vriendensite waste-central.com. Je kunt je bezighouden met de betekenis van het cijfer 10 in het werk van Radiohead, op digg.com. Of je kunt meedoen aan door Radiohead georganiseerde wedstrijden op het gebied van remixen en animaties maken, op radioheadremix.com en aniboom.com.

Voor Yorke is internet een vrijplaats. Dat ondervond Prince, die onlangs een cover van Radioheads Creep speelde. Kort daarna verschenen allerlei door het publiek gemaakte opnamen op YouTube. Prince, die internet doorlopend laat opschonen van afbeeldingen van zichzelf, droeg YouTube op de filmpjes te verwijderen. Toen Thom Yorke hier lucht van kreeg, beriep hij zich op zijn auteursrecht op het nummer, en liet de filmpjes terugplaatsen.

Afgelopen oktober was al gebleken dat Radiohead aan het internet een machtig wapen heeft: Radiohead bood de nieuwe cd, In Rainbows, als download aan op de eigen site – tegen betaling naar keuze – en sloeg daarmee de toch al kwijnende platenindustrie het laatste restje hoop uit handen. Al eerder hadden bands hun muziek gratis op internet aangeboden, maar Radiohead was de eerste ‘grote’ naam. Andere artiesten volgden hun voorbeeld – Nine Inch Nails, Muse, The Charlatans en Tori Amos lieten weten hun nieuwe muziek gratis of tegen vrijwillige bijdrage via internet ter beschikking te stellen.

Toen Coldplay vorige week zijn nieuwe cd uitbracht, verontschuldigde zanger Chris Martin zich bij het publiek dat hij nog bij een platenmaatschappij zat en voor de cd ‘gewoon’ geld zou vragen. Ter compensatie geeft Coldplay een serie gratis concerten.

Radiohead heeft de bestaande situatie op zijn kop gezet.

Een feestje, ergens in Nederland. IJsklontjes tinkelen in de glazen, mensen lachen en dansen. Een paar gasten praten over Radiohead. Iemand vergelijkt hun muziek met die van Wagner. Wagner? Ja, Richard Wagner (1813-1883), bekend van opera’s als Der Ring des Nibelungen, Tristan und Isolde, Lohengrin.

Op het eerste gezicht lijkt er weinig grond voor verwantschap. Yorke noemt in interviews de invloed van de experimentele Poolse componist Krysztof Penderecki, de Duitse Krautrock van Neu! en Can en de muziek-zonder-instrumenten van de Franse Musique Concrète.

Maar in de ambitie schuilt een gelijkenis. Wagner gebruikte alle muzikale kleuren die het negentiende eeuwse palet te bieden had. Ook bij Radiohead kom je oren te kort.

Tijdens hun optredens ziet het podium eruit als een werkplaats, met een bij ieder nummer wisselend instrumentarium. De elektronische onderstroom komt uit de handen van Jonny Greenwood, die tijdens concerten achter een stapel kastjes zit, als een ouderwetse telefonist die stekkers inplugt. Greenwood is de geluidsmagiër; hij werkt met alles, van geavanceerde computersoftware tot vooroorlogse elektronica (zie kader). Greenwood schept een bijzondere wereld; weinig groepen kunnen met elektronische middelen zo’n pastoraal beeld oproepen als Radiohead doet.

Ik beluister een cd met orkestuitvoeringen van Wagner, gedirigeerd door Ricardo Chailly: over het krieken van de dag en het treurlied over de dode Siegfried. De emotie reist via landschappelijke beelden. Groots als het razen van een waterval, met ruisende bekkens, en violen die zwiepen als halmen in de wind. Plotseling davert een eruptie van blazers. En pats, daar slaat de bliksem in. De goden zijn het er niet mee eens.

Die suggestie van ruimte hoor je ook bij Radiohead. Dat effect wordt bereikt door de muzikale elementen op te stellen als rekwisieten: links een drumsalvo, rechts het leidmotief van een eenzame gitaar, ver op de achtergrond een elektronische ritsel. Zo ontstaan de sonische dimensies in hun nummers: soms weids als het luchtruim, dan benauwend als een volle tram.

Dat is wat Radiohead ons biedt, een muzikaal onderkomen voor hoofd, hart en heupen.

Radiohead treedt op: 1 juli, Westerpark, Amsterdam.