‘Antiek straalt warmte uit’

Zeeuwse kussenkast, ca. 1660 Jaarsma, Wim

Met de handel in antieke kasten gaat het slecht, hoor je vaak. Mensen willen die logge bakbeesten niet meer in huis hebben. „Een Hollands kabinet, enkel of dubbel gebogen, kostte vroeger vier maandlonen”, zegt Richard Hessink van Hessink’s Veilingen in Nijmegen. „Een wortelnoten kabinet was een vijfde van een hoekwoning waard. Nu kost dat huis drie ton en die kast een paar duizend euro.”

Het schort volgens Hessink aan promotie van Nederlandse meubelkunst. „Het ontbreekt hier aan gevoel voor wat mooi is en historisch waardevol. De Britten hebben veel meer eerbied voor een meubelmaker als Mackintosh. Een Franse commode uit ongeveer 1770 doet 40.000 euro. Voor een Nederlands meubel uit die periode betaal je hier 2000 euro.”

Dirk Jan Biemond, meubelkenner bij het Rijksmuseum in Amsterdam, nuanceert de teloorgang van het antieke meubel een beetje. „Je kunt vooral zien dat de mensen kritischer zijn geworden. Vroeger had iedereen een oude kast en een staande klok. Die decoratieve markt, waar de veilinghuizen op dreven, is verdwenen. De overblijvers zijn echt geïnteresseerd en willen authentieke meubels waar niet mee is gerotzooid.”

Antiekhandelaar Wim Jaarsma uit Hoogeveen is het daarmee eens. „In het modale spul zit weinig handel.” Maar ook volgens hem is er wel degelijk vraag naar goed gerestaureerde antieke meubels. „Mensen hebben een interieur met moderne schilderijen en moderne meubelen. Daar zetten ze een antiek stuk bij, want antiek straalt warmte uit.”

Jaarsma zit ruim veertig jaar in de handel en heeft zich gespecialiseerd in Hollandse meubelen. „Vroeger kon je inderdaad alles verkopen, als het maar oud leek. Nu zijn de kopers liefhebbers die bewust een stuk aankopen. Niet omdat de buurvrouw ook een Franse jachtkast heeft staan.”

„Antiek was altijd voor een breed publiek”, zegt veilingmeester Hessink. „Nog in de jaren zeventig had iedereen eiken meubeltjes. Ikea heeft het ingehaald.” Hij vindt dat even triest als het zeventiende-eeuws meubelsetje dat hij moest afhameren op 3500 euro. „Probeer van dat geld maar iets bij Jan des Bouvrie te kopen.” Het komt volgens hem omdat in de media te weinig aandacht is voor antieke meubelen. Ook de musea laten het wat dat betreft een beetje liggen, erkent Biemond. „Musea zijn modieuze beesten die op het moment weinig belangstelling voor meubels hebben.”

Dat er vraag is, merkt Jaarsma aan zijn website. „We hebben sinds 2,5 jaar een eigen homepage en die is al door bijna 300.000 mensen bezocht. We hebben nog nooit zo goed verkocht als afgelopen jaar.” Zijn klanten komen nu tot uit Amerika en Nieuw-Zeeland. „We krijgen steeds meer vraag uit Oost-Europa. Het Nationaal Museum van Litouwen heeft een Zeeuwse kussenkast en een Zuid-Hollandse bruidskast bij me gekocht, allebei vierdeurs en gemaakt rond 1650. Ze waren op de kunstbeurzen Pan en Tefaf geweest en hadden ook Italië afgestruind, maar dat was ze allemaal te duur.”

Jaarsma geeft als prijsvoorbeeld een beeldenkast uit 1625. „In de jaren negentig is die voor 60.000 gulden verkocht. Nu kost hij bij mij 17.500 euro. Op de Tefaf kun je er 50.000 of 60.000 voor vragen. In de Spiegelstraat of op de Denneweg zou hij 27.000 kosten, maar daar is winkelruimte dan ook duurder dan in Hoogeveen. Je hebt economisch goede en economisch slechte tijden, maar mensen die wat te besteden hebben blijven er altijd. Een antiek meubel is geen modeverschijnsel of een impulsaankoop. Onze klanten kopen voor het leven.”

www.wimjaarsma.com en www.hessink.nl