Alles wat ‘ schilderachtigh’ is

Gezicht op Nantes, getekend door Lambert Doomer Uit besproken boek

Stijn Alsteens en Hans Buijs: Paysages de France, dessinés par Lambert Doomer et les artistes hollandais et flamands des XVIe et XVIIe siècles. Fondation Custodia, 464 blz. € 70,- (tot 1/7), daarna € 80,- + verzendkosten. Te bestellen via coll.lugt@fondationcustodia.fr

Het schip Prinses Amalia dat op 6 mei 1646 de rede van Texel verliet, had een bijzondere passagier aan boord, de jonge kunstenaar Willem Schellinks. Na elf dagen bereikte het schip Nantes, waar Schellinks zijn vriend Lambert Doomer aantrof. Doomer had Schellinks uitgenodigd om samen een tocht langs de Loire te maken. De twee twintigers reisden voor hun plezier en wilden er ook een leerzame tocht van maken. Dat is het ook geworden en het bijzondere is dat we dit ‘speelreisje’ op de voet kunnen volgen.

Doomer en Schellinks maakten op hun reis honderden schetsen die ze later uitwerkten. Schellinks hield bovendien een reisdagboek bij dat bewaard is gebleven. De tekeningen die Doomer op basis van die schetsen maakte, zijn nu samen met Schellinks’ dagboek op een voorbeeldige manier uitgegeven door de Fondation Custodia, het Parijse instituut dat de rijke collectie van verzamelaar Frits Lugt (1884- 1970) beheert.

Van Lambert Doomer, vermoedelijk een leerling van Rembrandt, zijn vooral topografische tekeningen bewaard gebleven, voorstellingen van Nederlandse en Franse landschappen en steden en enkele schilderijen waar zijn tekeningen model voor hebben gestaan. De opbrengst van zijn artistieke Tour de France is grotendeels terechtgekomen in de collectie van Frits Lugt.

Doomers tekeningen zijn goed herkenbaar. Hij zette ze doorgaans op met bruine inkt en waste ze met met bruin en grijs. Die typerende, wat herfstige tinten nemen niet weg dat het altijd zonnige landschappen zijn. De heren reisden in de zomer. Doomer valt ook op door de manier waarop hij diepte en ruimte schiep. Bij hem is dat niet het gebruikelijke centrale verdwijnpunt of een obligaat repoussoir (een dominante boom of een rotspartij links of rechts op de voorgrond). Om het oog van de beschouwer het landschap in te trekken, koos hij liever voor een slingerende weg of beek die zich in de verte verliest, voor afwisselende banen licht en schaduw en voor verten die steeds neveliger worden. Soms heeft hij twee verdwijnpunten geconstrueerd, zodat het oog zowel naar links langs die veldweg wordt getrokken als naar rechts de rivier af. Hij bracht leven in zijn landschappen en dorpen met een reiziger met knapzak en knoestige wandelstok, met een monnik of een voortsjokkende ruiter op zijn muilezel, en elders weer met een marskramer, met wasvrouwen, pluimbalspelers of hangjongeren bij de dorpspomp.

Doomer legde vooral het platteland vast en veel minder de steden die hij bezocht zoals Nantes, Angers, Saumur en Orléans. Die blijven aan de horizon. Hij toont ons een vredig Frankrijk met nadruk op de vervallen kanten; boerderijen zijn verzakt, bruggen gammel zo niet ingestort. Die voorliefde voor de vergankelijkheid moet een soort memento mori in landschapsvorm, zijn geweest. Soms gaan natuur en cultuur in elkaar over, zoals in de grotwoningen bij Amboise. Het moderne Frankrijk van toen wordt maar zelden zichtbaar en ook de kastelen langs de Loire niet. Het tamelijk recente kasteel van Richelieu bij Chinon is daarop een uitzondering.

De tekeningen in dit Franstalige boek zijn tot stand gekomen na de reis. Doomer werkte zijn schetsen uit met hulp van een goed getraind geheugen en soms ook met enige fantasie. Hij moet voortdurend hebben gebalanceerd tussen het pittoreske dat Schellinks in zijn dagboek ‘fraaij en schilderachtigh’ noemt en de topografische nauwkeurigheid. Zo nu en dan heeft hij gesmokkeld. Er zijn wel eens meerdere tekeningen van eenzelfde locatie en dan blijkt een poort, een boomgroep, een kerkje ineens verdwenen of verschoven te zijn.

Dat neemt niet weg dat de tekeningen documentair van groot belang zijn. Hij koos onderwerpen die je op de gemiddelde landschapstekeningen nooit ziet, met name vormen van menselijke bedrijvigheid: een wijnpers, een leisteengroeve, zoutpannen, hooiende boeren, een optocht voor een doopfeest, waar het gezien de muzikanten vrolijk aan toeging.

Behalve de 57 gereproduceerde tekeningen van Doomer en tientallen steunafbeeldingen bevat dit mooie boek ook tekeningen van 21 andere Nederlandse kunstenaars onder wie Hendrick Cornelisz. Vroom, die ook door Frankrijk hebben gereisd, meestal langs de Loire of de Rhône. Hun kwaliteit is niet zelden hoger dan dat van Doomer.

Het dagboek van Willem Schellinks is integraal opgenomen, evenals delen van het dagboek van een tweede reis door Europa van 1661 tot 1665. De reis met Doomer duurde drie maanden en voerde de beide heren van Nantes langs de Loire naar Orléans. Vandaar ging het per koets naar Parijs. In het dagboek lezen we de details: over het aantal per dag afgelegde mijlen, over de herbergen en de maaltijden aldaar en uiteindelijk over een ruzie tussen de twee tekenaars. Dat lag volgens Willem Schellinks aan het ‘korzelkoppigh’ gedrag van zijn compagnon Lambert Doomer. Ze vervolgden hun weg gescheiden.